De ijver om fascisme en racisme te bestrijden hebben D66 en CPN beslist gemeen

De partij van de ontvoogding is de partij van de overheid geworden.

Beeld de Volkskrant

Na enig journalistiek zelfonderzoek schrijf ik deze week maar niet over Thierry Baudet. U als lezer schijnt al die aandacht slecht te verdragen, en van bezorgdere collega's begrijp ik dat wij van de pers Baudet groter maken dan hij is. Minister Ollongren maakte zich in haar Ien Daleslezing schuldig aan hetzelfde vergrijp. De hele lezing was een aanloop om het racisme van Baudet aan de kaak te stellen. Over dat laatste gaan we het dus ditmaal niet hebben; de rest van de lezing verdient zeker ook een bespreking. Het was een lofzang op onze Grondwet, meer speciaal op het befaamde antidiscriminatiebeginsel Artikel 1, dat hier voor de deur van de Tweede Kamer in marmer is gehouwen en dus veel indringender aanwezig dan dat lullige Nederlandse vlaggetje in de Kamer.

Desondanks is er volgens de minister veel te weinig aandacht voor de Grondwet en moeten we trots zijn, juist op dat Artikel 1. Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan. Het is een hele mondvol, twee van die slecht te verteren zinnen. De suggestie die vaak wordt gewekt, ook weer door deze minister, is dat iedereen binnen de landsgrenzen gelijkberechtigd is. Hier kun je jezelf zijn, schrijft ze, en vluchtelingen zijn welkom.

Maar dat staat er niet. De eerste zin is een erfenis van de Franse Revolutie. Iedereen die gelijk is, wordt gelijk behandeld. Er wordt dus onderscheid gemaakt, tussen burgers en buitenstaanders. Door de liefhebbers van een wereld zonder grenzen wordt dat graag vergeten. De strekking van die eerste zin is een andere: het is een klassiek grondrecht waarin de Nederlanders worden behoed voor eventuele neigingen van de staat om onderscheid te maken. Nederland is geen standenstaat, wij kennen geen adellijke privileges. Wij kennen alleen burgers die gelijk zijn voor de wet.

Kajsa Ollongren: uithangbord... Beeld ANP

Des te raarder de lange tweede zin, het discriminatieverbod. En dat 'op welke grond dan ook'. Daar kun je inderdaad uit opmaken dat iedereen die zich in Nederland bevindt, gelijkberechtigd is, in tegenspraak met zin één. De historicus Ernst Kossmann wees er ooit op dat Nederland het enige land ter wereld is waar de overheid haar burgers al in Artikel 1 van de Grondwet bestraffend toespreekt. Grondrechten zijn meestal bedoeld om de burgers te beschermen tegen de macht van de staat. Zoniet hier. In Nederland is het eerste gebod: niet discrimineren jullie, foei.

Het is geestig dat uitgerekend D66 zich identificeert met die bedilstaat. Deze week verdedigt D66-politicia Pia Dijkstra met hart en ziel dat de overheid zachte dwang mag uitoefenen om uw organen te oogsten. Zachte dwang, zeker, maar ook zachte dwang is staatsdwang. Ooit werd de partij opgericht om de regentenstaat op te blazen. De burger moest zijn lot in eigen hand nemen. Ergens onderweg heeft zich een omslag voorgedaan, van bevrijding naar nieuwe voogdij. Dat geldt zeker niet alleen voor D66, en het zou een mooi onderwerp zijn voor een politiek boek: wanneer en hoe die u-bocht naar nieuw paternalisme zich heeft voltrokken.

Marcus Bakker: open doekje ... Beeld ANP

De manier waarop in de loop der jaren aan Artikel 1 is gesleuteld, zou zeker een hoofdstuk verdienen. Ik sprak erover met Joop van den Berg, de rechtsgeleerde die onlangs een even dikke als waardevolle parlementaire geschiedenis publiceerde onder de titel Zeventig jaar zoeken naar het compromis. Van den Berg zei dat het belang van grondrechten vaak wordt overdreven, en dat grondrechten tegenwoordig nogal eens fungeren als een plaatsvervangende ideologie.

In zijn boek kun je lezen dat de formulering van het antidiscriminatieartikel dateert van eind jaren zeventig. Marcus Bakker van de CPN was de bedenker van het tekstdeel dat discriminatie verboden is 'op welke grond dan ook'. Over die formulering treuren staatsrechtgeleerden tot vandaag de dag, aangezien dit soort vage teksten vraagt om politisering. Dat is inderdaad gebeurd en sinds de invoering van de nieuwe Grondwet in 1983 is het racisme in Nederland dan ook hand over hand gegroeid.

Willem Alexander en Joop van den Berg Beeld ANP

De CPN verging het precies zoals Joop van den Berg beschreef. Politiek-ideologisch was de partij eind jaren zeventig op sterven na dood. In moreel opzicht glorieerde Marcus Bakker juist toen met de aanhoudende waarschuwing tegen het oprukkende fascisme. Hij kreeg een open doekje voor zijn grondswetstekst en in de Tweede Kamer werd ondanks zijn stalinistische verleden een zaaltje naar hem vernoemd. Ik wil D66 niet met de CPN vergelijken, maar de ijver om fascisme en racisme te bestrijden hebben ze beslist gemeen.

Dat begon al toen Pim Fortuyn Artikel 1 van de Grondwet wilde afschaffen. D66 prominent Thom de Graaf zwaaide demonstratief met het dagboek van Anne Frank. Daarna ontpopte Alexander Pechtold zich als de dappere bestrijder van Geert Wilders. Nu heeft beoogd politiek opvolger Kajsa Ollongren het gevaar van Thierry Baudet scherp in het vizier: twee labiele zetels en een wankelende partij-organisatie. Dat leidt vanzelf tot de vraag wat D66 zou zijn als er geen fascistisch gevaar dreigde. De partij van de ontvoogding van vroeger is de partij van de overheid geworden. Voormalig topambtenaar Ollongren is precies het uithangbord dat erbij hoort. En de overheid, zo leren de klassieke vrijheidsrechten, daarmee is het kwaad kersen eten.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden