De Irakezen: bevrijde burgers, gevaarlijke verdachten

Eindelijk begint de oorlog in Irak een beetje op de bevrijding van Parijs (1944) te lijken, zei een Amerikaanse commandant opgelucht nadat zijn manschappen door enkele duizenden inwoners van Najaf met vreugde waren begroet....

De televisiebeelden van afgelopen week: Amerikaanse en Britse militairen die Iraakse mannen behandelen als gevaarlijke verdachten. Handen op het hoofd of liggend op de grond; afgevoerd naar een helikopter omdat er een bundel geld in hun auto lag. Waren die mannen betaald door Saddams milities om de opmars te verstoren?

Een inval in een armzalig boerenhuis, man, vrouw en kinderen zittend in het zand met de handen omhoog, alleen grootmoeder zet binnen onverstoorbaar haar gebed voort. Er was een scherpschutter in de buurt gesignaleerd, zegt een jonge coalitie-soldaat (imposant met helm en geweer). De eerste week hadden hij en zijn maten de Iraakse burgers met open armen tegemoet getreden, hulpvaardig. Maar sommige burgers werden opeens schutters, bij Najaf had een man zichzelf en vier Amerikanen opgeblazen. Sindsdien is argwaan het devies.

Een déja vu. De Somaliërs onthaalden de in hun ogen futuristische bevrijders op achterdocht en vijandigheid. Die kerels waren erger dan hun eigen krijgsheren die het land naar de knoppen hadden geholpen. In de VS was de verbijstering groot. Bij vader Bush, die vlak voor zijn vertrek nog een goede daad had willen plegen. En bij opvolger Clinton, die voor de actie had gepleit, maar Somalië weer aan zijn lot overliet, nadat Amerikaanse lijken door de straten van Mogadishu waren gesleurd. De regering van Bush jr. was dus gewaarschuwd.

Vreemde volken zien Amerikaans optreden als imperialisme. 'Welke Amerikaanse blangen stonden er dan op het spel in Somalië?', riposteerden de Amerikanen verongelijkt, want voor hen was het een altruïstische, ideële daad. Dat was het waarschijnlijk ook, maar het werd door grote delen van de wereldbevolking niet geloofd, vooral niet door moslims. Het zelfverzekerde, zeg maar arrogante, gedrag van de commando's kwam neokoloniaal over, en hun motieven raakten onder het zand.

Hoe veel sterker zal dit zijn in de Irak-oorlog, waar wel grote belangen zijn (olie, natuurlijk). Typerend is het standpunt van het weekblad L'Intelligent/Jeune Afrique. De oorlog tegen Saddam Hussein heeft maar één doel, meent hoofdredacteur Béchir Ben Yahmed: de politieke en economische hegemonie van de VS vestigen in het Midden-Oosten. En zo het Israël van Sharon terzijde staan. Niks democratisering en vredesoverleg met de Palestijnen: het model-Sharon voor het gehele Midden-Oosten.

Arabische complottheorie? Ben Yahmed gaat voorbij aan de wezenlijke angst in Washington voor het gevaar van massavernietigingswapens, maar hij geeft ook goede redenen voor de Arabische argwaan. Zo wordt in een artikel in zijn blad van twee weken geleden gewezen op de neoconservatieve lobby Project for the New American Century. Die ijvert sinds 1997 voor energiek Amerikaanse leiderschap in de wereld (in tegenstelling tot het 'slappe' beleid van Clinton) om te beginnen met militair ingrijpen in Irak. Vooraanstaande leden waren huidige machthebbers als Rumsfeld en Wolfowitz, en hun adviseur Perle.

Opzienbarend in hun heldere betogen is een onverholen nonchalance over de rol van Arabieren, zowel bondgenoten als vijanden. Zo hield Wolfowitz in 1998 een Senaatscommissie voor dat een mars op Bagad niet nodig zou zijn: de bevrijding van het shi'itische zuiden zou volstaan, want de shi'ieten zouden vervolgens zelf Saddam wel verdrijven. Perle vergeleek de Iraakse oppositie (berucht om zijn verdeeldheid en gebrek aan daadkracht) met een noodrantsoen: beetje water erbij en klaar.

In die lijn ligt de verwachting als bevrijders te worden begroet door een volk blij verlost te zijn van een dictator . Kenners van de islam en de Arabische wereld hadden de Amerikaanse regering kunnen vertellen dat de gevoelens niet zo eenduidig liggen. Zo schrijft Bernard Lewis in zijn boek What Went Wrong (2002) dat voor moslims het begrip vrijheid weinig betekent, in tegenstelling tot rechtvaardigheid. (Saddam is een onrechtvaardige leider.) Dat ongelovigen moslims bevrijden is een onmogelijkheid. Dat verklaart misschien de weifelende houding van de shi'itische gelovigen en geestelijken.

Bevrijd door de verkeerden. Dat is de tragedie die Ben Yahmed ziet. Liberalen zoals hij - voorvechter van de democratie in Afrika en de Arabische wereld, voorstander van de 'gerechtvaardigde oorlog' tegen Irak na de invasie van Koeweit - voelen zich in de richting van hun tegenstanders in eigen kring gedreven. De acties van de Amerikanen én de terreurdaden van Al Qa'ida of dreiging van Saddam Hussein hebben één effect gemeen: de islamisten winnen aanhang, de hervormers raken verder in de verdrukking.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden