De Jong zag ook grijstinten

Volgens premier Drees had het wat minder gekund en de dinsdag overleden Loe de Jong kon slecht tegen kritiek, maar dat is geen reden te klagen over zijn werk, zegt Hans Daalder....

Hans Daalder

In de berichten en commentaren bij het heengaan van Loe de Jong - voor ouderen nog altijd meer vertrouwd als Lou de Jong - klinkt algemene bewondering. Voor zijn ijzeren werkkracht. Zijn intellectuele prestatie. Zijn gave als verteller. Zijn vertrouwdheid met de media - de radio maakte hem de stem van Radio Oranje en de televisie bracht hem in de unieke, ongeveer 20-delige serie De Bezetting al vroeg in de Nederlandse huiskamers.

Maar er is tegelijk alom de behoefte aan kritiek. Op zijn (te) dominante invloed op het beeld van de bezetting. Zijn neiging tot moraliseren en psychologiseren. Zijn optreden als nationaal geweten. Zijn allergie voor kritiek.

Hij kon geen werkelijk recht doen aan de bezettingstijd, omdat hij die niet had meegemaakt, zo zegt men. Dan onderschat men hoe sterk betrokken hij in Londen de ontwikkelingen in bezet Nederland volgde met behulp van alle bronnen waaruit hij daar kon putten. Hoe gebrekkig ook, hij had die nodig had om tot bezet Nederland te kunnen spreken. En het bracht hem ertoe - een te weinig bekend feit - al in Engeland vier delen te schrijven over de ontwikkelingen in bezet Nederland, onder de titel Je Maintiendrai.

De Jong was een te beperkt nationaal historicus, zo heet het. Dan brengt men onvoldoende in rekening dat hij, mede door zijn Londense periode, volledig recht deed aan wat een wereldoorlog was. In de roze sfeer van zijn bruidsdagen had hij begin september 1939 als buitenlandcommentator in De Groene Amsterdammer nog voorspeld dat een dergelijke oorlog niet zou uitbreken. Nadien zou deze zijn leven volledig bepalen.

In zijn werk over Nederland in bezettingstijd had hij steeds alle aandacht voor de realiteiten van een oorlogvoering op wereldschaal, de wandaden van het nationaal-socialisme, de veranderende internationale verhoudingen. Naast zijn directe verantwoordelijkheid voor het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie was hij jarenlang een gevierd wekelijks commentator voor Vrij Nederland, VARA-microfoon en tv-camera, en een tijd lang ook achter een universitair katheder.

Hij monopoliseerde het bezettingsverhaal, zo oordeelt men, door zijn geprivilegieerde toegang tot de bronnen, en de omvangrijke en exclusieve hulp die hij kreeg van de waterdragers van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Dan vergeet men de vele publicaties die mede door zijn aanmoediging onder verantwoordelijkheid van anderen in de eerste twee decennia van het instituut verschenen.

De verslagen van processen van Van Genechten, Christiansen, Mussert en Rauter. De correspondentie van Rost van Tonningen. De inventarisatie van de ondergrondse pers, waaruit al spoedig een belangrijke bloemlezing verscheen onder de titel Het woord als wapen. De boeken van B.A. Sijes, pionier van oral history, over de Februaristaking, de razzia's in Rotterdam, de Arbeidsinzet. Het onderzoek naar zuivering en bijzondere rechtspraak. De in opdracht van het instituut door derden geschreven studies over de financiering van het verzet, de spoorwegstaking van 1944-1945 en Ondergang, het diep-belastend werk van J. Presser over 'De vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom'. En dan gaat men te gemakkelijk voorbij aan het werk van vele onderzoekers uit binnen- en buitenland die van het begin af gastvrij in het instituut werden opgevangen.

De Jong zou moeilijk kunnen leven met kritiek. Dat is niet onwaar. Maar tegelijk is nooit een groot historisch werk geschreven, dat voor het verschijnen zoveel meelezers heeft gekend en zo grondig besproken is in goed voorbereide discussies met bestuursleden en adviseurs, met als slot een veertiende deel in twee banden waarin al dergelijke discussies, recensies en reacties zorgvuldig werden gedocumenteerd.

Men heeft De Jong gehekeld als officieel aangewezen Rijksgeschiedschrijver, maar tegelijk verweten te sterk op alles het stempel van zijn persoonlijkheid te hebben gezet, al te subjectief te zijn geweest in toon en inhoud. Kan men beide tegelijk volhouden?

Wat dan te zeggen over De Jongs zwart-wit? Hij zou te veel geschreven hebben in tegenstellingen tussen 'goed' en 'fout', terwijl bezet Nederland eerder overwegend grijsheid liet zien. Helemaal heb ik die kritiek nooit begrepen. In zijn talloze schetsen vindt men, wat ook het onderwerp is, telkens weer allerlei nuances. Er is veel minder sprake van heldenverering of zwart verwijt dan veel van zijn critici poneren. Men herleze bijvoorbeeld zijn behandeling van koningin Wilhelmina en de vele verwikkelingen van het verzet die hij te zeer in het teken van heldendom zou hebben beschreven. Zeker: De Jong verhaalt en verbeeldt eerder dan dat hij theorieën of een sterk-analytische benadering biedt. Maar wat hij schrijft is vrijwel altijd levensecht. Bewust-vergelijkende studies of analyses over langere tijdsperiodes kunnen nieuwe inzichten bieden. De Jong heeft zelf altijd betoogd dat zijn boek niet het einde van de discussie kan zijn en nieuwe generaties onvermijdelijk anders zullen oordelen.

Men heeft geklaagd over de lengte van de dertien delen en zevenentwintig banden, die Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog telt. Een meelezer als oud-premier Willem Drees, die door blindheid en doofheid geteisterd, zich tal van delen moest laten voorlezen - en daarbij niet alleen als informant maar zo nodig ook als criticus optrad - heeft wel eens uitgesproken dat het wel wat minder zou hebben gekund.

Gerenommeerde historici die niet aarzelen De Jong te kritiseren hebben nogal eens bekend grote delen niet gelezen te hebben. Wie werkt op een bepaald onderwerp zal meestal bij De Jong veel vinden, doch ook kunnen constateren dat De Jongs behandeling onvolkomenheden of fouten bevat. Toen hij met zijn werk begon heeft hij dat zelf, gelet op de onoverzienbare hoeveelheid onderwerpen en materiaal, als onvermijdelijk onderkend.

Waar vindt men een zo uitvoerig werk, waarvan men willekeurig elk deel ter hand kan nemen, voor informatie over een bepaald onderwerp, of simpel om zich op reis te vermeien, met de zekerheid dat wat men leest telkens weer relevant en boeiend is?

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden