InterviewAnis Boumanjal

De innerlijke strijd van advocaat Anis Boumanjal

Anis Boumanjal.Beeld Kiki Groot

Hij zal de belangen van de salafistische alFitrah-moskee altijd verdedigen. Toch merkt advocaat Anis Boumanjal dat hij ‘een onbewuste perverse drang’ heeft zich van de moskee te distantiëren. Iets wat hij bij moordenaars niet heeft. Waarom die worsteling?

De zitting tegen de salafistische ­moskee alFitrah is donderdag net ­afgelopen als ­advocaat Anis Boumanjal zijn cliënt, de omstreden imam Suhayb Salam, een preek geeft. ‘Ik vind het niet verstandig dat je geen interviews doet’, zegt hij. ‘Er is beeldvorming over je, die moet je rechtzetten. Nu zien ze alleen een boze man met een baard.’

Even daarvoor heeft de advocaat met een vurig betoog de belangen van de moskee in de rechtszaal verdedigd. AlFitrah weigert informatie te geven aan de parlementaire ondervragingscommissie die ongewenste beïnvloeding door buitenlandse ­financiering binnen moskeeën ­onderzoekt. Daarvoor zijn allerlei ­redenen. Niemand die dat beter kan verwoorden dan hun advocaat.

Moslims die in de verdrukking dreigen te raken, in botsing met het Nederlandse systeem, komen opvallend vaak terecht bij de Utrechtse advocaat Anis Boumanjal (42). Zo was er een man die met twee vrouwen was getrouwd. Een buschauffeur die weigerde vrouwen de hand te schudden. Een islamitische basisschool die geen schoolruimte dreigde te krijgen van de gemeente. En nu weer de salafistische moskee uit Utrecht.

Maar, en dat wil Boumanjal wel nadrukkelijk gezegd hebben, hij verdedigde ook Club Rodenburg uit Beesd die werd bedreigd met sluiting na incidenten met drank, drugs en geweld. Hij doet niet louter precaire ‘moslimzaken’, maar ook kwesties die daar juridisch en maatschappelijk ver vanaf staan. Al trekken die beduidend minder aandacht.

De laatste tijd bemerkt Boumanjal bij zichzelf iets curieus. Hij heeft een zeer uiteenlopend klantenbestand – van moordenaars tot kruimeldieven – maar juist bij cliënten als alFitrah, de moskee die nog nooit ergens voor is veroordeeld, voelt hij de behoefte om afstand te houden. Als Nederlander met een Marokkaanse achtergrond en belijdend moslim is hij huiverig door anderen met de moskee vereenzelvigd te worden. ‘Ik heb de onbewuste perverse drang om duidelijk te maken dat ik bij deze organisatie alleen als advocaat betrokken ben. Als persoon keur ik niet alles goed wat alFitrah doet. Maar ik vecht hard voor hun recht om anders te zijn.’

Rechter: Alfitrah-moskee moet meewerken

De salafistische moskee alFitrah moet de parlementaire ondervragingscommissie alle gevraagde stukken geven. Dit heeft de voorzieningenrechter vrijdag beslist. De rechter vindt dat de commissie in haar recht staat de informatie op te vragen, als die nodig is om de onderzoeksvragen te beantwoorden. En dat hiermee de vrijheid van godsdienst niet wordt geschonden. De moskee weigerde de documenten te geven, waarna de commissie alFitrah voor de rechter sleepte. Die stelde de ondervragingscommissie volledig in het gelijk. Als alFitrah niet binnen twee weken met de stukken komt, moet de moskee een dwangsom ­betalen van 2.000 euro per dag.

Waarom hebt u die ‘onbewuste perverse drang’ om u te distantiëren van alFitrah?

‘Omdat ik het gevoel heb dat het publiek niet altijd doorheeft dat ik louter als advocaat hun belangen behartig. Ik word weleens gevraagd voor tv-programma’s. Dan lijken ze ineens te verwachten dat ik het salafisme ga verdedigen. Maar dat doe ik niet, dat wil ik niet.’

U verdedigt ook moordenaars. Van hen neemt u geen afstand.

‘Bij een moordenaar zit er een dikke lijn tussen hem en mij. Maar bij een salafistische moskee krijg je toch snel dat mensen denken: hij is moslim, dat zullen ook wel zijn denkbeelden zijn. Zo wil ik niet gezien worden. Misschien is het koudwatervrees en moet ik er lak aan hebben hoe mensen over mij denken. Maar ik betrap mezelf erop dat het wel leeft.’

Respecteert alFitrah dat u anders over de islam denkt?

‘Dat doen ze. Ze waarderen mij als advocaat. Jaren geleden kwamen ze via een tussenpersoon bij mij terecht. Ze waren verbolgen dat de moskee van de gemeente geen nachtgebeden mocht houden. Dan komt mijn rechtvaardigheidsgevoel naar boven. Als een Joodse of christelijke instelling bij mij zou aankloppen zou ik met dezelfde gedrevenheid voor hun vrijheden vechten.

‘Die zaak over de nachtgebeden liep goed af. Toen kwam alFitrah met meer zaken bij mij, soms op rechtsgebieden buiten mijn specialisatie. Ik heb toen andere advocaten gevraagd te helpen. Maar sommigen wilden hun naam niet gelinkt hebben aan deze organisatie. Toen dacht ik: dan ben je wat mij betreft als advocaat geen knip voor de neus waard. Onrecht is onrecht, ongeacht iemands reputatie.’

Zeventien jaar is hij nu advocaat. Al zegt hij zelf dat hij met de jaren milder is geworden, nog steeds valt in de rechtszaal zijn temperamentvolle optreden op. Ooit zei een rechter tegen hem dat zijn gedrevenheid ook zijn valkuil kan zijn. Soms drijft hij rechters tot waanzin. Maar hij oogst ook respect met zijn vasthoudendheid, waarmee hij niet zelden kansloos geachte zaken wint. Vroeger werd hij naar eigen zeggen vaak onderschat, inmiddels is dat voordeel verdwenen.

Zelf groeide Boumanjal op in de Utrechtse wijk Overvecht, waar ook de moskee van alFitrah staat. Zijn vader nam hem als kind mee naar een andere moskee, Omar al Faroek, en stuurde hem in het weekeinde naar een moskeeschool. ‘Ik wilde liever thuisblijven en Telekids kijken dan naar de moskeeschool gaan’, zegt hij. Maar zijn vader vond het van belang om dat deel van zijn cultuur aan zijn kinderen mee te geven. ‘Pas later realiseerde ik me dat ik er veel aan heb gehad. Via de moskee leerde ik over de arabische cultuur en van mijn ­vader erfde ik zijn doorzettingsvermogen.’

Zijn eigen kinderen gaan in het weekend ook één dagdeel. Maar doordeweeks zitten ze op een gemengde school, met kinderen van alle achtergronden. ‘Op een islamitische school bestaat je omgeving vooral uit kinderen met een Turkse en Marokkaanse achtergrond’, zegt hij. ‘Ik wil dat mijn kinderen opgroeien met alle soorten kinderen, van alle kleuren en geloven. Omdat dat de realiteit is van Nederland. Anders wordt hun blik op de ­wereld te beperkt.’ Als advocaat strijdt hij tegelijkertijd voor het bestaansrecht van islamitische scholen, omdat ‘ze er wel mogen zijn’.

Het baart hem zorgen dat incidenten rond een relatief kleine groep strengere moslims steeds vaker het nieuws halen en dat daardoor het onbegrip in de samenleving groeit. ‘Natuurlijk snap ik het als mensen zeggen: daar heb je weer zo’n moslim die vrouwen geen hand wil schudden. Als mens ben ik het daar ook niet mee eens. Maar het mág wel. We mogen verschillend denken. Zolang er maar geen wet wordt overtreden. Dat wil ik verdedigen.’

In uw rol als advocaat is dat begrijpelijk. Maar tegelijkertijd zegt u dat u zich persoonlijk zorgen maakt over de groeiende onbegrip tussen moslims en niet-moslims. U verdedigt een club die volgens deskundigen bijdraagt aan die kloof, die jongeren uit uw ­oude woonwijk vervreemdt van de samenleving. Is dat moeilijk?

‘Dat scheid ik volledig. Als advocaat zet ik mijn morele kompas uit. Ik heb geen zendingsdrang. Ik kom op voor juridische rechten. Als alFitrah zich niet aan de wet houdt, ben ik de eerste die ze daarop zal wijzen. Tot op ­heden is dat mij nooit gebleken. Wat men over alFitrah zegt, waar of niet, is in beginsel niet mijn strijd.’

De parlementaire ondervragingscommissie is misschien ook een uitvloeisel van een groeiend maatschappelijk ongemak over het salafisme. U voelt dat ongemak ook.

‘Dat kan zijn, maar dan moet je mans genoeg zijn om het beestje bij de naam te noemen. Dan moet je de wet aanpassen om dat ongemak weg te nemen. Maar dat kan natuurlijk niet. Wat we er persoonlijk ook van vinden, de grens ligt bij overtreding van de wet. Dat is ook haat prediken, aanzetten tot haat, aanzetten tot discriminatie. Als je daar overheen gaat, moet je worden aangepakt. In de tussentijd zeg ik: laat leven.’

Heeft u het gevoel dat de rechten van moslims onder druk staan?

‘Eerlijk gezegd wel ja. Als ik kijk naar de manier van handelen rond het Cornelius Haga Lyceum (De veiligheidsdienst AIVD maakte onder meer fouten in ambtsberichten, red.). En nu weer naar alFitrah. Dan krijg je toch langzamerhand het idee dat er een hetze gaande is waarbij de wet soms uit het oog wordt verloren.’

Beeld Kiki Groot

CV: van jeugdbende tot bigamist

Anis Boumanjal (geboren in 1977 in Utrecht, Overvecht) studeerde rechten aan de Universiteit Utrecht. Sinds 2003 is hij advocaat, sinds 2007 heeft hij zijn eigen kantoor. Strafrecht is zijn specialisme. In 2008 trok hij voor het eerst de aandacht toen hij ­vertaalfouten aantoonde in de tapgesprekken van een beruchte jeugdbende. Daarna kwam hij vaker in de publiciteit met schurende zaken. Onder meer stond hij een bigamist bij.

Hoe komt dat, denkt u?

‘Mijn cliënt is uitgesproken en rechtlijnig. Hij gaat niet naar de pijpen dansen van de gemeente of andere instanties. Ik snap best dat alFitrah ongemak kan creëren. Maar onder aan de streep zijn ze nog nooit ergens voor veroordeeld.’

Vindt u zo’n parlementair onderzoek de verkeerde manier om uiting te geven aan dat maatschappelijk ongemak?

‘Dit instrument is een te zwaar middel, zeker omdat er bij alFitrah geen harde misstanden zijn vastgesteld. Waarom kies je niet voor de dialoog en mensen bij elkaar brengen? Dan kunnen we verder komen. Dan zou ik als advocaat ook kunnen adviseren om daarin mee te gaan en niet te kiezen voor de juridische weg.’

U noemde de rechter de laatste strohalm voor veel moslims.

‘In de politiek gaat men mee met sentimenten, dat geldt niet voor rechters. Die laten zich niet beïnvloeden door beeldvorming. Dat kan ook al­Fitrah niet ontkennen, want alle zaken zijn eerlijk behandeld en vaak hebben ze hun gelijk gehaald. Niemand moet bij mij komen met teksten als: weg met de democratie en de rechterlijke macht. Dan kunnen ze ­direct weer vertrekken.’

Eerder zei u: ik ben bang dat het begint bij het aanpakken van het salafisme, en dat later de rest van de islam volgt.

‘Ik geloof in het verdedigen van vrijheden, ook als die aanschurken tegen de grens. Op het moment dat je al vóór de grens vrijheden gaat beperken, krijg je het gevaar dat ze steeds dichter bij je gaan komen. Dat voel ik heel sterk, als advocaat én als persoon.’

Omstreden Utrechtse alFitrah-moskee moet openheid geven over financiën
Het bestuur van de stichting alFitrah in Utrecht moet informatie verstrekken over zijn financiële handel en wandel.

Waarom sleept de Tweede Kamer de salafistische moskee alFitrah voor de rechter?
De Tweede Kamer sleept de salafistische moskee en islamschool alFitrah uit Utrecht voor de rechter, omdat die weigert informatie te geven over buitenlandse financiering. Een Kamercommissie wil die informatie voor haar onderzoek naar ‘ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen’. Advocaat Anis Boumanjal van alFitrah spreekt van ‘een hetze’ en geeft de stukken ‘uit principe’ niet. Vijf vragen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden