De illusie van de schone lei

De Nederlandse begroting heeft een overschot. De indruk wordt gewekt dat we nu een nieuw leven kunnen beginnen. Maar de sovjetzones in de verzorgingsstaat moeten nog ontmanteld worden: het moet weer leuk worden voor de overheid te werken....

GERRIT ZALM is een man met vele talenten. De minister van Financiën is niet alleen een oppassende boekhouder, maar ook een verdienstelijk dichter. Op de taart die hij zijn collega-ministers maandag met een royaal gebaar aanbood, stond: 'Een nieuwe tijd, het tekort kwijt'. Dat rijmt.

Inderdaad, een nieuwe eeuw, een nieuw begin. Eindelijk, na vijfentwintig jaar 'potverteren' (om met Hans Wiegel te spreken) is het evenwicht op de rijksbegroting hersteld. Zalm gaf vorig jaar 2 miljard minder uit dan hij binnenkreeg. In guldens geen groot bedrag, zeker niet als we ons realiseren dat de staatsschuld zo'n 530 miljard bedraagt en dat elk jaar 30 miljard aan rente op die schuld moet worden betaald.

Het begrotingsoverschot heeft vooral psychologische betekenis. En dat is ook meteen het gevaar ervan. Het is de illusie van de schone lei: alsof je na vijfentwintig jaar bajes een nieuw leven kan beginnen.

In 1970 bedroeg de staatsschuld 33 miljard. Het was de tijd van de zogenoemde 'gulden financieringsregeling'. Deze regel houdt in dat de overheid alle gewone uitgaven moet bekostigen uit belastingheffing. Wel mag ze productieve investeringen met leningen financieren. Die investeringen leveren immers zichtbaar rendement op.

Een schoolgebouw of een elektriciteitscentrale zijn daar voorbeelden van. Maar het kan ook een kunstwerk zijn. Zo verwierf de Nederlandse staat in de jaren zestig voor een zacht prijsje een grote collectie Van Goghs. Of de Victory Boogie Woogie van Mondriaan die Zalm en De Nederlandsche Bank in een vrolijke bui voor tachtig miljoen kochten een rendabele investering is, moet nog blijken.

Op de begroting werd in de goede oude tijd dan ook een onderscheid gemaakt tussen de 'gewone dienst' (overheidsuitgaven) en de 'kapitaaldienst' (overheidsinvesteringen). Wim Duisenberg - tegenwoordig de solide president van de Europese Centrale Bank, maar in zijn vlegeljaren minister van Financiën in het kabinet-Den Uyl - brak met de gulden regel. In een poging de kwakkelende economie uit het dal te trekken, werden de overheidsuitgaven fors verhoogd, in 1975 zelfs met 23 procent. Dat waren geen investeringen, maar subsidies, sociale uitkeringen en ontwikkelingshulp. Vandaar dat het onderscheid tussen gewone dienst en kapitaaldienst Duisenberg slecht uitkwam.

Dit keynesiaanse recept mocht niet baten - en bovendien was het met de begrotingsdiscipline gedaan. Onder Duisenberg (1973-1977) liep de staatsschuld op van 80 naar 113 miljard. Die schuld verdubbelde onder het kabinet-Van Agt/Wiegel (1977-1981) naar 210 miljard. Onno Ruding, minister van Financiën van 1982-1989, slaagde er wel in het financieringstekort terug te dringen, maar de staatsschuld steeg tot 383 miljard. Zijn opvolger Kok moest nog hard ingrijpen in de WAO om het financieringstekort in toom te houden. De schuld liep niettemin tussen 1989 en 1994 op tot 481 miljard.

Pas onder Zalm keerde de begrotingsdiscipline terug. De strikte scheiding tussen inkomsten en uitgaven en de harde afspraken over de bestemming van meevallers en de compensatie van tegenvallers leverden sneller dan verwacht een begrotingsevenwicht op. De staatsschuld steeg echter nog steeds, en is anno 2000 bij 530 miljard gulden aangeland.

Voor het eerst in 25 jaar bestaat de mogelijkheid de overheidsschuld terug te dringen - en daarmee ook de jaarlijkse rentelast van 30 miljard. Zalm heeft in 1996 beloofd dat hij het onderscheid tussen gewone dienst en kapitaaldienst op de begroting in ere zou herstellen, maar heeft dat nagelaten. Daar zal hij spijt van krijgen.

Want het grote politieke debat dat nu is losgebarsten, gaat in wezen over de vraag welke uitgaven nu precies als rendabele investeringen moeten worden beschouwd en welke als gewone uitgaven. Belanghebbenden en hun zaakwaarnemers in vakbonden en politieke partijen zullen alles doen om het begrip 'kapitaaldienst' zo ver mogelijk op te rekken.

Zo bestaat de neiging uitgaven aan zorg of onderwijs te omschrijven als 'investeringen in menselijk kapitaal'. Of uitgaven aan politie en leger als 'investeringen in veiligheid en stabiliteit'. Op deze manier kan elke overheidsuitgave als investering worden gezien. Milieu-uitgaven zijn 'investeringen in duurzaamheid' en uitkeringen 'investeringen in sociale cohesie'.

DIT IS een onverantwoorde, maar wel heel verleidelijke truc. Zo wil de PvdA de onderwijsuitgaven structureel met tien procent verhogen, namelijk van 5,4 procent van het nationaal product naar 6 procent. Dit laatste percentage is het gemiddelde dat in de club van rijke OESO-landen aan onderwijs wordt uitgegeven.

Bungelt het Nederlandse onderwijs dan onderaan in deze club? Dat valt eenvoudig te meten. Laat gewoon in dertig ontwikkelde landen de 12- en 16-jarigen dezelfde dertig sommen maken. En wat blijkt: Nederland staat niet onderaan, maar op een eervolle derde plaats. Alleen de leerlingen in Japan en Hongarije maken hun sommen beter.

De high schools in de Verenigde Staten, toch een veel rijker land dan Nederland, scoren veel slechter dan ons voortgezet onderwijs. Hieruit blijkt dat de relatie tussen de kwaliteit van het onderwijs en economische voorspoed twijfelachtig is.

Sterker nog, onderwijs mag niet gereduceerd worden tot 'investering in menselijk kapitaal'. We verplichten de jongere generaties naar school te gaan omdat we onze cultuur op hen willen overdragen, hen willen opvoeden tot actieve staatsburgers en hen in staat stellen hun talenten te ontplooien. Dus moeten we het onderwijs niet op zijn economisch rendement willen 'afrekenen'.

De 'OESO-norm' van de PvdA is ook om praktische redenen onverdedigbaar. Verhoging van de onderwijsuitgaven met tien procent betekent namelijk niet dat het aantal leraren met tien procent kan worden uitgebreid. Die leraren zijn er namelijk helemaal niet. In het basisonderwijs zijn de komende vier jaar 38 duizend nieuwe docenten nodig. Het aantal afgestudeerden van de pedagogische academies zal echter maar 18 duizend zijn (vrijwel alleen havo-vrouwen, zonder wiskunde en economie in het pakket). Velen van hen zullen bovendien een andere baan kiezen.

In het voortgezet onderwijs bestaat een tekort van 17 duizend docenten. In vakken als oude talen, Duits en natuurkunde is de situatie nijpend. Er werken inmiddels drieduizend onbevoegde docenten in het voortgezet onderwijs. Zelfs in het hoger onderwijs onstaan problemen. De Technische Universiteit Delft werft jonge academici in China.

De problemen zijn structureel. Het onderwijs heeft namelijk de oudste werknemers van Nederland. Bijna de helft van de docenten is 45 jaar of ouder, slechts 4 procent is jonger dan 25 jaar. Hoewel de salarissen zijn opgetrokken - een docent basisonderwijs verdient tussen de 4.000 en 5.700 bruto per maand - is het beroep niet aantrekkelijk. Staatssecretaris Netelenbos schreef 150 duizend mensen met een onderwijsbevoegdheid aan om terug te keren naar school. De actie leverde niet de beoogde achtduizend herintreders op, maar duizend.

Terwijl het aantal leerlingen gelijk bleef, groeiden de uitgaven voor het basisonderwijs niettemin tussen 1990 en 1995 van 6,5 naar 8,5 miljard gulden. Inmiddels geven we nu meer dan 10 miljard uit aan primair onderwijs. Het opvoeren van de onderwijsuitgaven heeft dus de afgelopen tien jaar geleid tot daling van de productiviteit. Een schoolvoorbeeld van hoe inflatie ontstaat.

De schaarste aan arbeidskrachten heeft de macht van de vakbonden vergroot. Een vakbond is in wezen een verkoopkartel van arbeidskracht. Vandaar dat de bonden de schaarste in stand willen houden door vast te houden aan zinloze maatregelen als klassenverkleining en arbeidstijdverkorting.

Navrant genoeg bijten de vakbondsleden in hun eigen staart, omdat de werkdruk voor de wél werkende docenten oploopt. En zo zijn de vakbonden, juist omdat ze medeplichtig zijn aan het kunstmatig in stand houden van de schaarste aan arbeidskrachten, óók medeverantwoordelijk voor de hoge werkdruk en de slechte arbeidsomstandigheden.

Op de lange termijn zal het beroep van leraar zijn aanzien kunnen terugwinnen wanneer de school, de leraar en de schoolleider de ruimte krijgen zelf verantwoordelijk te zijn voor de geleverde prestaties. De schoolleider moet een ondernemer worden die profiteert van verhoging van zijn productiviteit. Geef hem de vrijheid (meer) schoolgeld te heffen, sponsors te zoeken, elke docent - bevoegd of onbevoegd - naar verdienste te belonen en zijn schoolgebouw buiten schooltijd te exploiteren.

De aantrekkelijkheid van het beroep kan ook worden bevorderd door arbeidsdeling en functiedifferentiatie. Administratief werk, assistentie in de klas en andere ondersteuning kan worden verleend door allerlei mensen die niet beschikken over de vereiste diploma's. Vooral voor laagopgeleide allochtonen zijn er veel mogelijkheden tot integratie op de arbeidsmarkt die nu onbenut blijven. Door het aanboren van de grote arbeidsreserve van mensen met een uitkering heft de overheid de schaarste op en doorbreekt zij het kartel van de vakbonden.

VOOR DE politie geldt een vergelijkbaar verhaal als voor het onderwijs. Er is veel geld uitgegeven om 'blauw op straat' te krijgen, maar de agenten waren er niet. Er zijn 3400 vacatures per jaar te vervullen. De komende tien jaar gaan vijftienduizend politiemensen met pensioen.

De capaciteit van de opleiding is jarenlang kunstmatig laag gehouden. De prioriteit lag bij het opvoeren van het aantal vrouwen en allochtonen. Nu de schaarste nijpend is, wordt ook weer geworven onder blanke mannen. De politie doet, net als het onderwijs, de zorgsector, de douane, de marechaussee en defensie, aan speciale wervingsacties. Zo vissen de verschillende overheidssectoren in dezelfde, steeds ondieper wordende vijver.

De politiebonden zijn nog veel machtiger dan in het onderwijs. Meer blauw op straat kan ook bereikt worden door in je eentje te surveilleren in plaats van met zijn tweeën. De vakbonden zijn daar uiteraard tegen. Het gevolg is wel dat de extra middelen die waren bestemd om de organisatie te verbeteren, zijn uitgegeven aan dure dienstauto's en andere toys for the boys.

Het idee van de Utrechtse korpschef Vogelenzang jongeren als toezichthouder op straat te laten optreden is prima; 16- en 17-jarigen krijgen de gelegenheid voor een spannende bijbaan die ook nog maatschappelijk nuttig is. Ook bij het politiewerk zijn tal van taken af te splitsen die door laaggeschoolden kunnen worden gedaan.

Dat laatste geldt ook in de gezondheidszorg. Experimenten met het persoonsgebonden budget, waarbij de patiënt zelf huishoudelijke en andere eenvoudige zorg kon 'inkopen' bij buren, familieleden, vrijwilligers of 'echte' verpleegkundigen, waren een zodanig groot succes dat de gevestigde kruisverenigingen vreesden voor hun monopoliepositie.

De Nederlandse overheid creëert haar eigen schaarste door een veel te strakke numerus fixus bij de medische opleidingen en een veel te lange opleidingstijd voor bijvoorbeeld huisartsen. Zij verbiedt bovendien buitenlandse artsen hier te werken.

De (tand)arts, de psycholoog, de apotheker en de fysiotherapeut moeten weer zelf, als werkelijk vrije beroepsbeoefenaren, de ruimte krijgen. Concurrentie hoort vanzelfsprekend daarbij. Er is een koopkrachtige vraag (van individuen en bedrijven) naar allerlei vormen van zorg. Juist in de gezondheidszorg valt een geweldige stijging van productiviteit te realiseren door snelle toepassing van nieuwe technologie en betere organisatie van de instellingen.

Gelukkig valt het met de 'kosten van de vergrijzing' erg mee. Dankzij ons kapitaaldekkend pensioensysteem zullen de toekomstige generaties ouderen rijker zijn dan ooit. Ze kunnen dus de zorg die ze willen hebben gemakkelijk zelf betalen. Als die zorg tenminste te koop is.

Want ook in de zorgsector hebben de extra miljarden (de begroting stijgt met meer dan vijf procent per jaar) niet geleid tot meer productiviteit. Wervingsacties voor verpleegkundigen hebben geen resultaat gehad. Integendeel, het tekort loopt op tot 40 duizend. Middelen voor het verminderen van wachtlijsten worden dan ook, net als bij de politie, voor heel andere bestemmingen ingezet.

Defensie is het laatste voorbeeld van een onaantrekkelijke werkgever: zorg dat je er weg komt! Omdat de Russen niet meer komen, is de krijgsmacht met 40 procent ingekrompen tot 75 duizend manschappen. Aan de structurele bezuinigingen is nog steeds geen einde gekomen.

Maar in de kersverse Defensienota worden allerlei nieuwe taken opgesomd die de inzet van parate troepen vereisen. Er moet zelfs een Europees leger komen. Maar waar zijn de soldaten die de brandhaarden in en buiten Europa moeten gaan blussen? Het restant van de krijgsmacht is oud en onproductief. Minister De Grave wil dan ook een eind maken aan 'de baan voor het leven' en alleen werken met dienstverbanden voor bepaalde tijd. Maar ook aan deze BBT'ers is een groot gebrek.

Een nieuwe tijd, maar geen schone lei. De Sovjet-Unie bestaat niet meer, maar de sovjetzones in onze verzorgingsstaat moeten nog ontmanteld worden. Daarbij komen de lessen van Karl Marx van pas - dat is de ironie van de geschiedenis.

De beste manier om de arbeidersklasse onder de duim te houden, zo leert Marx, is een reserveleger van arbeidskrachten te mobiliseren. Zo doorbreek je het vakbondskartel. Er valt dan ook veel winst te halen door het inschakelen van niet-actieven. De gespannen arbeidsmarkt in de collectieve sector dwingt tot een veel gerichtere inspanning om mensen aan het werk te helpen.

Het moet weer leuk worden voor de overheid, voor het algemeen belang dus, te werken. Dat kan alleen wanneer de centrale overheid de mensen in de praktijk de ruimte durft te geven om zelf verantwoordelijkheid te nemen, zelf te ondernemen en ook zelf in te spelen op de vraag van de burgers. Kortom: laten we gewoon net doen alsof de collectieve sector een markt is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden