De IJzeren Rijn

De spoorweg Antwerpen-Mönchengladbach, beter bekend als de IJzeren Rijn, loopt 48 kilometer lang over Nederlands grondgebied. De lijn werd in 1879 geopend en voorzag onmiddellijk in een grote behoefte....

Nu willen de Belgen de IJzeren Rijn terug. De Nederlanders en de Duitsers zijn minder enthousiast. 'IJzeren Nein wil geen trein', roept Nijntje langs de lijn met een gebroken spoortje in zijn poten. 'Nein! zum eisernen Rhein', bassen Duitse plakkers. Hun grootste zorg is het natuurgebied De Meinweg, waar de spoorlijn doorheen slingert. Bovendien zit Nederland niet op een concurrent voor de toch al omstreden Betuwelijn te wachten. Maar de Belgen beroepen zich op het scheidingsverdrag van 1839, dat hen voor eeuwig vrije doortocht door Limburg beloofde, en het ziet er naar uit dat Nederland daar aan vast zit.

De IJzeren Rijn komt tussen Hamont en Budel Nederland binnen. Van de trotse grensstations rest niet veel meer dan twee met onkruid begroeide terreinen, waar nog een enkel spoor doorheen loopt. Regulier reizigersverkeer is hier sinds 1953 niet meer. Het ontluisterde stationsplein van Hamont zou in de voormalige DDR niet hebben misstaan. Dat van Budel is vooral leeg. Bij Budel takt een zijlijn af naar de zinkfabriek, die in 1892 door de Belg Lucien Dor werd gesticht, samen met het curieuze fabrieksdorp Dorplein. Tot Dorplein rijden nog zware goederentreinen met zinkerts uit Antwerpen.

Na Budel worden de rails aanmerkelijk roestiger. Sporadisch rijdt hier nog een goederentrein. De spoorlijn doorkruist een bosgebied met zandverstuivingen. In het IJzeren Rijn-overleg is sprake van overkapping van dit lijngedeelte. Een twijfelachtige maatregel, ben je geneigd te denken. De natuur langs de spoorlijn is militair oefengebied, daarboven ronken voortdurend vliegtuigjes van het nabije Kempen Airport (vliegveld Budel), en aan de kant van de Zuid-Willemsvaart ligt nogal wat industrie, die nog stinkt ook. De rest van de omgeving wordt onveilig gemaakt door de gasten van het Gran Doradopark, die hier joelend tussen de grafheuvels fietsen.

Bij Weert loopt de spoorlijn omhoog, langs een nauwelijks herkenbare wachtpost en over een gemetseld tunneltje met schietgaten. Vlak voor de brug over de Zuid-Willemsvaart verenigt de spoorlijn zich met de lijn uit Eindhoven. De verbinding met Eindhoven bestaat pas sinds 1913. In hetzelfde jaar werd het 'Belgische' station van Weert vervangen door het huidige. Het baanvak Weert-Roermond maakt sindsdien zowel deel uit van de verbinding Eindhoven-Maastricht als van de IJzeren Rijn. Het grote emplacement en de kloeke locomotievenloods onderstrepen de functie die het kruispunt Weert vervulde.

In Roermond staat nog een zeldzame locomotievenloods van de Grand Central Belge, de maatschappij die de IJzeren Rijn in de beginjaren exploiteerde. Voorbij de vervallen mouterij Limburgia buigt het spoor naar de Duitse grens. Op de rails staat dat ze zijn gemaakt van Kruppstahl. Ze worden niet meer bereden. De overwegbomen zijn weggehaald. Het onkruid overigens ook, dus er is nog onderhoud.

De spoorlijn passeert enkele woonwijken; het eerste protestbord dient zich aan. Daarna volgt een uitgestrekt industrieterrein, met hoge rokende schoorstenen, en straatnamen als Montageweg, Produktieweg en Delfstoffenweg. Pas na het voormalige station van Melick-Herkenbosch begint de natuur zich te manifesteren. Het gestripte emplacement ligt tussen een golfterrein en een handelaar in antieke legertrucks. Naast de doorgaande spoorbaan ligt een verwaarloosd rangeerspoor met handwissels van Vulcanus uit Vaassen. Daarnaast een oude oprit voor legervoertuigen. Hierna wordt het tracé bochtiger en slingert het zich via hoge spoordijken en diepe insnijdingen door het geaccidenteerde terrein. Op sommige plekken biedt de spoorbaan een magnifiek uitzicht over het Meinweg-gebied. Een van de IJzeren-Rijnplannen is om de Meinweg te ondertunnelen. Zou toch jammer zijn van dit mooie lijntje.

De nederzetting Vlodrop-Station telt acht voormalige spoorwoningen, een café en een hotel. Van het grensstation zijn de laatste resten in 1973 gesloopt. Op de heuvel boven het emplacement ligt het voormalige klooster en Knabeninternat St. Ludwig. Tegenwoordig heeft de maharisji hier zijn hoofdkwartier. In het berkenbos, aan de voet van de heuvel, liggen de restanten van de losplaats van een smalspoorlijntje, dat tussen 1906 en 1942 van het station naar het klooster liep. Het treintje vervoerde bouwmateriaal en steenkolen. Tussen de takken ligt de voet van een waterreservoir, daarnaast een stenen keermuur met een ijzeren stootblokje van het smalspoor. Daarachter hangt, scheef in de hengsels, een antiek metalen hek dat toegang gaf tot het kloosterterrein. Achter het hek loopt een hellende baan, onder een viaductje van een bosweg door, omhoog naar het klooster.

Op de grens is het gedaan met het baanonderhoud en verdwijnt de IJzeren Rijn in de Duitse rimboe. Langs de bouwval van een klassiek seinhuis, met hendels en restanten van het bloktoestel er nog in, wordt het ontmantelde emplacement van Dalheim bereikt. Aan de stationsweg staan enkele negentiende-eeuwse wooncomplexen voor spoorwegpersoneel. Van de rustieke Bahnhof resteert nog een asfaltperronnetje en een plaatsnaambord. Hier vandaan vertrekt nog eenmaal per uur een motortreintje naar Mönchengladbach.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden