De islam is de oplossing voor iedereen

Non-fictie Tariq Ramadan, de ‘jetset-theoloog’, pleit voor hervorming van de islam, maar blijkt vooral een missionaris. Door Henk Müller..

Door Henk Müller

De islam moet dringend worden hervormd, en Tariq Ramadan is van deze boodschap de profeet. Hij reist de hele wereld af om in lezingen, tv-optredens en op conferenties duidelijk te maken dat zonder hervormingen de islam niet de rol kan opeisen die zij op het wereldtoneel verdient. De islam heeft volgens hem een groot hervormer nodig, iemand van het kaliber Luther. Ramadan, van huisuit filosoof, zal zichzelf niet direct een Luther noemen. Hij herkent zich eerder in de traditie van de drie grootste negentiende eeuwse hervormers in de islamitische wereld, Jamal al-Din al-Afghani, Mohammed Abduh en Rashid Rida.

Zoals Luther teruggreep op de Bijbel om de uitwassen van eeuwenlange kerkelijke tradities te bestrijden, zo wilden deze hervormers terug naar de Koran en de profetische tradities (hadith). Eeuwenlang was er in hun ogen een wildgroei aan opvattingen, scholen en interpretaties gegroeid, die de zuivere islam verstikten. Maar in feite zochten ze een antwoord op de vraag waarom het Westen in die tijd militair, strategisch en cultureel de islamitische wereld voorbij wist te streven.

De kernvraag in de discussies tussen de hervormers was in hoeverre je westerse ideeën over kon nemen en of je de heilige teksten kon zien in het licht van de moderne tijd. Was er ruimte voor interpretatie of was alles letterlijk waar? Waren islam en de moderne tijd tegenpolen of vulden ze elkaar juist aan?

Rashid Rida en diens navolgers (onder wie Ramadans grootvader Hassan al-Banna, de grondlegger van de Moslim Broederschap), meenden dat de islam en het Westen tegenpolen waren. De islam was superieur. Punt. Dat leidde onherroepelijk tot conflicten. Want de ironie van de geschiedenis wil dat islamitische landen in die jaren alles overnamen van het Westen. Legerstructuur, onderwijssysteem, gezondheidszorg en niet in de laatste plaats: de natiestaat. Eeuwenlang hadden rechtsgeleerden in relatieve onafhankelijkheid hun werk kunnen doen. Nu waren het ambtenaren geworden. Voor groeperingen als de Moslim Broederschap die aan de fundamenten van de nieuwe staten tornden, was geen plaats.

Ramadan wil een stap verder gaan dan zijn negentiende-eeuwse voorgangers en op basis van zijn bronnenonderzoek nieuwe leefregels en inzichten presenteren die moslims in deze geglobaliseerde wereld de plek moet geven die ze verdienen. Al-Afghani en de zijnen stelden vooral vragen, Ramadan heeft vooral antwoorden.

Radicale hervorming bestaat uit drie delen. Na de klassieke rechtsbeginselen (usul al-fiqh) te hebben behandeld, gaat Ramadan in op wat hij de context (al-waqi) van het recht noemt; daar probeert hij wetenschappelijke principes en de maatschappelijke context in overeenstemming te brengen met de religie. In het derde, meest interessante deel, past hij zijn bevindingen toe op ondermeer media, democratie, de positie van vrouwen en onderwijs.

Ramadan is vaak in opspraak gekomen en kreeg het verwijt dat hij een dubbele agenda heeft. Hij doet zich modern voor, maar zou in feite een islamist zijn. Feit is dat de jetset-theoloog het internationaal goed doet en aan de prestigieuze universiteit van Oxford is verbonden. Ramadan weet een grote schare aanhangers en bewonderaars aan zich te binden. Feit is ook dat Ramadan er een wollig taalgebruik op na houdt waar wel meer in de Franse traditie geschoolde denkers last van hebben.

Toch is zijn boodschap in de kern simpel. Neem de democratie. Ramadan schrijft dat dat ‘geen waarde’ is. Hij zegt: ‘Democratie zou alleen een waarde kunnen zijn als zij het respect voor een reeks andere hogere waarden zou garanderen. Dan zou zij een waarde zijn die niet anders dan relatief kan zijn. Zij is geen waarde an sich’. Hij voegt hieraan toe dat democratie vrede, mensenrechten, waardigheid en vrijheid niet garandeert. Democratie moet in dienst staan van ‘echte’ waarden en dat zijn de waarden van God. Mensenrechten gelden niet universeel, ze stammen van God, als je het Woord van God anders interpreteert krijg je andere mensenrechten.

Ramadan is niet alleen in het Westen omstreden, maar ook in de islamitische wereld. De voornaamste reden is dat hij daar beschouwd wordt als een dilettant die wel erg hoog van de toren blaast. Zo wijst Ramadan elke vorm van islamitische theologie af. Die bestaat volgens hem letterlijk niet. Vreemd, omdat theologie in de islamitische wereld als koningin der geesteswetenschappen wordt beschouwd. Dat Ramadan geen oog heeft voor theologie of andere vormen van kritische beschouwing is niet verwonderlijk, want hij acht de menselijke rede een bron van ‘misplaatste trots’ die de behoefte aan God ‘verstikt’ in de ‘illusie dat de rede genoeg is om het universum te doorgronden’.

Ramadan geeft een verkeerde voorstelling van zaken als hij beweert dat hij in de traditie van hervormers als Al-Afghani en Abduh staat. Want in tegenstelling tot Rashid Rida zagen deze twee geen tegenspraak tussen rede en religie. God had de mens volgens hen niet voor niets zijn verstand gegeven en als in de Koran staat dat God de aarde heeft uitgespreid en bergen heeft aangebracht dan kun je dat niet letterlijk nemen. Dan moet de rede de uitleg te hulp schieten, of zoals Abduh zei: ‘Het gaat er niet om of moslims de moderne tijd kunnen accepteren, maar of een mens nog wel moslim kan blijven’.

Voor Ramadan vormen zulke vragen geen enkel probleem. Hij schrijft bijvoorbeeld dat ‘de geopenbaarde Tekst niet alleen geen obstakel vormt voor de menselijke rede, maar nieuwe horizons van rationaliteit opent’. De rede dient de Koran te volgen en komt dan tot nieuwe inzichten. In dat licht bezien mag het welhaast een wonder heten dat Galilei, Newton, Darwin en Einstein tot zulke revolutionaire inzichten wisten te komen, terwijl ze de Koran niet kenden.

De essentie van het probleem met Ramadan is dat hij veel over hervormen praat, maar tevens een muur heeft opgetrokken rondom die onderwerpen waarover discussie het meest nodig is: de status van de Koran en die van de menselijke rede. Het trefwoord bij die discussie is ijtihad, de inspanning om religieuze bronnen te begrijpen en te interpreteren. Dat biedt in principe vrijheid voor interpretatie. Ijtihad is een term die Ramadan wel veel gebruikt, maar niet toepast. Daarvoor moet je de bronnen ook durven en kunnen interpreteren en dat kan niet als je ze tegelijkertijd onaantastbaar verklaart.

Voor wie is Radicale hervorming bedoeld? Moslims die de traditie kennen, zullen zich vaak ergeren aan de hoogdravendheid en de geringe diepgang. Voor minder goed ingevoerde moslims is zijn betoog te abstract en voor niet-moslims is het behoorlijk ontoegankelijk. Maar één ding is zeker: de weg die Ramadan met dit boek is ingeslagen loopt dood. De geestelijke macht in de islamitische wereld is tegenwoordig aan de staat, niet meer aan de ulama, de wetsgeleerden. Ramadan dicht bij het uitvoeren van zijn ‘hervormingsprogramma’ aan individuele rechtsgeleerden een belang en een status toe, die ze allang niet meer hebben.

Na lezing van dit ‘magnum opus’ rest de indruk dat de auteur zich niet erg bekommert om lastige zaken als kritisch bronnenonderzoek of de geloofstwijfel waar zijn voorgangers mee worstelden. Ramadan is geen hervormer, laat staan een profeet, maar in de allereerste plaats een missionaris, voor wie de islam de oplossing biedt voor alle problemen en voor alle mensen overal ter wereld. Iedereen is uiteindelijk een moslim.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden