De Jonge's humor is meer dan verzetje

De grens. Tiendelige serie theaterprogramma's van Freek de Jonge. Aflevering één: Kinderjaren. VPRO. Nederland 3, 22.10 uur...

'Wees niet bang, je bent een van de velen/en tegelijk is er maar een als jij.

Dat betekent dat je vaak zal moeten delen/en soms zal moeten zeggen: laat me vrij.'

Freek de Jonge sluit het eerste deel van De grens af met een rijm, met een statement. De komiek wijst zijn publiek op het belang van originaliteit en onafhankelijkheid in een wereld die almaar eenvormiger wordt.

De grens is een show in tien delen. De VPRO zendt dit nieuwe jaar maandelijks, behalve in de zomer, een registratie uit van optredens van De Jonge in Amsterdam.

De laatste aflevering is, zoals het zich nu laat aanzien, in december 1999 te zien, op de grens van het millennium dus.

Voor De Jonge is deze overgang van het tweede naar het derde millennium na Christus een moment om stil te staan bij de grens tussen 'abnormaal en normaal'. Hij doet dat met een zorgvuldig opgebouwd programma, waarvan de betekenis gaandeweg, op sluipende wijze, aan gewicht wint.

In het eerste deel, Kinderjaren, haalt de zelfbenoemde cultuurpessimist herinneringen op aan een grootvader die zijn geld verdiende als douanier. Opa ('Wees niet bang', pleegde hij op dreigende toon te zeggen) staat symbool voor een tijd waarin het duidelijk was wat wel en wat niet mocht.

De Jonge begint schijnbaar luchtig, in een hoog tempo. Hij schiet als een stand up comedian heen en weer tussen anekdotes en associaties, en rijgt terloops een reeks woordgrappen en moppen aan elkaar. Soms zijn die geestig, soms flauw, - zoals dat nu eenmaal gaat bij moppentappers.

Maar De Jonge is meer dan een lolbroek. Als hij met zijn herinneringen in 'niemandsland' terechtkomt, maakt de stand up comedian plaats voor een woordkunstenaar, voor een man die er niet voor terugschrikt levensvragen te stellen.

Humor is dan geen verzetje meer, maar een middel om de werkelijkheid op aangename wijze te doorgronden. Als tegenpool van het typetje, ontleend aan de vriendenkring of aan mannen in een reclamebureau, maakt De Jonge van hedendaagse twijfels indringend theater.

'Als iedereen zich abnormaal gedraagt, is dat normaal', stelt hij opgewekt vast. 'En als je daarover gaat nadenken, dan ben je gek. Dan ben jij de abnormale.'

De grens is een zoektocht naar normen en waarden. Tijdens die tocht speelt De Jonge met modieuze, foute grappen (over negers, 'dozen' en zigeuners), en hij doet een Belgische kelder aan, waar twee blote meisjes aan de muur zijn vastgeketend: 'Blote vrouwen, iedereen vond dat toch leuk?'

Ook zijn eigen positie, als komiek met een serieuze verhouding met de ernst, komt impliciet aan bod. Wanneer de hoofdpersoon in Kinderjaren in een grensgebied de weg is kwijtgeraakt, vraagt hij aan buurtbewoners waar de grens is.

'Ze lachen me uit. Er heeft een wisseling van de wacht plaatsgevonden. Mijn naam zegt niemand meer iets.'

Hij rondt af aan het sterfbed van zijn opa, de douanier, met het gedicht over originaliteit. 'Wees niet bang, je mag opnieuw beginnen/(...) Houd je aan de regels, volg je eigen zinnen', zegt De Jonge, terwijl zijn gelaat serieuze trekken vertoont.

Het kale podium is dan een laboratorium geworden waar humor in levende filosofie is veranderd.

Ronald Ockhuysen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden