De Japanse sneeuw ligt Tomba niet

Het kan geen toeval zijn geweest. Een paar minuten voordat Hermann Maier donderdag naar zijn tweede gouden medaille gleed, werd in zijn woonplaats Flachau in het Salzburgerland een lichte aardschok gevoeld: zo tussen vier en vijf op de schaal van Richter....

Van onze verslaggever

Rolf Bos

YAMANOUCHI

Zaterdag skiede Alberto Tomba de slalom in Shiga Kogen. En net nadat de Italiaan met een bar slechte prestatie voor immer afscheid had genomen van het olympisch toneel, schudde de aarde opnieuw - ditmaal in centraal-Japan, zo rond vijf op de schaal van Richter.

De nieuwe ster Maier deed zaterdag niet mee in het skigebied van Yamanouchi. De Oostenrijker mist de juiste finesses die nodig zijn om op de technische slalom hoge ogen te gooien.

Alberto Tomba, de gaande man, stond wel op de startlijst. De sierlijkste ski-discipline is zijn specialiteit. Als geen ander kan de flamboyante Italiaan langs de kippstangen glijden.

Kan, maar de verleden tijd zou hier beter op zijn plaats zijn. De inmiddels 31-jarige Tomba is dit seizoen op de latten slechts een schaduw van de atleet die sinds Calgary 1988 een imposante carrière opbouwde.

Tijdens de drie vorige Winterspelen vergaarde Tomba tweemaal goud in Calgary, eenmaal goud en eenmaal zilver in Albertville ('Albertoville', zoals hij de Franse plaats zelf noemde) en eenmaal zilver in Lillehammer. Een vierde succesvol optreden op olympische hellingen was bij voorbaat gedoemd te mislukken. Want Tomba is letterlijk en figuurlijk 'over the hill'.

Slechts één wereldbekerwedstrijd - de nachtslalom van Schladming, zijn 49ste WB-overwinning - wist Tomba dit seizoen op zijn naam te schrijven. Verder liet de playboy zich nauwelijks van voren zien. Hij trainde nog stevig, wisselde vet voor spieren in, maar het hoofd had al afscheid genomen van de wedstrijdsport.

Dat Tomba er nog was kwam vooral door de druk die zijn sponsors op zijn schouders legden. Zonder de kleurrijke 'La Bomba' zou de skiwereld immers flets worden, met louter Zwitserse en Oostenrijkse boerenzonen in de top van de ranglijsten. Mannen als Michael von Grünigen mogen goed kunnen skiën, buiten de pistes zijn het droogstoppels.

Tomba ging dus nog even door. Hij lijkt een onverbeterlijke 'macho', maar hij kan toch moeilijk 'nee' zeggen, zeker als zijn dominante vader hem vraagt er nog maar eens een jaartje aan vast te knopen. Maar dat moet nu maar eens afgelopen zijn, anders wordt hij een kermisattractie, de Buffalo Bill van het skiën.

Afgelopen donderdag kwam Tomba op de reuzenslalom pijnlijk ten val, na achttien seconden was de enige olympische confrontatie tussen 'Monster' Maier en 'Bomba' Tomba voorbij. De Italiaan verklaarde na afloop eigenlijk maar aan één ding te denken: aan 'het vliegtuig naar Italië, dat zondag vertrekt'.

Met zo'n instelling had Tomba er beter aan gedaan zich te laten overboeken naar een eerdere vlucht. Dan had hij zaterdagavond al weer thuis kunnen zijn. Nu klaagde hij zaterdag in de Japanse sneeuw over rug-, lies- en schouderpijn, opgelopen bij zijn val twee dagen eerder. Maar hij vermande zich, tegen beter weten in. Hij skiede de eerste run van de slalom uit, maar eindigde twee seconden achter de snelste man van de eerste omloop, Thomas Sykora.

Tomba zou met zijn slechte tijd bij de tweede manche niet eens in de eerste startgroep van vijftien mogen aantreden, en vond het allemaal welletjes: 'Ik ga naar mijn hotel.' Teammanager Robert Brunner vertelde dat de pijn te hevig was en dat een vervolgoptreden niet gewenst was. 'Alberto ging op jacht naar een medaille, maar gezien zijn fysieke conditie zat dat er niet in. Zelfs een wonder had hem niet meer op het podium kunnen brengen.'

Tomba en Japan liggen elkaar niet. Ook in de jaren dat de Italiaan nog wel geregeld in grootse vorm verkeerde, wilde het niet vlotten op de hellingen van de Japanse bergen. Hij won er nooit een wereldbeker-wedstrijd. Een tweede plaats in Furano in 1989 was zijn beste prestatie op de Japanse archipel.

In 1993 werd hij tijdens de WK in Morioka, die net als deze Winterspelen werden geplaagd door slechte weersomstandigheden, geveld door een voedselvergiftiging en zag hij af van de reuzenslalom. Toen de koorts gezakt was, miste hij bij de slalom een poortje.

'Weet je, ik heb altijd weinig geluk in Japan. De sneeuw hier ligt me niet, ik val er altijd in', zei hij begin deze week, voordat hij de wedstrijdski's nog moest onderbinden.

Tomba's optreden in Japan werd een anti-climax, een afscheid hem onwaardig. De Italiaan ambieert een carrière in Hollywood, maar zal eerst nog eens hartig met de Italiaanse belastingdienst moeten praten. Naar verluidt heeft hij een schuld van achttien miljoen gulden uitstaan bij de Romeinse fiscus. Zijn vader zou hem daarom nog wel een paar jaartjes op de ski's willen zetten, een Alberto-in-de-sneeuw brengt immers lires in het laatje.

Tomba af door de zijdeur, maar de olympische slalom, de laatste alpine discipline van de Spelen van Nagano, kende toch een kleurrijke finale. Niet de Oostenrijkse specialisten Thomas Stangassinger en Thomas Sykora bleken na afloop het snelst over twee runs, het waren (weer) de Noren die de toon zetten.

Na de eerste afdaling stond Sykora op de eerste plaats, direct gevolgd door liefst vier Noren: Hans-Petter Buraas, Ole Christian Furuseth, wereldkampioen Tom Stiansen en Finn Christian Jagge. Drie ervaren veteranen plus een jonge hond, Hans-Petter Buraas (22), die voor het tweede jaar in het wereldbekercircuit meedraait.

Nog nooit won Buraas een grote wedstrijd. Hij stond wel op podia en is de nummer drie in het WB-slalomklassement. Zaterdag piekte de atleet uit Gjettum, die meer op een snowboarder lijkt - hij had zijn haar fluorescerend oranje-rood geverfd - op het juiste moment. Hij gleed in de mist en vallende sneeuw foutloos naar beneden, daar waar Sykora bovenin de piste even later kostbare tijd verloor met slordig gebruik van zijn skistokken.

Buraas werd bij de laatste slalomwedstrijd in Kitzbühel tweede, achter Sykora, en blufte toen al dat dat resultaat een volgende maal omgedraaid zou zijn. 'En die volgende keer was toevallig in Nagano,' vertelde hij na afloop glimlachend aan de pers. Sykora, tevreden met brons, bromde: 'Het is altijd hetzelfde met die Noren. Ze zijn goed op WK's en de Spelen.'

In 1987 was Buraas elf jaar, toen Ole Christian Furuseth wereldbeker-wedstrijden ging skiën. De inmiddels 31-jarige Noor skiede zaterdag naar het zilver, en maakte het Noorse feestje aan de voet van de Mount Yakebitai compleet.

Furuseth, die in zijn lange carrière bij grote kampioenschappen (WK's en Winterspelen) viermaal op de vierde plaats eindigde, heeft lang moeten wachten op deze zilveren prestatie. 'Maar weet je, wij Noren doen het altijd goed in Japan.'

Dat laatste kon niet woren gezegd van Tomba, die misschien nog met een duivels genoegen vanuit zijn hotelraam moet hebben gezien hoe half Japan voor hem vastliep op de smalle bergwegen.

Zelfs keizer Akihito en zijn gade lieten zich naar boven vervoeren. Onderweg stonden duizenden mensen langs de weg met vlaggetjes in de mist opgesteld om de hoogheden te verwelkomen. Het leidde tot een onoplosbare file op de witte wegen.

Gewone stervelingen moesten de laatste glibberige kilometers naar boven te voet afleggen. Net op tijd om Tomba voor het laatst op een olympische helling te zien glijden, bereikten zij het finishgebied.

Terwijl de sneeuwvlokken naar beneden dwarrrelden, klapte op de tribune de keizerin haar witte handschoentjes op elkaar voor Tomba. Maar ondanks dat vorstelijke gebaar, passeerde de Italiaan hoofdschuddend de finishstreep. Hij wist dat het voorgoed voorbij was. Even later trilde de aarde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden