De jaren zeventig, maar dan andersom

Nederland leek de discussie over linkse en rechtse politiek allang te zijn ontstegen. Maar met de ophanden zijnde formatie van een rechts kabinet is de tweestrijd helemaal terug....

In Amsterdam werd deze week een homostel belaagd. Ze werden uitgescholden, getrapt en geslagen, waarna de daders er op een zwarte scooter vandoor gingen. ‘Het wordt toch hoog tijd dat Geert Wilders aan de regering komt, dan wordt er misschien eindelijk eens opgetreden tegen dit soort nodeloos geweld’, reageert een lezer op de site van De Telegraaf. De daders zijn spoorloos, maar dat maakt niets uit, vindt een andere lezer. Want als ze worden opgepakt, ‘gebeurdt er nog meer, want de regelgeving in NL is te soft’.

Weekblad Vrij Nederland liet onlangs een aantal opiniemakers mijmeren over de mogelijkheid van een kabinet van CDA en VVD, met gedoogsteun van de PVV. Hun verwachtingen waren aanzienlijk minder hoog gespannen. Schrijver Joost Zwagerman: ‘Wilders wil af van de ‘linkse hobby’s’, en dat gaan VVD en CDA hem gunnen. Straks wordt Nederland nog meer een SBS-land. Dat is nog het treurigst.’ Schrijver Geert Mak: ‘We maken nu de stormen mee die, soms ook door voormalige linkse journalisten en intellectuelen, de afgelopen jaren vakkundig zijn gezaaid.’ Schrijver/televisiemaker Adriaan van Dis: ‘Voorlopig gaat het om een groep kwaaie, tekortgedane, rancuneuze kiezers die hun wereld willen laten gelden. Maar nu krijgen ze een troon aangeboden en mogen ze van alles roepen. We zullen het merken. Het volk schijnt het zo te willen.’

VrolijkRechts: ‘Ik versta onder ‘links’ bemoeienis, betutteling, hoge belastingdruk en een gigantisch grote overheid’ (via twitter).

Als er een rechts kabinet komt, zal de polarisatie in de samenleving een niveau bereiken dat niet meer is gehaald sinds het roemruchte linkse kabinet-Den Uyl in de jaren zeventig. ‘Het is een interessante omkering: toen was links in de aanval, nu rechts’, zegt Piet de Rooy, emeritus-hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

Nog niet zo lang geleden werd je weggehoond als je over links en rechts praatte. Links en rechts, dat was ouwe kletspraat uit de jaren zeventig. Dat waren we toch wel ontstegen? In de jaren negentig trokken de voormalige vijanden VVD en PvdA gezamenlijk op in een Paars kabinet, bouwde Tony Blair aan een Derde Weg en voorspelde filosoof Francis Fukuyama het einde van de geschiedenis. Bij de publieke omroep werden de opiniërende actualiteitenrubrieken vervangen door neutrale nieuwsvehikels als Netwerk, 2Vandaag en NOVA. Er bestond geen linkse en rechtse journalistiek, alleen goede en slechte.

Ook de opiniebladen wisten niet meer precies wat ze nou waren. Vrij Nederland maakte in mei 2003 een nummer met twee covers. Aan de ene kant stond ‘Links! Themanummer voor wie nog een hart heeft’. Als je het blad omdraaide stond er ‘Rechts! Themanummer voor wie hersens heeft’. Binnenin probeerde een groot aantal ‘denkers en schrijvers’ zichzelf in een rechts/links-hokje te plaatsen, wat maar moeizaam lukte. Zo concludeerde Paul Cliteur dat hij eigenlijk niet eens zozeer rechts was uit overtuiging, maar vooral ‘omdat ik beslist niet links wil zijn. Links, dat zijn mensen als Marcel van Dam en Professor Piet Grijs. Ik ben door het optreden van Grijs, Marcel van Dam en anderen links altijd gaan associëren met zure gezichten, slechte omgangsvormen en een zwak ontwikkeld gevoel voor humor.’

Nu lijkt er een kabinet aan te treden dat door rechts als een verlossing wordt beschouwd, en door links als de uitverkoop van de beschaving. In Hilversum wordt Netwerk komende week vervangen door programma’s als Uitgesproken VARA en Brandpunt, terwijl de rechtse stem wordt versterkt met PowNed en Wakker Nederland. Omroepen bekennen weer kleur. ‘Er is kennelijk toch behoefte aan journalistiek die vanuit een maatschappelijke visie vertrekt’, zegt Ruurd Bierman, lid van de raad van bestuur van de publieke omroep. ‘We hebben een lange periode achter de rug waarin het in de journalistiek vooral om professionaliteit ging, en niet zo om kleur. Er ontstond een breed midden. Maar blijkbaar dekt dat toch onvoldoende wat er in de maatschappij leeft.’

Hans_vanZ: ‘Lelijk links’ (i.t.t. ‘mooi links’ - solidair, sociaal, warm, zachtaardig, lief) = gemeenschapsgeld opstoken alsof het niet op kan’ (via twitter).

Links en rechts zijn terug van weggeweest; maar hoe zien links en rechts er tegenwoordig uit? De grote tegenstelling tussen kapitaal en arbeid is verdwenen. PvdA-minister Bos redde in 2008 de kapitalistische banken. Ook de PvdA is tegenwoordig voor een stringent vreemdelingenbeleid en streng straffen. Bovendien bestaan er ook ter rechterzijde bezwaren tegen het nationalisme van de PVV. Volgens ondernemersvoorzitter Wientjes en oud-minister van Buitenlandse Zaken Bot (CDA) schaadt Wilders de Nederlandse reputatie in het buitenland, waardoor bedrijven orders kunnen mislopen. Milieu wordt gezien als een links punt, maar er bestaat ook ‘groen rechts’: natuurbeschermers als Winsemius (VVD), Veerman (CDA) en Wijffels (CDA) waarschuwden voor een kabinet met de PVV.

‘Je kunt geen vaststaande definitie van links en rechts geven’, zegt bioloog Frits Bienfait. Links en rechts worden steeds opnieuw ingevuld, afhankelijk van de maatschappelijke omstandigheden. Toch is de tegenstelling tussen links en rechts zeer fundamenteel, betoogt hij in zijn onlangs verschenen boek Is links beter dan rechts? Bij opiniepeilingen vinden mensen het moeilijk om precies te zeggen wat links en rechts is. ‘Maar ze vinden het helemaal niet moeilijk om zichzelf links of rechts te noemen’, zegt Bienfait. Mensen denken graag in tegenstellingen. Ze hebben links en rechts nodig om orde te scheppen, om greep op de wereld te krijgen, gelooft hij. Bovendien ziet hij ook een onveranderlijke tegenstelling tussen links en rechts. ‘Links en rechts zijn in de eerste plaats emotionele reacties op de wereld. Rechts aanvaardt de wereld zoals zij is, links zegt: het deugt niet, het moet beter.’ In die betere wereld van links zijn de mensen gelijk. De zwakke moet een handje worden geholpen, door een royale sociale zekerheid. Dat geldt ook voor allochtonen, die extra op achterstand worden gezet door discriminatie.

De reactie van rechts is ooit verwoord door VVD-leider Frits Bolkestein: ‘We zijn malle Henkie niet.’ Mooi idee, die uitkeringen, maar mensen worden er lui van. De vrije markt met zijn prikkels werkt veel beter. Prachtig ideaal, die broederschap tussen de volken, maar wat doe je met allochtonen die crimineel of terroristisch zijn? Bovendien: wie was hier nou eerst? Vreemdelingen moeten zich aan ons aanpassen, niet omgekeerd. Wat rechts vooral boos maakt, is het morele superioriteitsgevoel van links. De samenleving opzadelen met luchtfietserij, en daar nog op trots op zijn ook. Bienfait: ‘Dat is een zwak punt van links. Linkse mensen geloven al snel dat goed willen hetzelfde is als goed doen. Omdat ze het beste met de mensheid voor hebben, voelen ze zich al snel beter dan anderen.’

Govertschilling: ‘Ik hou niet van links. je moet er steeds maar weer op klikken in de hoop dat je iets interessants voorgeschoteld krijgt’ (via twitter).

Maar in het huidige tijdsgewricht is het toch juist rechts dat verandering nastreeft en links dat tegenhoudt? Bienfait: ‘Jawel, maar rechts wil geen fundamenteel andere samenleving. Het wil vooral linkse onzin opruimen. Links houdt weer vast aan zijn verworvenheden.’

Bij de Nyoro’s in Afrika staat rechts al voor mannelijkheid, kracht, orde en stabiliteit, net als bij de Mapuche-indianen en de oude Grieken. De politieke invulling van links en rechts begint in het Engelse parlement. De oppositie zat links, de aanhang van de regering rechts. Tijdens de Franse Revolutie werd die indeling overgenomen. De radicalen namen plaats aan de linkerkant van de vergaderzaal, de conservatieven aan de rechterkant. In de 19de eeuw stond links in Nederland voor het liberalisme en rechts voor de christelijke partijen. Met de opkomst van het socialisme kreeg links een sociaal-economische invulling. Links streefde een nieuwe maatschappelijke orde na, rechts wilde het kapitalisme behouden.

Janzand: ‘De PVV is in heel veel opzichten linkser dan de SP, maar staat bij het publiek bekend als rechts omdat ze geen minderheden pamperen’ (via twitter).

Sinds de jaren zestig is de tegenstelling tussen links en rechts vooral cultureel bepaald. In zijn boekje Wat de Provo’s willen uit 1966 maakte Provo Duco van Weerlee een onderscheid tussen het ‘provotariaat’, anarchistische vrijheidsminnaars en het ingeslapen ‘klootjesvolk’. De arbeidersklasse had zijn vroegere revolutionaire elan geheel verloren, schreef hij. ‘Bourgeoisie en voormalig proletariaat zijn samengeklonterd tot een grijs klootjesvolk, de misselijk makende middenstand, de torren en lieveheersbeestjes, de spruitjeseters.’ Het klootjesvolk wekte de woede van Provo door zijn ‘slaafse aanbidding van geld en luxe’. De arbeider liet zich in slaap sussen zodra hij een auto en televisie had. ‘In wezen zijn alle mensen kapitalisten’, merkte Van Weerlee teleurgesteld op.

Tot vervelens toe zijn de jaren zestig beschreven als de jaren van Provo, Kabouters en hippies, Damslapers en Maagdenhuisbezetters. Maar de jaren zestig kenden ook een rechtse kant, die achteraf misschien wel belangrijker was. In 1966 werd het sociaal-democratische Vrije Volk als grootste krant van Nederland ingehaald door De Telegraaf. Tegelijkertijd veroverden de TROS en Veronica de audiovisuele media. Onder Hans Wiegel werd de van oudsher elitaire VVD een veel bredere volkspartij, die ook aantrekkelijk werd voor hard werkende middenstanders en arbeiders. In deze periode werd de basis gelegd voor een nieuwe burgerij, die niet meer gebonden was aan de zuilen, die sterk hechtte aan comfort en materieel bezit, die van pretentieloos amusement hield.

In 1984 schreef de socioloog Herman Vuijsje in HP al over ‘de grote switch van een generatie’. Het was een switch van persoonlijke groei en maatschappelijk engagement naar welbegrepen eigenbelang: van links naar rechts. Maar rechts bleef nog lange tijd onder de oppervlakte. Uit opiniepeilingen bleek al in de jaren zeventig en tachtig dat veel burgers zich zorgen maakten over immigratie en criminaliteit. In de politiek bleef die onderstroom lange tijd onzichtbaar. ‘In 2000 nog genoot premier Kok een historisch hoog vertrouwen onder de bevolking’, zegt historicus Piet de Rooy. ‘Zelfs De Telegraaf schreef dat het helemaal niet slecht zou zijn als Kok nog voor vier jaar zou bijtekenen.’

Toen kwamen 11 september en Pim Fortuyn. De Rooy: ‘Die bracht de onvrede aan de oppervlakte. Het rook al een beetje naar gas in de keuken, en Fortuyn ging met een aansteker op zoek naar het lek.’

Het populisme zette rechts weer op de kaart, zegt socioloog Herman Vuijsje: ‘Met het populisme is een nieuwe oriëntatie gekomen. In de jaren negentig was de VVD aan het opschuiven naar het midden. In die zin kun je de populisten zien als de redding van rechts.’

VrolijkRechts: ‘Rechts is voor mij een kleine overheid die kijkt naar het individu, dus niet generaliseert, mensen vertrouwt en de rechten van de burger beschermt’ (via twitter).

Het ongenoegen van rechts bestrijkt een breed terrein. Vooral de erfenis van de jaren zestig moet het vaak ontgelden. Nederland is te vrij, te tolerant en te chaotisch geworden, door toedoen van een elite die het contact met ‘het volk’ heeft verloren. ‘Wilders hekelde de mensen met designbrillen. De weerzin is cultureel bepaald’, zegt De Rooy.

Toch raken de gemoederen het meest verhit op het punt van immigratie en islam. Zelfs het vrouwenblad Libelle moest onlangs een deel van zijn site sluiten omdat een discussie over de islam volledig uit de hand liep. Volgens menige ‘reaguurder’ heeft ‘de linkse kerk’ ons opgezadeld met een allochtone onderklasse die de straten onveilig maakt en ook nog eens vatbaar is voor islamitische radicalisering. Links stond erbij en keek ernaar, was te slap en te politiek correct om stevig in te grijpen.

Dat is een vorm van geschiedvervalsing, vindt socioloog Vuijsje: ‘Pim Fortuyn heeft een tolerante houding ten opzichte van allochtonen bestempeld als ‘typisch linkse kerk’. Maar dat klopte helemaal niet. Ik heb er ooit een stuk over geschreven dat nooit is verschenen, omdat Fortuyn werd vermoord in de week waarin het gepubliceerd zou worden.’

Wim (Kok) heeft Pim gebaard, heette het toen. Maar Pim was een groepsbevalling, zegt Vuijsje. ‘De problemen die we hebben en hebben gehad met immigratie, zijn het resultaat van laks optreden van álle kabinetten sinds Lubbers in de jaren tachtig’, aldus Vuijsje. ‘Fortuyn is begonnen met het misbruiken van de term. Hij heeft een tegenstelling gecreëerd die in werkelijkheid helemaal niet zo erg was. Dat is doorgeslagen.’

Ook de VVD was tot ver in de jaren tachtig voorstander van de multiculturele samenleving. Bovendien zaten de liberalen in de jaren tachtig en negentig meestal in de regering. Het CDA hield nog langer vast aan het multiculturalisme, dat zo goed past bij zijn eigen traditie van verzuiling en godsdienstvrijheid.

Vuijsje: ‘Bovendien: als je kijkt naar de mensen die wél hebben geprobeerd iets aan dat softe beleid te veranderen, zie je dat daar geen eenduidige politieke kleur achter zit. Drees jr. in de jaren zeventig, Hans van Hooft van de SP in de jaren tachtig, Bolkestein van de VVD in de jaren negentig, Paul Scheffer van de PvdA in de jaren nul. En nu Wilders. Mijn conclusie: mensen die iets aan het immigratiebeleid wilden doen, deden dat niet vanuit een bepaalde politieke signatuur, maar eerder vanuit een psychologische oriëntatie. Het waren mensen met lef, die het leuk vonden om hun kont tegen de krib te gooien en tegen de gangbare opvattingen in te gaan.’

Maar waarom wordt links dan zo geassocieerd met pappen en nathouden op het gebied van immigratie? Vuijsje: ‘Voor een deel is dat toch de schuld van Job Cohen, vrees ik. Een beste man, hoor, maar zo is het wel. Links was wat coulanter en politiek correcter dan rechts, maar ook weer niet zo heel veel. Maar zo is het wel gepercipieerd.’ Hoe zou Vuijsje links en rechts dan definiëren? ‘Links is non-conformisme: zeggen wat je denkt en doen wat je zegt. In dat opzicht is de PvdA helemaal niet meer links. Ik zeg altijd: ik ben links en daarom stem ik géén PvdA.’

Hans_vanZ: ‘Lelijk rechts’ (i.t.t. ‘mooi rechts'’: open minded, uitgaand van goede wil, verantw.) = anderen knechten uit angst onvrij te worden’ (via twitter).

Zulke nuances gaan in het gepolariseerde debat vaak verloren. Rechts maakt zich nu op voor de overwinning. De wraak van het ‘klootjesvolk’ lijkt aangebroken. De erfenis van Provo en al die andere linkse hemelbestormers moet worden gesloopt. Weg met de gesubsidieerde maatschappijkritiek, de elitaire kunsten, de ontwikkelingshulp en de publieke omroep. Iedereen mag naar een betere wereld streven, maar niet op onze kosten! Ook Elsevier-columnist Syp Wynia verheugt zich op een rechts kabinet: eindelijk korte metten met al die onnutte subsidiesponzen. Het is de Nederlandse versie van de Amerikaanse culture wars, zegt De Rooy.

Er is overigens nog een interessante parallel met de jaren zeventig. Destijds was links uiterst luidruchtig en zelfverzekerd, maar getalsmatig helemaal niet zo sterk. Het kabinet-Den Uyl kwam pas tot stand nadat PvdA-formateur Burger enkele confessionele politici had weten te verleiden tot een ministerschap. Daarop besloten KVP en ARP het kabinet te gedogen. Ook nu is rechts zelfverzekerd, maar veel minder dan het zelf suggereert. De steun van een aarzelend CDA is hard nodig. En dan nog zal bijna de helft van de kiezers een kabinet met gedoogsteun van Wilders verafschuwen, zoals talloze kiezers in de jaren zeventig een enorme hekel hadden aan het kabinet-Den Uyl.

janvt: ‘Het zou een aardig experiment zijn om als krant eens een hele week de termen links en rechts niet te gebruiken:)’ (via twitter).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden