De jacht op bevroren gedachtengoed

De onlesbare dorst naar een boek over de huid, de hang naar Lorentz of Zeeman, een eerste druk van Darwin, een brief van Pasteur of een vroege Thomson....

HET IS NET twee weken in huis: een briefje - een kattebelletje is het eigenlijk - van de grote Fransman Louis Pasteur, gedateerd 24 maart 1885. Wetenschappelijk antiquaar T. de Boer in Zwolle heeft het bij een collega op de kop getikt, mee naar huis genomen, en is ermee gaan zitten zoals hij met alle pracht-aankopen doet. Als een kind dat een nieuw speeltje heeft.

Kijken. En nog eens kijken. Tot hij weer beseft dat het handel is. Dan gaat de knop om, dan mag het weer weg.

De antiquaar, een zachtmoedige boom van een kerel met een mengvorm van Assens en Amsterdams in de mond, haalt het velletje uit een map. Zwierig handschrift op papier waar je vandaag de dag niet meer om komen moet. Negentiende-eeuwse wellevendheid. 'Mijnheer, met veel plezier heb ik het rapport over de inentingen tegen miltvuur gelezen die onder uw auspiciën plaatsvinden in Nederland. Hun succes is onweerlegbaar.'

Waarschijnlijk, zegt De Boer, zijn de knap tien regels gericht geweest aan W.P. Ruysch, tussen 1884 en 1887 adviseur van het ministerie van Binnenlandse Zaken voor medische en veterinaire kwesties. Het moet een van de weinige momenten zijn geweest dat Pasteur gedachten wijdde aan de Nederlandse situatie. De Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst heeft in elk geval niet één brief van Pasteur. Vandaar ook de prijs die De Boer er dezer dagen in de Amsterdamse RAI voor wil hebben - 3500 gulden. Hij legt het dubbel gevouwen unicum behoedzaam terug. Voor de liefhebber.

Vandaag, zaterdag, is de derde en laatste dag van de zestiende Europese Antiquarenbeurs. Prenten, kaarten, boeken, oud en minder oud, staren in de hal van het congrescentrum de paar duizend gegadigden aan die doorgaans op dit soort dagen afkomen. De Boer heeft er onder meer een vierdelige eerste druk van Bernouilli uit 1742 liggen, met wiskundige verhandelingen en referaten. Een Paracelcus over wondbehandeling uit 1565. En, absoluut topstuk, een zestiendelig huishoudelijk, natuur- en zedenkundig woordenboek 'vervattende veele middelen om zijn goed te vermeerderen en zijn gezondheid te behouden'. De originele Chomel uit 1778, compleet - jawel - 10.500 gulden.

En behalve de Pasteur nog een brief van tweehonderd Japanse fysici uit 1957 aan Otto Frisch, een verzoek om te protesteren tegen testexplosies van de waterstofbom. Een originele foto van Einstein, rond 1915. Dito van Niels Bohr van rond 1935. Je reinste historisch materiaal, dat liefhebbers het water in de mond brengt.

De beurs, och, De Boer houdt er wel van, die opgewonden drukte, dat praten. Vroeger had hij dat winkeltje in de Zwolse binnenstad en daar werd hij op den duur toch niet goed van. Al die mensen die maar kwamen vragen of hij deeltje zeventien van de Salamanderreeks had, of weet hij welk deeltje. Geen verzamelaars, spaarders waren dat.

Die doet hij niet meer. De winkel is opgedoekt, nu heeft hij een kantoorpand van waaruit de catalogi worden verzonden, en de pakjes in bruin pakpapier. Om de stilte te verdrijven draait hij Mahler. Nu en dan zoemt de fax of informeert een klant via de telefoon naar een werkje. Een Japanse hoogleraar Nederlandse taalkunde die een Nederlands woordenboek zoekt dat werd gebruikt toen de Hollanders op Decima zaten, de enige niet-Japanners met wie contact bestond. Maar ook een Duitser die een boek over de gezondheidszorg voor binnenschippers zoekt, dat uit 1979 stamt. Niets bijzonders, lijkt het, maar wat uitverkocht is, heeft nu eenmaal antiquarisch belang. Ook een studie van vijftien jaar oud.

Uit de achterkamer blikken de boeken in stellingen tot aan het ornamenteel gestucte plafond neer op de handelaar in de voorkamer. Soms, bekent hij, zoekt hij gewoon een aanleiding om even de deur uit te gaan. Mensen spreken. Anders wordt het hem iets te veel Kaas van Elsschot.

De beurs is anders, daar heerst de passie. De Boer is er het verzamelpunt voor de gegrepenen van de wetenschapsgeschiedenis, gespecialiseerd als hij is. 'Het is altijd een beetje als een doorlopend hoorcollege voor me. Dan weer heb je iemand die alles van Van Leeuwenhoek weet, dan weer een liefhebber van Boerhaeve. Je treft er die neuroloog die de late 19de eeuw afgraast. De medicus met een onlesbare dorst naar historische werken over de huid. Fysici met een hang naar Lorentz of Zeeman.'

Een jaar of twaalf geleden besefte De Boer voor het eerst dat hij misschien wel de enige antiquaar in Nederland was die met die mensen op enig niveau kon converseren, bèta als hij was. Begin jaren zeventig studeerde de jongen uit Zwanenburg aan de Vrije Universiteit in Amsterdam medische biologie en moleculaire genetica. Spannende nieuwe vakgebieden, waren dat. Hij had er een aardige carrière in kunnen krijgen. Maar het ging anders.

Bij een vriend op bezoek wandelde hij door Zwolle, zag een schoenwinkel met het opschrift 'Opheffingsuitverkoop' en huurde in een impuls het pand plus de schappen. Hij zette er goeddeels zijn eigen boekenverzameling op de planken en was, ook tot zijn eigen verbazing, plots antiquarisch boekhandelaar. 'Nooit eerder over nagedacht, maar toen het eenmaal in mijn dolle kop zat, kon het niet anders meer. Alles viel op zijn plaats.'

Al die zaterdagen, bijvoorbeeld, die hij al als vijftienjarige op de fiets naar Haarlem en Amsterdam was gereden om er te te neuzen in de ramsj. Russen zocht hij toen nog, met zijn kop vol Grote Romantische Gedachten. En maar lezen. Toen hij na de hbs-b ging studeren, kwamen daar wetenschappelijke werkjes bij. Een eerste druk van Darwin, On the Origin of Species. Op veilingen deed hij maar wat, maar gaandeweg begon hij het universum van loven en bieden te doorgronden.

Nu is Antiquariaat De Boer een instituut, met ongeveer tweeduizend instellingen en bibliotheken over de hele wereld die hem geregeld aanschrijven over historisch materiaal dat ze zoeken. Of dat ze aanbieden. Van particuliere verzamelaars en wetenschapshistorici heeft hij er minstens zoveel. Dat zijn de ware verslaafden. En hij, haha, de dealer, ja. Dealer in bevroren ideeën.

'Er zijn klanten die je letterlijk dag en nacht kunt bellen omdat je iets bijzonders voor ze hebt. Mensen die grote bedragen in hun verzameling of bibliotheek steken, uit een pure vorm van verzamelwoede. Die mij vragen te bieden op veilingen omdat ze weten dat ze zich niet kunnen beheersen en toch driemaal zoveel zullen bieden als ze van plan waren.'

Pas als je erin gaat handelen, slijt dat. Dan is er naast de passie voor boeken ook nog de winst- en verliesrekening. Dan geniet hij van het binnenslepen, zoals alle verzamelaars doen, maar hij kan het ook gemakkelijk weer laten gaan. Alleen bij topstukken komt het beest wel eens in hem boven. Dan gaat hij verder dan strikt zakelijk verantwoord zou zijn. Maar, a là, hij kan er goed van leven en het meeste geld steekt hij toch weer in de collectie.

Het heeft, zijn stem zakt samenzweerderig een octaaf, te maken met de jacht. Ga maar na. Het zijn om te beginnen al bijna uitsluitend mannen die je in dit wereldje tegenkomt. Dat heeft natuurlijk wel iets te maken met de exacte wetenschappen en het aandeel vrouwen daarin, maar er is meer aan de hand. Jagen op schaars goed, het is bijna een aandoening soms. En de grootste geesten lijden er aan, hoor. Namen noemt hij uiteraard niet.

Jagen, dat is het. Hij zegt het wel vaker tegen die verstokte verzamelaars: als je morgen dood bent, is het verband weg. Dan is alles wat je ervan weet voor eeuwig verdwenen. Dus doe iets, schrijf een boek, promoveer er voor zijn part op.

'Maar voor de meesten zijn het zuivere privé-genoegens. Het binnenhalen en hebben an sich. Belangrijke werken, bij ze thuis in de kast, ook al kun je die soms ook in de universiteitsbibliotheek wel vinden. En originelen. Er is weinig zo fascinerend als het gestolde gedachtengoed van grote geleerden. Notities of brieven waarin voor het eerst een gedachte is geformuleerd die iets wezenlijks heeft bijgedragen. Of op zijn minst de eerste drukken waarin dat gebeurt. Dichterbij kun je niet komen.'

De buitenwereld begrijpt daar niets van, dat weet De Boer best. Wat hij doet, is saai. Vaak staan er geeneens plaatjes in, zoals bij zijn collegae antiquaren. Nee, een eerste druk Mme Curie uit 1924, L'isotope et les éléments isotopes. Thomson over het elektron. Een rapport van de commissie tot onderzoek van het vraagstuk der levensmiddelenvoorziening van 's Gravenhage in normale tijden, 1922. Who cares?

Drie jaar terug nog, het Pieter-Zeeman-archief dat toen in Amsterdam op een zolder was gevonden. Dat werd geveild op dezelfde zitting als twee eerste drukken van De Avonden van Reve. Daar stond het NOS-Journaal dus met een knots van een camera bovenop. Maar dat er een uniek archief van een belangrijk Nederlands fysicus, groots Nederlands gedachtengoed dus, onder de hamer was, ontging bijna iedereen.

Bijna. Want terwijl De Boer zich opmaakte voor de Grote Slag, bleek een collega in opdracht van een Japanner te bieden wat er maar gevraagd werd. Weg buitenkansje, maar je moet je verlies kunnen nemen, haast de antiquaar zich. Je moet na afloop wel nog met je collega's in de kroeg kunnen zitten, tevreden met hoe de buit ditmaal verdeeld is.

'Misschien wel het opwindendste is het fantaseren vooraf over de manier waarop een veiling zou kunnen verlopen. In de praktijk pakt het altijd anders uit, maar vaak zit je tevoren met de catalogus en krijg je natte handjes bij de gedachte dat die en die er misschien wel niet is. Of de catalogus niet heeft bekeken. Dat je een klapper maakt, terwijl iedereen de andere kant op kijkt.'

Dat wordt minder, want veel materiaal verdwijnt uiteindelijk naar instituten en bibliotheken via nalatenschappen. Het komt niet terug op de markt, zoals met postzegels van dode verzamelaars. Maar laatst had hij er nog een, een eerste druk van Firchoff, Szellular Pathologie, gewoon tussen een doos troep op een beurs. Voor een paar tientjes scoorde hij daar even een standaardwerk van een befaamd medicus. Een feestje.

Hij gebaart langs de wanden van het kantoor. Alles is hier te koop, maar niet zijn vele honderden titels tellende handbibliotheek. Dat is zijn gereedschap. Daar bevinden zich de wetenschapshistorische verhandelingen, de bibliografieën, de indexen, bibliotheek-catalogi, annotatiewerken waarop de handel is gebaseerd. Vijftien jaar ervaring doet een hoop, maar uiteraard weet hij ook niet alles van alle natuurwetenschappen, dat is onmogelijk. Maar al neuzend en bladerend is vaak goed te achterhalen wat belangrijk is en wat niet. Wat zijn prijs mag hebben, en wat niet.

De naïeve jongen is er daarmee bij hem inmiddels wel uit. Kom hem niet aan met verhalen over wat iets heeft gekost en dat hij toch maar boft dat we het slechts voor het dubbele van de hand willen doen. De Boer trekt zelf wel zijn conclusies. 'Wat overigens ook zijn sporen nalaat. Ik kan tegenwoordig in veilingstatistieken zitten kijken naar de prijzen en opeens denken, verrek, daar staat wat omdat ik het laatst gekocht heb. Merkwaardig wat je met een lijstje van vierduizend klanten kunt bereiken.'

Voor de zekerheid heeft hij daarom sinds enige tijd een tapestreamer, je weet wel, zo'n apparaatje om de bestanden op de computer mee op een cassettebandje te zetten. Dat kan in de kluis, met de collectie-inventaris van dik twintigduizend titels en met de adreslijst van de wereldwijde clientèle. Voor het geval dat.

Weer dat octaaf lager. Soms, heel soms is er die gedachte als hij daar zit tussen de boeken - volop werk, keurig bureau, computer, laptop voor onderweg, plannen voor een eigen home page op Internet. Ik, denkt hij dan, doe alles weg en begin opnieuw. Opwindend idee.

Martijn van Calmthout

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.