De jacht op een mysterieuze afperser

Bijna anderhalf jaar perst Dirk M. mediamagnaat John de Mol en diens zus Linda af. De politie denkt aanvankelijk aan een oplichtersbende. Maar een zwarte Audi leidt ze naar een opa in Zeist.

Dirk M. in de rechtbank. Beeld Rechtbanktekening ANP

De dreiging, geprint en gepost, staat in de brief waarmee een onopvallende man op 31 oktober 2013 het politiebureau in Hilversum binnenloopt. Hij is een van de beveiligers van mediamagnaat John de Mol. 'Ik kom aangifte doen', zegt hij tegen de dienstdoend agent. Al snel gaat de dreigbrief naar de districtsrecherche. De chef daarvan oordeelt dat dit geen grap is en neemt contact op met John de Mol. Is hij vaker bedreigd? Heeft hij enig idee wie de bedreiger is? Na De Mols antwoorden categoriseert de recherche de zaak als 'afpersing zonder bekende dader' - een zware misdaad waarbij de recherche altijd groot uitpakt, 'ook als het om jouw of mijn zus zou gaan', zegt Henk Bril, hoofd Regionale Recherche Midden-Nederland. Hij laat een onderzoeksteam formeren, het Openbaar Ministerie zet officieren van het team Zware Criminaliteit op de zaak. Vanaf dat moment zitten afwisselend 10 tot 50 man recherche op de mysterieuze afperser.

De brief gaat naar de onderzoeksruimte van het hoofdbureau in Utrecht, afdeling Forensische Opsporing. Papier, vensterenvelop, de geprinte tekst, het adres dat op een 'ouderwetse' elektrische typemachine is getypt, dna, vingerafdrukken, postzegel en poststempel worden onderzocht, maar niets leidt tot aanknopingspunten voor onderzoek. Wel worden aan John de Mol en diens zus Linda, die een kopie van de dreigbrief heeft ontvangen, familierechercheurs toegewezen. Die vormen de schakel tussen de slachtoffers en het onderzoeksteam. De familie moet van de briefschrijvers - de dreigbrieven zijn altijd in de wij-vorm - een advertentie plaatsen in De Telegraaf van zaterdag 9 november 2013, onder de rubriek 'Sportmassage', met de tekst: 'Linda, ik wacht op je massage. Bel me op...', gevolgd door een telefoonnummer waarop John de Mol bereikbaar is.

Een gedragspsycholoog van de politie maakt een risico-inschatting: gaat het hier om een gek of om een gevaarlijke crimineel? De psycholoog vermoedt dat het een oudere man betreft die de omgeving goed kent, maar adviseert de familie vooralsnog niet op de instructie in te gaan, wat ook niet gebeurt. Wel wordt extra gesurveilleerd bij de woningen van John en Linda de Mol.

De eerste brief
'Het plan is niet goedkoop. De kosten hiervoor bedragen 5 miljoen in contanten te voldoen. Inzet is uw zuster Linda cq. haar kinderen. Loopt een en ander niet volgens plan, dan vallen er slachtoffers. Dan zal de hele wereld weten dat u bezeten bent van geld en geen geld overhad voor uw zuster en haar kinderen.'

Linda de Mol Beeld anp

De tweede brief

Twee weken later, op 16 november, ontvangt John de Mol een tweede brief. 'HOE DOM!', staat er in kapitalen. De familie krijgt 'nog één kans' om een advertentie te plaatsen in De Telegraaf van 23 november. 'Een volhouder', oordeelt de politie. Nu wordt wel de gevraagde advertentie geplaatst, met het nummer van een prepaidtelefoon. Tientallen mensen bellen naar dit nep-'massage'-nummer, maar geen van de gesprekken leidt tot een mogelijke dader.

Op 26 november 2013 komt een derde dreigbrief voor de familie De Mol. Die wordt door de recherche in het postdistributiecentrum in Huizen onderschept. Zo voorkomen zij dat de brief wordt vervuild met vingerafdrukken en dna van postsorteerders en -bestellers. Zaaksofficier Annemarie Kwaspen wordt gebeld en krijgt toestemming van de rechter-commissaris om de brief te openen. In de onderzoeksruimte op het hoofdbureau snijdt een forensisch rechercheur de brief open met een steriel mes om de plakrand van de envelop intact te houden. Onder de postzegel wordt dna gevonden, maar dat matcht niet met bekend dna in de databank. In de brief schrijft de afperser dat het enkele maanden stil zal zijn - ze vertrekken naar het buitenland. 'Dat leidde niet tot minder onrust bij ons of de familie De Mol', zegt officier Kwaspen. 'Wij dachten steeds: als dit gewoon een pestkop is, gaat het wel heel ver.'

'We hebben al twee maanden Linda's huis geobserveerd en tevens diverse personen gevolgd. Zorg ervoor dat het geld op tijd wordt geleverd. Wij geven geen uitstel meer. [...] Het geduld van onze baas begint nu werkelijk op te raken en daarom is besloten tot aktie over te gaan. We zullen broertje hierover inlichten. Pas goed op jezelf en de kinderen.'

John de Mol Beeld anp

Op 29 april 2014 ontvangen John en Linda de Mol een vierde brief, waarop eveneens dna wordt aangetroffen. In deze en nog tien brieven tussen april en september 2014 vragen de afpersers opnieuw tweemaal om plaatsing van een advertentie, eisen zij verdubbeling van het 'inzetgeld' en dreigen zij familie, vrienden, werknemers en in het bijzonder de moeder en kinderen van Linda de Mol iets aan te doen. De televisiepresentatrice spendeert meer dan 100 duizend euro aan beveiliging voor haar kinderen.

Op 10 september schrijft de afperser plotseling: 'Het kat-en-muisspel zal worden gespeeld op 18 september. Let op de deurbel.' En een week later: 'Wacht op de gebeurtenissen van aanstaande donderdag. Het zal een verrassing zijn.' Was getekend: De Muis.

Donderdag 18 september, vroeg in de ochtend, wachten een forensisch en twee tactisch rechercheurs in het huis van John de Mol op wat komen gaat. Een observatieteam houdt de omgeving in de gaten. De recherche is die dag 'op oorlogssterkte' - meer dan 50 man zitten op de zaak.

Om half tien in de ochtend gaat de bel. Op de stoep een gebakbezorger van bakkerij Wassenaar in Blaricum. Het is de bakker zelf, hij overhandigt een doos met 16 gebakjes. Op de doos zit een witte envelop met een kaart waarop staat: 'Het spel gaat beginnen.'

Het hek voor het huis van John de Mol in Blaricum waar op 18 september gebakjes worden gebracht met een brief vol nieuwe aanwijzingen. Beeld anp
Het bankje in Huizen op de hoek van de nieuwe Blaricummerweg en de Sparrenlaan waar John de Mol naar toe moet gaan van de afperser. Beeld anp

Vanaf dat moment spreekt de recherche niet meer van dreig-, maar van instructiebrieven: de kaart beveelt dat John de Mol naar een bankje bij een brievenbus in Huizen gaat, op de hoek van de Nieuwe Blaricummerweg en de Sparrenlaan. Daar zal hij nieuwe instructies vinden. Het politieopsporingsteam voert de instructies uit en vindt, onder het aangewezen bankje, een brief in een plastic zak waarop een baksteen ligt. De brief verwijst naar een volgende instructiebrief, die is verstopt op de parkeerplaats bij Slot Zeist, in het struikgewas onder een boom. Opnieuw vindt de recherche daar een brief onder een baksteen, met de verwijzing naar een volgende instructie op de gemeentelijke begraafplaats aan de Woudenbergseweg in Zeist.

Ook moet John de Mol twee hotelkamers boeken op Schiphol en een auto huren van een autoverhuurbedrijf in Zeist, waarmee hij naar Wijk bij Duurstede dient te rijden. Daar zal hij twee instructiebrieven aantreffen op een parkeerplaats nabij een elektriciteitshuisje, waarvan hij alleen de eerste mag openen. Het opsporingsteam kamt de omgeving uit, maar de brieven in Wijk bij Duurstede worden niet gevonden.

'Kennelijk heeft de tegenpartij het niet aangedurfd om door te gaan', zegt onderzoeksleider Henk Bril die avond tijdens de debriefing tegen zijn coördinatieteam. Vanaf dat moment zijn ze op 'klassiek rechercheren' aangewezen. Tactisch rechercheurs verhoren in Bakkerij Wassenaar de eigenaar en het winkelpersoneel. Een verkoopster herinnert zich de klant: het gebak is die maandag ervoor besteld door een oudere man met een bril in een opvallend, blauwwit geruit overhemd. Ze wordt meegenomen naar het bureau voor de constructie van een compositietekening.

Tegelijkertijd onderzoeken rechercheurs het tijdstip waarop de bestelbon van de gebakjes is opgemaakt en lezen ze camerabeelden uit van een winkel tegenover de bakkerij. Op het tijdstip van de bestelling stond voor de bakker een zwarte auto waarvan alleen de onderste helft zichtbaar is. De politie constateert dat het gaat om een Audi A6. Wat opvalt zijn de afwijkende velgen.

Op de parkeerplaats van slot Zeist waar de volgende aanwijzing verstopt ligt in het struikgewas onder een boom.

Zwarte Audi

Dagenlang worden alle camera-opstellingen in het Gooi uitgelezen en onderzocht op een soortgelijke, zwarte Audi. Daaruit blijkt dat precies 19 minuten nadat het gebak werd besteld een soortgelijke auto de oprit naar de snelweg A1 bij Laren oprijdt. Rechercheurs rijden de route van de bakker naar die oprit, doen er eveneens een kleine 20 minuten over en constateren dat het om dezelfde Audi moet gaan. Op beeld zijn niet alleen dezelfde afwijkende velgen te zien; op de film is ook het kenteken leesbaar. Diezelfde Audi blijkt het jaar ervoor, op 1 december, nabij het huis van Linda de Mol te zijn gefilmd.

Ondertussen worden de drie bakstenen die op de instructiebrieven lagen, onderzocht. Ze leiden naar fabrikant Bylan in Limburg, die stelt dat het om 'Berlijntjes' gaat - een baksteen die tussen 1977 en 2002 werd geproduceerd. De levering aan aannemers en bouwbedrijven verliep via de Bakstenencentrale, die achterhaalt dat de stenen onder meer werden gebruikt voor de bouw van een appartementencomplex op 700 meter fietsafstand van Slot Zeist - het onderzoeksgebied. 'Dan gaan bij ons alarmbellen rinkelen', zegt Bernardine Mac-Lean, een van de twee zaaksofficieren.

De eigenaar van de Audi, die in het appartementencomplex woont, wordt gehoord. Hij erkent dat hij op 1 december 2013 nabij het huis van Linda de Mol was, maar verklaart dat zijn kinderen daar in de buurt wonen. Dit klopt met gegevens uit het Bevolkingsregister. De man ontkent in alle toonaarden iets met de afpersing te maken te hebben. Omdat hij bovendien niet op de compositietekening lijkt, constateert de recherche dat er te weinig bewijs is om hem op te pakken.

De compositietekening van de verdachte wordt getoond in een uitzending van het tv-programma Opsporing Verzocht op 30 september 2014. Die uitzending was vooral bedoeld om de dader te stoppen - de familie De Mol stond doodsangsten uit, zullen de officieren later zeggen tijdens het strafproces. Na de uitzending ontvangt de politie ruim 700 tips waarvan 100 'kansrijke' aanwijzingen worden uitgerechercheerd. Maar de dader wordt er niet mee gevonden.

Een rechtbanktekening van Dirk M. Beeld anp

Typemachine

Dan helpt toeval het opsporingsonderzoek een handje. Een van de appartementen in het bewuste complex in Zeist staat op Funda te koop. Een rechercheur onderzoekt de foto's op de site minutieus en ziet in een van de kamers, via een spiegel in een kastdeur, een elektrische typemachine staan op een boekenplank. De adressen in de dreigbrieven zijn op zo'n machine getypt.

'We gingen kijken', zegt onderzoeksleider Henk Bril. In de garage onder het appartementencomplex staat de Audi met het bewuste kenteken en de bijzondere velgen. De eigenaar wordt nu officieel als verdachte aangemerkt. Hij wordt gevolgd, zijn telefoon wordt getapt, zijn financiën worden doorgelicht; al zijn gegevens worden opgevraagd.

Onderzoek leert dat de telefoon van de verdachte een telefoonmast op Schiphol aanstraalde op de momenten dat het 'afperscollectief' steeds lange tijd afwezig was en geen brieven stuurde. Uit vluchtgegevens van de verdachte blijkt dat hij tijdens afwezigheid van de afperser steeds met zijn vrouw op vakantie was.

En de verdachte, Dirk M., is een golfer. Elke maandag staat hij op de baan. Maar juist die maandag waarop het gebak werd besteld, had hij geen plek op de golfbaan gereserveerd.

'De puzzelstukjes vielen in elkaar', zegt zaaksofficier Mac-Lean. 'De reisgegevens, de brieven, de Audi, de bestelbon, de afstanden tot de verstopplaatsen van de instructiebrieven, bakstenen, het appartementencomplex en de typemachine.'

Demente Dirk M. hoeft de cel niet meer in
Dirk M., de man die John en Linda de Mol ruim een jaar heeft afgeperst, is donderdag veroordeeld tot een celstraf van 441 dagen, waarvan 300 voorwaardelijk. Die straf heeft hij in voorarrest al uitgezeten. Ook moet hij 50 duizend euro betalen aan Linda de Mol, die meer dan een ton spendeerde aan beveiliging van haar kinderen. Ze eiste daarvan de helft terug, te betalen aan haar fonds Linda Foundation, waarmee onbemiddelde gezinnen financieel worden gesteund.

Volgens de rechters is M. sterk verminderd toerekeningsvatbaar. Hij lijdt aan frontaalkwabdementie, een vorm van dementie die het empathisch vermogen ernstig aantast en die leidt tot obsessief, amoreel gedrag.

De ziekte was reden om M.'s voorarrest al eerder op te heffen; detentie maakte hem suïcidaal. Volgens getuigen-deskundigen verergert opsluiting het ziekteproces en moet de veroordeelde professioneel worden begeleid.

Op 3 maart betuigde M. spijt voor de rechtbank in Utrecht. Hij vond het 'heel verschrikkelijk' wat hij de familie De Mol en zijn eigen familie heeft aangedaan.

De laatste stap

Op 3 december 2014 rijdt een politieteam 's ochtends rond 9 uur, samen met een rechter-commissaris en zaaksofficier Mac-Lean, naar het appartementencomplex in Zeist. Twee rechercheurs in onopvallende kleding bellen aan. De verdachte en zijn vrouw zijn thuis, blijven rustig en zijn verbaasd over het politiebezoek. De echtgenote zet koffie, haar man wordt gehoord. Net als bij het eerdere verhoor ontkent hij de familie De Mol te hebben afgeperst. Hij weigert dna af te staan. Dan geven officier Mac-Lean en de rechter-commissaris opdracht tot huiszoeking.

Rechercheurs vinden vensterenveloppen die identiek zijn aan de enveloppen waarin de dreigbrieven zijn verstuurd. In een ruimte met afvalcontainers onder het bewonerscomplex treffen ze een stapel bakstenen aan die overeenkomen met de eerder gevonden 'Berlijntjes'. Ze vinden een blauwwit geruit overhemd, dat sterk lijkt op die van de compositietekening. Ze nemen een iPad, laptop en computer in beslag, evenals een perforator met confettisnippers.

Na die vondsten wordt Dirk M. gedwongen dna af te staan - de verdenkingen tegen hem zijn overtuigend. De politie neemt zijn wangslijm af en neemt de man mee naar het cellencomplex in Houten, waar hij in voorarrest wordt geplaatst.

Linda en John de Mol. Beeld anp

Diezelfde middag onderzoeken rechercheurs de confettisnippers die in de perforator zijn aangetroffen. De ronde stukjes papier passen niet alleen in sommige dreigbrieven; ook corresponderen ontbrekende cijfers met enkele cijfers op het perforatiepapier.

's Avonds om kwart voor zes gaat de telefoon van zaaksofficier Mac-Lean. Het is het forensisch onderzoeksinstituut NFI: dna in het wangslijm van de verdachte correspondeert met het dna dat onder postzegels op de dreigbrieven is aangetroffen. De officier belt de politie, die meteen de advocaat belt om de verdachte nog diezelfde avond te kunnen horen. Twee rechercheurs rijden naar Houten en spreken met de arrestant in een verhoorkamer.

Pas als zij hem confronteren met de dna-match, geeft de afperser het op. Hij is even stil, buigt zijn hoofd en antwoordt: 'We hebben het spel verloren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden