Column

De jaren zestig waren niet zo roerig

Het leek heel wat, die roerige periode, maar voor velen was er nog nog maar weinig ingevuld.

Kees van Kooten leidt het programma Ondersteboven op genoeglijke wijze in. Beeld anp

Zaterdag zag ik de tweede aflevering van Ondersteboven, een onderhoudend programma over de jaren zestig, op genoeglijke wijze ingeleid door Kees van Kooten.

Jammer dat het oude klassenfotootje dat hij in zijn hand hield niet even werd vergroot. Terwijl de komiek-schrijver, na de namen van zijn klasgenoten te hebben opgesomd, zijn eigen jongenskopje aanwees met de tekst 'en ik, zei de gek' (!), bleef het op gepaste afstand. Wel slim. Want daardoor werd dit kijkje in zijn verleden net niet te zelfvertederd.

De rest van het programma wordt door Van Kootens voice-over van commentaar voorzien. Zodra hij uit beeld - dus niet zelf in het geding - is, verandert die stem bijna in een voice-under, alsof er opeens een ander, nog bescheidener Haags hopje aan het woord is.

Naar aanleiding van dit programma mocht een aantal zeventigers in de VPRO-gids en de Volkskrant vertellen hoe zij deze roerige jaren hadden ondergaan. Ook mij werd telefonisch verzocht hierover mijn licht te laten schijnen. Ik zat met de mond vol tanden. (Niet langer de blikvangers van weleer. Sinds ik enige tijd geleden over het stuur van mijn fiets kukelde, zijn die ivoren wachters vervangen door kroonjuwelen van de tandarts. Maar over het tanende uiterlijk heb ik genoeg geschreven.)

Wat vind ik van de jaren zestig? Weinig. Ik was jong, 'de aard' lag open'. Want ik was weggelopen bij mijn eerste man. Op grond van overspel. Helaas wel dat van mij! Indertijd moest je, wilde je fatsoenlijk scheiden, als vrouw de schuld op je nemen. Dan schreef de man een zogenoemde 'contre-lettre': dat dat niet zo was. Het was wél zo, maar niet dan nadat hij... en ook heel veel vaker!

Ook werd ik genoodzaakt ons grachtenhuis - het zijne want door zijn moeder aangekocht - te verruilen voor een zielige tweekameretage. De achterkamer had geen raam en de enige warmte pruttelde uit een onwelriekende petroleumkachel. Douchen kon ik twee etages lager bij de huisbazin. Daartoe diende de douchecabinevloer eerst te worden bevrijd van een aantal kratten pils. Uit de verstopte douchekop ontsnapte een schraal straaltje.

In mijn pasverworven functie van radio-omroepster bij de VPRO nam ik de trein van half zeven, om in Hilversum om tien voor acht dagopeningen van dominees aan te kondigen. Omdat de VPRO weinig omroepuren tot zijn beschikking had, was ik, om niet al na tien minuten domineesland naar Amsterdam te hoeven terugkeren, in vaste dienst aangenomen. Om mijn loontje te rechtvaardigen, werd ik geacht de rest van de dag onduidelijke nevenwerkzaamheden te verrichten.

Op de wekelijkse redactievergadering sloegen oprukkende revolutionairen van gereformeerde komaf elkaar met linkse leuzen om de oren. De jongens waren ouder dan ik, maar hadden langer haar en waren van top tot teen in spijkergoed gehuld.

Soms moest ik onverhoopt mijn mening geven. 'Nou, eh, dat lijkt me wel een goed idee...'

Ik had geen idéé, hoorde nergens bij. Bij niemand, niet eens bij mezelf.

In Amsterdam wachtte me de 'secretaris' van James Baldwin. In tegenstelling tot de destijds bekende schrijver was hij heteroseksueel. Wel bijna even zwart. Hij liet me alle hoeken van zijn hotelbed zien. Zonder bevredigend resultaat.

De jaren zestig? Hmm.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden