De innerlijke monoloog van een stroeve zwijger

Wat doet een kunstenaar als er niemand kijkt? Bij de een gonst de dood door het hoofd, las Arjan Peters, een ander tekent eikels, een derde speelt omfloerst trompet.

Beeld Rein Janssen

Een plons in het binnenste. De innerlijke monoloog van een stroeve zwijger, de schrijver J. van Oudshoorn (1876-1951), biedt het verhaal Doodenakker (1937) van deze oud-ambtenaar op de kanselarij van het Nederlandse gezantschap in Berlijn. Het verscheen bij de Statenhofpers, met vijf onbekende brieven (euro 19,50, bestellen via duodecim@telfort.nl).

Van Oudshoorn schrok er zelf van toen hij het af had, en noemde het 'een ietwat vreemd product'. De ondertitel werd 'Een zelfportret' en niet 'Zelfportret', om de mogelijkheid open te laten 'dat het ook wel het portret van een ander dan de schrijver kan zijn.'

Dacht het niet. Een man zit met tegenzin in Berlijn aan een society-déjeuner aan. 'Gelegenheidsgezichten; cliché-gepraat'. Hij neemt niet deel maar observeert, stilletjes een zelfgenoegzaam dirigent goed dood wensend; al zal zo iemand zich ook daarna nog laten gelden, door een toegift in de vorm van een necrologie 'in alle couranten'.

De man ergert zich zelfs aan een pedante, 'buikige flacon' op tafel. Doodenakker is een heerlijke blik over de schouder van de schrijver.

Vergelijkbaar hiermee is het Eikelboekje dat Maarten J. de Meulder zondag presenteerde op de Beurs voor Bijzondere Uitgevers (De Meulder; euro 12,50), met tientallen balpentekeningetjes die Jean Dulieu (1921-2006) maakte toen hij in 1975 door Schotland reisde. Alleen maar eikels; met oogjes, snorren en wandelstokken. De Meulder: 'Ze geven aan dat Dulieu de realiteit van de natuur nodig had om zoiets 'simpels' als een eikelmannetje te tekenen. De natuur zat in hem en alles wat hij tekende - en zeker die eikelmannetjes - kwam van binnenuit.' Tien jaar daarvóór had Dulieu Paulus en de eikelmannetjes gepubliceerd. En ineens waren ze daar weer. Karakteristieke kereltjes die zich af lijken te vragen of hun maker een verhaal wil bedenken, zodat ze wat te dóén hebben.

Het kan verschillen. Bij de een gonzen de doodsgedachten door het hoofd, bij een ander welt een stoet eikelmannetjes op. Mijn derde confrontatie met een kunstenaar op een moment dat hij zich niet bespied waande, mocht er ook zijn: in Jazzbulletin (uitgegeven voor de Vrienden van het Nederlands Jazz Archief) vertelt verzamelaar Jack Hoogman over een bootleg van trompettist Chet Baker; 'die zat toen in Italië in de bak en die blies in de cel en dan stonden er mensen buiten met een microfoon. Ze konden niet dichtbij komen, dat namen ze dan op en dat werd dan op een plaat gezet. Verschrikkelijk.'

Maar óók verschrikkelijk prachtig. Stel je het voor: de ijle trompet van Chet, in de verte, vanuit de cel, dubbel melancholiek, omdat hij heel alleen was en de microfoon buiten de bajes hing.

Muisstil moeten we luisteren om te kunnen herkennen wat hij speelt. Let's Get Lost.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden