De ingezondenbrievenschrijver: Het staat zo slordig

Scherp en waaks zijn ze, de ingezondenbrievenschrijvers. Nauwlettend houden ze het nieuws in de gaten, leveren ze kritiek en wijzen met een niet aflatende ernst op fouten in de krant....

In de zomer van 1947 was Nederland in de ban van het brood. Van Utrecht tot Den Bosch, van Amsterdam tot Hengelo legden bakkers het werk neer omdat minister Mansholt van Landbouw weigerde de broodprijs te verhogen met een cent per 800 gram. Een Volkskrant kostte toen 8 cent. Het voedsel was nog op de bon en wat begonnen was als een algemene staking leek uit te groeien tot een kleine ramp. Dagenlang waren de bakkers voorpaginanieuws.

Elke brief wordt gelezen

Alle brieven worden gelezen en– indien mogelijk – beantwoord. Lange brieven, persberichten en gedichten komen niet in aanmerking voor publicatie. Een originele , korte brief maakt eerder kans op publicatie dan eentje waarvan er al meerdere zijn geplaatst. Onze journalisten gebruiken geen schuilnaam, van de lezers verwachten wij dezelfde openheid. Uw brief moet voorzien zijn van naam, adres, woonplaats en telefoonnummer waar u overdag te bereiken bent. Er is een brief die wij niet zullen plaatsen, noch beantwoorden: de scheldbrief.

Adres: brieven@volkskrant.nl
Op 21 augustus werd een brief van een lezer uit Amsterdam gepubliceerd, een van de eerste die we hebben kunnen achterhalen: ‘Ik geloof dat de Volkskrant een vooroordeel tegen bakkers heeft. De staking is algemeen. Waarom vertelt u dit niet? Ik meen dat het doordrijven is van ambtenaren. Machtswellust. Zie maar naar de prijzen van aardappelen, groenten en fruit.’

Een lezer uit Heemstede gaf Mansholt de schuld: ‘De minister maakt een denkfout – zie uw bericht van dinsdag. Uit het feit dat sommige bakkers niet staken omdat zij dit niet aandurfden op grond van hun verantwoordelijkheidsgevoel tegenover de gemeenschap, mag minister Mansholt niet concluderen dat die bakkers het met hem eens zijn. En dat doet hij.’

Al is het 59 jaar geleden, deze reactie zou gisteren kunnen zijn geschreven. De Volkskrant-lezer is altijd kritisch geweest. Sommige lezers zijn al een halve eeuw abonnee en hebben met de krant vele stormen doorstaan. Zij hebben een persoonlijke band met de krant die dateert van ver voor de geboortedatum van menig redacteur of columnist.

In januari 1972 begon de Volkskrant met de wekelijkse U-pagina. Trots kondigde de redactie de pagina met lezersbrieven aan: ‘U, lezers, komt meer ruimte toe.’ Het aantal brieven groeide in die tijd ook al gestaag. Inspraak van de lezer werd belangrijk gevonden, de pagina was bedoeld als een speakers corner. PPR-politicus Bas de Gaay Fortman nam het voortouw met een lange brief, die volgens het intro wel korter had mogen zijn en luchtiger van aard.

Met Nederlands beroemdste ingezondenbrievenschrijfster als aanvoerder, de in 2001 overleden Henriëtte Boas, werden journalisten al dan niet hinderlijk gevolgd door een kritische achterban. Tot op de dag van vandaag. Boas zei daarover in de documentaire Ik lees de krant met een schaar: ‘De dingen moeten kloppen. We moeten niet alles voor zoete koek nemen.’

Volgens sommige journalisten was zij een heks, voor anderen was zij de personificatie van de ultieme ingezondenbrievenschrijver: kritisch, alert en gezegend met kennis van zaken. Houden de meeste schrijvers slechts één krant in de gaten, Boas volgde nauwlettend alle kranten. Het werd voor haar een dagtaak.

Wekelijks ontvangt de brievenredactie vierhonderd brieven. Twintig briefschrijvers – iets meer mannen dan vrouwen – vormen de vaste kern en fungeren in feite als één grote Boas. Hun productie ligt niet op een brief per dag, maar op een per week. Er kan geen fout worden gemaakt of er is altijd een opmerkzame lezer die de redactie erop attendeert, soms gevolgd door de zin: ‘Het staat zo slordig in een kwaliteitskrant.’

Met de U-pagina en de rubriek Geachte redactie ontwikkelde de Volkskrant een voor Nederlandse begrippen unieke traditie die al langere tijd gemeengoed was bij Engelse kranten als The Times. In 1976 werd onder de titel The first Cuckoo een overzicht uitgebracht met bijzondere brieven uit de periode 1900 tot 1975. De standaard aanhef is tot op de dag van vandaag: Sir.

In 1994 bracht de Volkskrant een bloemlezing uit, samengesteld door de toenmalige brievenredacteur Margot Minjon, met een voorwoord van columnist Kees Fens. Volgens Fens is het de Nederlandse briefschrijver op een andere wijze ernst dan zijn Engelse collega, die nogal eens de lolbroek wil uithangen. Onze schrijver wil zijn mening verkondigen. Volgens Fens vertegenwoordigt hij de groep van machtelozen met als enig machtsmiddel: de brief.

In het voorwoord van The first Cuckoo vraagt journalist Bernard Levin zich af of er verschil is tussen het besluit een ingezonden brief naar de krant te sturen of van schrijven je beroep te maken. Levin denkt van niet. Volgens hem maken zowel de ingezonden briefschrijver als de broodschrijver duizenden mensen ongevraagd deelgenoot van hun mening. Met uiteindelijk dezelfde bedoeling: publicatie.

Slechts 55 brieven vinden wekelijks hun weg naar de krant, waarvan een paar sinds kort ook op internet. Dat betekent dat 345 schrijvers een afwijzing krijgen, meestal met een standaardbriefje. Wij vragen begrip, maar afgewezen worden, doet pijn. ‘Geen begrip voor niet plaatsen’, schreef een lezer uit Enschede onlangs. ‘Graag korte toelichting. Evt. verwijzing naar reeds geplaatste reacties.’

De ingezondenbriefschrijver van The Times ervaart hetzelfde verdriet. ‘Wat moet je in godsnaam doen om je brief gepubliceerd te krijgen?’, verzuchtte een schrijver in de jaren zeventig. Een lezeres wist het antwoord: de excentrieke brief wint altijd.

Af en toe wordt op de brievenredactie nog een brief ontvangen die – in navolging van The Times – begint met ‘Geachte mijnheer’. Meestal is zo’n brief van een oudere lezer, soms handgeschreven, iets vaker getypt. De laatste jaren wordt 90 procent gemaild – ook door ouderen. Mailen heeft een aantal barrières weggenomen, er is geen zelfcorrigerende tocht naar de brievenbus meer.

Brieven die vroeger nooit geschreven zouden zijn, racen nu over de digitale snelweg. Staan er kwesties in de krant waarin de lezer zich niet kan vinden, dan wordt rond acht uur ’s ochtends al een mailtje gestuurd. De aanleiding kan een fout zijn ‘ik zal het nog een keer uitleggen’, politieke ontwikkelingen ‘Ayaan moet blijven, Verdonk moet weg’ tot kritiek op een recensie ‘het was toch echt een prachtig concert’.

'Zonder lezers geen krant en dat zou voor u en voor mij jammer zijn'

Met de komst van e-mail en internet brak een revolutie uit op de brievenredactie. Het bleek niet langer goed gebruik te zijn de brief te ondertekenen met de eigen naam. Identiteiten bleken niet te kloppen, sommige briefschrijvers gebruikten een pseudoniem. Door de een verdedigd: ‘Op internet gebruik ik ook verschillende namen’, door een ander begripvol afgedaan met: ‘Dan stuur ik die ander wel met vakantie.’

Ook de beleefdheidsfrasen van de oude briefschrijver lijken te verdwijnen. Geleidelijk kreeg het eenregelige kattebelletje de status van ingezonden brief. De vaste groep serieuze schrijvers, gewend wekelijks te reageren, kreeg concurrentie van wat Fens ‘de Engelse lolbroek’ noemt. De eigen stijl en opmerkzaamheid van de harde kern ten spijt, de publicatiekans is in korte tijd verkleind. Het deert hen niet. Trouw aan de krant blijft de drijfveer.

Niet alleen het aanbod, ook de inhoud is aan verandering onderhevig. Zo mailde Erik van Langen uit Maarssen in februari zijn visie op een nieuw fenomeen – meisjes die seks hebben in ruil voor goederen, soms een enkele Breezer: ‘In de berichtgeving over tegenprestatiepuberseks in bunkers, portieken en flatjes heeft iedereen het steeds over het onveilige aspect van het vrijwillig wippen door de jongelui. Een nevenaspect ziet ook uw verslaggever kennelijk over het hoofd: een nieuwe sub-populatie: de Breezerbaby’s.’

De lezer beseft dat de tijden veranderen en verkent de grenzen van zijn macht. Het besluit het puzzelaanbod af te wisselen met een sudoku leverde in de lente een storm van verontwaardigde reacties op: ‘Ik wil mijn puzzel terug!’

Het vertrek van columnist Jan Blokker of de opmars van een tekenaar die niet iedereen kan bekoren, de schrijver is mondig en fel: ‘Ook ik erger mij al jaren aan deze verfoeilijke tekenaar. Bevrijd u en mij van deze misser en plaats op deze dure plek iets op het niveau van ons, uw lezers. Het lijkt mij een goede zaak serieus naar uw lezers te luisteren. Zonder lezers geen krant immers en dat zou voor u en voor mij toch wel heel jammer zijn nietwaar?’, aldus een lezer uit Hoogeveen.

\N
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden