De ideale man

Vaak schilderde hij met koortsige verbetenheid, opboksend tegen onmetelijke krachten. Donkere wolken en hoge golven lijken de schilder te verzwelgen....

Niet alleen als toneelschrijver en romancier was de Zweed August Strindberg baanbrekend. Ook als schilder en als fotograaf was hij zijn jaren, 1849 - 1912, vooruit. Zijn in maximaal 23 uur geschilderde landschappen en zeegezichten zijn wild en dreigend, en met woest penseel tot stand gekomen. Hij was een action painter avant la lettre.

Zijn geënsceneerde fotografische zelfportretten zijn opzienbarend, omdat ze eerder verwantschap vertonen met het werk van moderne twintigste-eeuwse fotografen als Cindy Sherman en Francesca Woodman dan met de picturalisten van zijn eigen dagen. De symbolistische portretten weerspiegelen, behalve de krachtige man die Strindberg wilde zijn, een vulkanische en angstaanjagende persoonlijkheid.

In het Statens Museum for Kunst in Kopenhagen, het Deens Rijksmuseum, is deze zomer het retrospectief te zien dat door het Zweedse Nationalmuseum in Stockholm van Strindbergs schilderijen en foto's is samengesteld. Het ruim honderd jaar oude gebouw is een mooie plek om de minder bekende kant van Strindbergs kunstenaarsschap te leren kennen.

De reis over land naar Kopenhagen brengt je onvermijdelijk bij de zwartblauwe Oostzee en zijn zilverachtig glinsterende luchten. En zo kom je in de stemming voor Strindbergs werk, waarin de zee soms zomers kalm ruist, maar veel vaker buldert en steigert. En als op een eindeloze zomerdag de zon tergend traag onder gaat - die je schaduw tot in het absurde verlengt - word je vanzelf gevoelig voor de lichtelijk vertekende wereldbeeld van sommige grote noordse kunstenaars.

Strindbergs geschilderde oeuvre is klein - 120 werken - en niet constant van kwaliteit. Wie de vroege werken van rond 1870 ziet bij de ingang van de zaal - stramme tekeningen van bomen en planten, onhandig gepoetste landschapjes en flauw grijnzende brandingen op miniformaat - houdt zijn hart vast voor de rest van de tentoonstelling. De figuratieve schilderkunst is Strindberg schatplichtig in de zin dat de schilder zelf tijdig heeft ingezien dat zijn talent dáárin niet tot wasdom zou komen. Maar in zijn latere expressieve werk, meestal tot stand gekomen in de jaren waarin het hem aan literaire inspiratie ontbrak, klinken existentiële wanhoop, eenzaamheid en al die andere Weltschmerz door die zijn generatie aankleven.

Strindbergs geroemde toneelstukken, zoals De Vader, Freule Julie, Dodendans en Droomspel, dragen de sporen van de strijd der seksen, van haatliefde-verhoudingen waarin de man het moet opnemen tegen de valse loeders die vrouwen zijn. Een grondmotief in zijn werk is het besef - het noodlot in Strindbergs ogen - dat een man nooit honderd procent zeker weet dat het kind dat zijn vrouw baart door hém is verwekt. De vrouw daarentegen heeft over haar rol in de voorplanting geen enkele twijfel - niemand anders dan zij is de moeder. Aldus is de man, moet Strindberg tandenknarsend hebben bedacht, voor eeuwig gedoemd te leven onder het juk van de heerszuchtige feeks.

De oorlog tussen de seksen was aan het einde van de negentiende eeuw, het tijdperk van grote maatschappelijke en technologische veranderingen, een brandende kwestie. Strindbergs Noorse tegenpool, aanvankelijk zijn vriend, Henrik Ibsen had het met zijn emancipatorische Een Poppenhuis juist opgenomen voor de onderdrukte, getormenteerde Nora. En het werk van de Noorse schilder Edvard Munch, met wie Strindberg zijn leven lang bevriend was én hartstochtelijke vetes onderhield, had eenzelfde thematiek. Jaloezie, verstoting, het verlies aan persoonlijkheid wanneer geliefden zich in elkaar verliezen zijn Munchs onderwerpen.

Niets van dat al is zichtbaar in Strindbergs beeldend werk.

Vuur

Geen mens figureert op zijn schilderijen, en naar relationele spanningen verwijzen zijn foto's niet. Heftige brieven schreef hij midden jaren zeventig aan zijn geliefde, de actrice Siri von Essen, die zijn eerste vrouw zou worden: 'Ik bezit niet het allerscherpste verstand - maar wel het vuur; mijn vuur is het grootste in Zweden en als u dat wilt, zal ik het hele miserabele nest in brand steken!' En wat schilderde Strindberg in diezelfde periode van Sturm und Drang zoal? Strandparti, Sandhamn (1873), een loom rollende branding en wolkenpartijen die het nooit tot onweer zullen brengen.

Pas later, toen Strindbergs eerste huwelijk in 1891 op de klippen was gelopen en hij psychische crises, zijn 'Inferno', doormaakte, zouden de woede en vertwijfeling uit zijn toneelstukken ook op de schilderijen een uitweg vinden. Maar van de heftige echtelijke twisten met Siri, zijn groeiende jaloezie en vermoedens van overspel, is in zijn belangrijkste fotoserie, de Gersau Suite uit 1886, nog niets te merken.

Strindberg had, als veel van zijn tijdgenoten, grote belangstelling voor de nieuwe technische mogelijkheden van zijn tijd, waarvan de fotografie er één was. In het Zwitserse kuuroord Gersau, tijdelijke woonplaats van de familie Strindberg, maakte hij de reeks 'impressionistische beelden' waarin hij zelf de hoofdrol vervult.

De foto's zijn te beschouwen als onderdeel van een rollenspel waarin Strindberg de ideale man verbeeldt. En zo presenteert hij zich als onaantastbare autoriteit; de schrijver zelfverzekerd aan zijn bureau. Als echtgenoot; met Siri verwikkeld in een spelletje triktrak (symbolisch voor de strijd op leven en dood). Als heer van stand; met hoge hoed en sigaar, statig in een trapportaal. Als bohémien; met gitaar in de aanslag en fles wijn onder handbereik. En als vader van zijn twee bloedjes; met de schop in de aanslag - volgens de heersende mode niet wars van eerlijke Van Goghiaanse landarbeid.

De naakte beschrijving van Strindbergs mannelijkheid verheerlijkende foto's doet hun zeggingskracht tekort. Want bij al die symboliek beklijft vooral de priemende blik waarmee Strindberg, onverschrokken en niet geheel van waanzin vrij, in de lens kijkt. Steeds is midden in het beeld dat gezicht dat aandacht afdwingt en intimideert. En zo bewerkstelligt Strindberg bedoeld of onbedoeld hetzelfde als de hedendaagse conceptuele fotografe Cindy Sherman en de in 1981 jong overleden New Yorkse Francesca Woodman. Sherman met haar extravagante verkleedpartijen, en Woodman (1958-1981) met haar door het symbolisme geïnspireerde hide en seek, weten beiden de toeschouwer grenzeloos te boeien. Met elke foto voeden zij de nieuwsgierigheid naar de persoonlijkheid achter hun maskerade - naar henzelf.

Op de Gersau-foto's dringt in eerste instantie Narcissus zich op - telkens weer is Strindberg het centrum van het Al. Maar gaandeweg wekt de zelffotograaf meelij. De koortsige verbetenheid waarmee hij zijn rollenspel vervult, lijkt voort te vloeien uit wanhoop over zijn onvermogen grip te houden op zijn huwelijk en zijn gezonde verstand. Des te dramatischer en aandoenlijk is het zelfportret waarop de schrijver het hoofd heeft laten zakken. Moedeloos rust zijn bovenlichaam op het bureau. Een bijna verwelkte witte roos treurt met hem mee.

Die in de Gersau Suite detonerende, want ontluisterende foto is een voorafschaduwing van de in veel opzichten tragische levensjaren die Strindberg stonden te wachten. De jaren negentig stonden in het teken van scheiding, opnieuw trouwen en scheiden, en nog eens ongelukkig huwen. Maar ze werden vooral beheerst door Strindbergs psychische crises, door achtervolgingswaanzin, ziekelijk wantrouwen jegens vrouwen en vrienden, en een vlucht in occultisme.

Alchemist

Strindberg maakte in die jaren deel uit van de leidende kunstenaarskringen in Berlijn en Parijs, waartoe ook Paul Gauguin en Munch behoorden. En ongetwijfeld was hij een van de meest excentrieke. Hij probeerde als alchemist goud te maken uit koper. Hij zag verholen boodschappen in de patronen die zichtbaar werden wanneer een stukje houtskool op een vel wit papier werd gedrukt. Stelde fotopapier bloot aan de sterrenhemel, in de hoop dat hij zo de ware gedaante van de hemellichamen kon doorgronden (het kleurrijke resultaat van de experimenten wordt op de expositie getoond). En hij schijnt wel met een geweer de nachten te hebben doorgebracht, uit angst voor Munch.

In die gepijnigde toestand maakte Strindberg de prachtigste schilderijen. Vaak symboliseert de zee zijn gemoedstoestand - nooit is het water kalm of roerloos. Donkere wolken en huizenhoge golven vermengen zich en lijken de toeschouwer - één met de schilder - te verzwelgen. Eenzaam en bedreigd door irreële gevaren, ingefluisterd door demonen en, waarschijnlijk, ook gestuurd door de heftige emoties die hoorden bij het fin de siècle, schilderde Strindberg erop los - 'alla prima' noemde hij zijn ongeremde werkwijze, die nu action painting zou heten.

Nooit langer dan 23 uur mocht de vervaardiging van een schilderij duren, zo eiste hij van zichzelf, anders zou de intensiteit van het werk verloren gaan. Het praktische gevolg van die opvatting was dat de meeste schilderijen van Strindberg bescheiden maten hebben - zijn grootste is 62 x 98 centimeter.

Op Strindbergs schilderijen tekent zich steeds de machteloze nietigheid af van een man die moest opboksen tegen onmetelijke krachten. Een overwegend zwartzilver schilderij, Golgata (1894), laat een schip zien dat in de verte ten prooi dreigt te vallen aan de golven. De masten vormen drie kruizen, en vormen zo een aankondiging van de dood. Duister dreigen steeds de wolken, en ijskoud is het zeewater dat zich als een muur verheft.

Hoe heftig zijn psychose ook was, Strindberg overleefde. Zijn schilderwerk werd kalmer - en hij ging weer schrijven. De thematiek van zijn schilderijen bleef dezelfde, maar hij had zijn emoties meer in toom. Opvallend is de manier waarop Strindberg door zijn beheersing van het licht de aandacht van de toeschouwer weet te vestigen op specifieke onderdelen van zijn werk. Vaak is het de voorgrond, de top van een duin of een eenzame, kalende berk in een herfstlandschap die de nadruk krijgt - alsof hij een podium creëerde voor de onderwerpen die zijn gemoed symboliseerden.

In 1907, Strindberg schilderde al twee jaar niet meer en zou vijf jaar later sterven aan maagkanker, nam hij nog één keer de camera ter hand. Nog altijd vervuld van een occulte interesse, ging hij wolkenformaties fotograferen. Hij dacht dat er in de wolkenvormen een patroon te ontdekken was, waarin zich geheime boodschappen of aankondigingen schuilhielden. Hoe bizar de achterliggende gedachte ook was, de meervoudige opnamen van de hemel boven Stockholm zijn prachtig koel en scherp getekend. En zo besluiten ze het oeuvre van een kunstenaar die tot grootse scheppingen kwam, als hij met behulp van taal, verf of de camera zijn gektewanen wist te beteugelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden