De inburgering is vaak al een te grote opgave

Somaliërs zijn met afstand de grootste probleemgroep van de Nederlandse arbeidsmarkt: hoge werkloosheid, veel bijstand nodig, laagopgeleid. Hoe komen zij op de maatschappelijke ladder toch omhoog - en waarom doen veel Somaliërs het over de grens beter?

IIylaas Hassan (rechts) in de Waaberishop van zijn ouders in Eindhoven. Links Salam Ahmed, die geen werkvergunning heeft. Beeld Mike Roelofs
IIylaas Hassan (rechts) in de Waaberishop van zijn ouders in Eindhoven. Links Salam Ahmed, die geen werkvergunning heeft.Beeld Mike Roelofs

'Wij leiden een spookbestaan', zegt de 36-jarige Amina Mohamud, vrijwilligster van de Stichting Somalische Gemeenschap Eindhoven. Wierook uit de dabqaad (een brander) vult de kamer aan de Kronenhoefstraat waar de stichting 's woensdags spreekuur houdt. 'Wij zijn hier, maar ze zien ons niet.'

Om haar diploma verzorgende niveau 3 te halen had Amina drie jaar lang voor vier dagen in de week een leerwerkplek als thuiszorger bij het Eindhovense Zuidzorg. Maar onlangs moest ze weg bij het bedrijf, vlak voor ze haar opleiding kon voltooien. Zuidzorg prijst Amina's zorgzaamheid ten aanzien van cliënten, maar vindt dat haar taalniveau, zowel schriftelijk als qua spreekvaardigheid, niet goed genoeg is om niveau 3 te behalen. Amina is daar erg teleurgesteld over. 'Zelfs als ze gelijk hebben, dan wisten ze drie jaar geleden toch ook al wat mijn taalniveau was?'

Amina Mohamud moest weg als thuiszorger. Beeld Mike Roelofs
Amina Mohamud moest weg als thuiszorger.Beeld Mike Roelofs

'Het ligt aan de Nederlanders'

Amina heeft even haar buik vol van Nederland. 'Het probleem ligt niet aan ons, het ligt aan de Nederlanders. Wij willen werken en erbij horen, maar we zijn niet welkom. Ik ben hier al twintig jaar, heb altijd hard gewerkt, maar ik hoor alleen maar negativiteit. Tegen andere Somaliërs zeg ik: als jij gezond wilt blijven, denk dan niet dat je hier iets zult bereiken.'

Dat is misschien wat te pessimistisch, want er zijn wel degelijk succesvolle Somalische Nederlanders, met schrijfster Yasmine Allas, tassenontwerper Omar Munie en natuurlijk Ayaan Hirsi Ali. Maar van alle bevolkingsgroepen in Nederland hebben de Somaliërs zo ongeveer de zwakste maatschappelijke positie. Somaliërs kunnen bijkans clichébingo spelen met de krantenartikelen en televisiereportages over hun gemeenschap, zo sterk drukken negatieve stereotypen hun stempel op de beeldvorming: piraterij, qat kauwen, vrouwenbesnijdenis, Al Shabaab, uitkeringsafhankelijkheid, BINGO! Dit artikel wijkt daar helaas niet helemaal vanaf: het gaat over een van de grootste problemen van de Somalische gemeenschap in Nederland, de hoge werkloosheid. Somalische Nederlanders zijn met afstand het vaakst werkloos van alle bevolkingsgroepen in ons land. Alleen al de helft van de Somaliërs heeft een bijstandsuitkering.

De tekst loopt door onder de graphic.

null Beeld -
Beeld -

Laag opleidingsniveau

Nu staan vluchtelingengroepen, zoals ook Afghanen en Syriërs, überhaupt zwakker op de arbeidsmarkt dan andere migrantengroepen, maar Somaliërs spannen de kroon. Somalische Nederlanders hebben vergeleken met andere vluchtelingengroepen een 'zeer laag opleidingsniveau', schrijven Ilse van Liempt en Gery Nijenhuis van de Universiteit Utrecht in hun vorig jaar verschenen studie Somaliërs in Amsterdam. De arbeidsparticipatie van Somaliërs is laag. Ruwweg drie op de tien Somalische Nederlanders hebben een officieel geregistreerde betaalde baan. De meeste werkende Somaliërs hebben laaggeschoolde en -betaalde banen.

Faarah Mohamed (39) deed de afgelopen jaren zes dagen per week inpakwerk in de kaasfabriek waar Leerdammer wordt gemaakt, op het laatst als assistent-teamleider. Nu is hij werkloos, vertelt hij half in het Nederlands, half in het Engels. 'Bij de fabriek zeiden ze dat er geen werk meer was, maar volgens mij was er werk genoeg', zegt Faarah, in 2009 gevlucht voor Al Shabaab. 'Nieuwe mensen, Turkse en Nederlandse jongens, kregen wel gewoon werk, maar ik moest weg.' Het liefst zou hij een eigen zaak beginnen. In Kismayo, een havenstad in het zuiden van Somalië, had de vader van drie kinderen een bedrijf in reserveonderdelen voor auto's. Maar het is in Nederland bijna niet te doen om genoeg startkapitaal bij elkaar te sprokkelen voor een bedrijf, zegt hij.

0,2 procent van de bevolking - met grote onderlinge verschillen

Er waren vorig jaar officieel 37.432 Somaliërs in Nederland: zet er een paar duizend op het voetbalveld en de rest op de tribune en je kunt er precies het stadion van PSV mee vullen.

Dit artikel spreekt gemakshalve van 'de Somaliërs' in Nederland, maar hoewel ze slechts 0,2 procent van de bevolking vormen, zijn er ook binnen de Somalische gemeenschap veel verschillen.

Somalische Nederlanders stammen uit allerlei clans, en ook zijn er verschillen qua opleidingsniveau. 'De Somaliërs' bestaan eigenlijk niet. De meeste Somaliërs kwamen als asielzoeker naar Nederland, op de vlucht voor politiek geweld.

De eerste tien Somalische asielzoekers kwamen in 1984, gevlucht voor het dictatoriale regime van Siad Barre, schrijven Van Liempt en Nijenhuis in hun studie Somaliërs in Amsterdam.

De grootste asielgolven kwamen in de jaren negentig en daarna rond 2007. De meeste asielzoekers in de jaren negentig kwamen uit stedelijke gebieden in het noorden van Somalië en waren relatief hoogopgeleid.

Rond 2007 kwam daar een golf immigranten uit het zuiden van Somalië bij, vooral bestaande uit jongeren zonder veel opleiding die hun hele leven in een land hebben gewoond waar het oorlog was.

De meeste Somaliërs wonen in de steden: Rotterdam, Den Haag, Amsterdam, Tilburg en Eindhoven hebben de grootste Somalische gemeenschappen.

Inburgeringscursus

Een veelgenoemd probleem onder Somaliërs is de inburgeringscursus, waarmee ze een haat-liefdeverhouding hebben. Ze zijn dankbaar voor de inburgeringscursus omdat ze er veel baat bij hebben om de Nederlandse taal te leren en ze er hun kansen op werk mee hopen te vergroten. Maar de cursus is te moeilijk en te kort, klagen veel Somaliërs, en bovendien duur. Veel Somaliërs zijn analfabeet. 'Met twee lesmodules per week kan ik niet in anderhalf jaar mijn inburgeringscursus halen', zegt de Amsterdamse Samira Mohammed in het Somalisch. Ze wordt vertaald door Shukri Said, een Somalische pedagoog die landgenoten met haar Stichting Somalische Vrouwen Amsterdam (IFTIN) wegwijs probeert te maken in de Nederlandse samenleving. 'Ik moet nog vier maanden; ik denk dat ik de cursus niet ga halen', zegt Samira tijdens een zondagse bijeenkomst van de stichting in een schoolgebouw in Amsterdam-West.

Vooral Somaliërs van de eerste generatie valt het zwaar om een voet tussen de deur te krijgen op de arbeidsmarkt. Muna Umar (26) heeft een bachelor accountancy, maar haar vele sollicitaties hebben tot nu toe nog niets opgeleverd. 'Ik heb bij de Belastingdienst gesolliciteerd en bij enkele gemeenten. Ze willen iemand die heel goed Nederlands spreekt. Of ze zeggen dat ik geen ervaring heb. Maar hoe krijg ik ervaring als ik nooit een baan krijg? Het probleem ligt niet alleen aan Somaliërs, maar ook aan Nederland: we krijgen nauwelijks een kans.' Veel Somalische Nederlanders kijken met een jaloers oog naar landgenoten in Engeland en Amerika, waar de verzorgingsstaat weliswaar aanmerkelijk minder gerieflijk is, maar waar Somaliërs in hun ogen meer kans maken op de arbeidsmarkt. Of dat in het geval van Engeland klopt is de vraag, want daar is de arbeidsparticipatie van Somaliërs niet veel hoger dan in Nederland.

Shukri Said helpt landgenoten Beeld Sanne De Wilde
Shukri Said helpt landgenotenBeeld Sanne De Wilde

Mohamed Elmi (30) is afgestudeerd jurist en werkt als beleidsadviseur. Onlangs trad Elmi, opgeleid als mensenrechtenjurist, op in het actualiteitenprogramma Nieuwsuur, dat hem interviewde over de islamitische terreurbeweging al-Shabaab. Elmi, als achtjarige samen met zijn moeder en broertje naar Nederland gekomen, heeft heel wat barrières moeten overwinnen. 'Tijdens mijn studieloopbaan kreeg ik bij elke nieuwe stap omhoog te horen: zou je dat nou wel doen? Is het niet verstandiger om te gaan werken? Dat gebeurde toen ik van de mavo naar de havo ging, van de havo naar het hbo en van het hbo naar de universiteit. Het is mijn leraren nooit gelukt om me af te remmen. Maar ik ken genoeg Somaliërs van wie de ouders zeiden: je leraar heeft gelijk, je kunt in dit land nu eenmaal niet zoveel bereiken als de Nederlanders, dus ga maar met je handen werken.'

Elmi vindt het jammer dat er in het integratiebeleid te weinig specifieke aandacht is voor Somaliërs, een van de grootste probleemgroepen. 'Het is alsof we iemand die niet kan zwemmen in het diepe gooien, en dan hopen dat hij als een Pieter van den Hoogenband door het zwembad raast. Dat gevoel heb ik bij inburgering. Als we echt zouden investeren in Somaliërs, kunnen we daar zoveel voor terugkrijgen. En je maakt de kans dan een stuk kleiner dat ze gemeenschapsgeld nodig hebben.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden