De ideale leeszomer

Nausicaa Marbe is schrijfster.

NAUSICAA MARBE

De reisbibliotheek. Hoe het anderen vergaat, weet ik niet, maar met vakantie neem ik een ridicuul groot aantal boeken mee. Dat is dan nog maar een fractie van wat ik in de loop der maanden hamster, op almaar hoger opgetaste stapeltjes leg - voor die schamele weken aan zee of zwembad. Weken waarin ik meer tijd hoop te hebben voor lezen dan thuis, waar een jachtig familiebestaan het opgaan in een roman verdringt naar late, onwelwillende avonduren. Is het dan eindelijk eens stil, liggen de spelbrekers te bedde, zit of hang je daar met je boek en ja hoor, de woorden vloeien al in elkaar over, de regels beginnen te dansen, de ogen draaien. De wekker ging om half zeven, dat doet ie straks weer, en dit is de tol.

Het is het probleem van mijn generatie, denk ik, dertigers en veertigers die koppig achtenveertig uur in een etmaal stouwen en drie, vier levens tegelijk willen leven. In die drie, hooguit vier weken zomervakantie buitenshuis jagen we de illusie na van een ander bestaan, dat beter bij ons past.

De in bruikleen verkregen comfortabele, volgens de folders 'authentieke' huizen in den vreemde, met of zonder zwembad, maar altijd met royale banken en leesfauteuils (fatsoenlijke leeslamp zelf meebrengen) geven de tijdelijke bewoner het gevoel een echte inheemse te zijn. Op de eerste boodschappenstrooptocht wordt de enige beschikbare kruidenier al de 'onze' genoemd. En als de streek inderdaad idyllisch is en de zon vrolijk blijft schijnen, volgt al snel de aarzelende tred bij het passeren van de etalage van de lokale makelaar. Eens kijken wat je allemaal aan paradijselijks kunt krijgen voor nog geen ton. (Niets dus.) Liefst met fraaie rechte muren die de lokale timmerman ongetwijfeld van unieke boekenkasten kan voorzien. Dat wordt boeken verschepen, in één keer of doos voor doos; bij Amazon bestellen met adresopgave van dit paradijs; eerste drukken in de wacht slepen bij autochtone antiquaren die - o wonder - de waarde van hun handel niet kennen. En: de geweldige boekwinkel vinden die ónze hofleverancier mag worden. Een illusie, ik zei het al.

Dus stapel ik van september tot de laatste schooldag boeken op die daarmee genomineerd zijn om in de koffers mee te mogen. De selectie lijkt makkelijk. Elk nieuw boek wordt beoordeeld op zijn urgentie: is dit literatuur die in de wekelijkse tredmolen gelezen kan worden of komt die pas tot zijn recht in de verhoopte rustige, heldere dagen?

Maar met deze tweedeling zijn we er nog niet. Zodra de vakantiestapels zodanig groeien dat alle beschikbare koffers in huis onvoldoende huisvesting aan ze bieden, moeten we onze stuurse kant gaan ontwikkelen. Is de keuze uitgebalanceerd genoeg, voegt het aan de vakantie 'iets' toe, is de juiste 'mix' ontstaan van spanning en slow reading, actie en reflectie, bekend en onbekend, binnen- en buitenland, jong en oud, debuut en klassieker? Want wie zo lang toewerkt naar een ideale leeszomer, wil niet onaangenaam verrast worden door eenzijdigheid.

Scherp kiezen is daarom het devies, keuzes verwerpen, hele stapels afkeuren op zoek naar de juiste keuze, de énige. De zoektocht naar goud door alchemisten in vroeger tijden is kinderspel vergeleken bij dit voortemmerend dispuut met jezelf.

Kiezen dus. Al dient zich dan meteen een volgend probleem aan: de beklemming van een klein tasje boeken, het benauwende idee dat daarin wellicht tien matige titels schuilen, die na een uur lezen al tegenvallen en die dan weer niet in te ruilen zijn tegen de tien titels die de onvermurwbare wederhelft heeft meegesleept. Dus gaan er reserveboeken mee, per genre en categorie. Waanzin natuurlijk. Reizen met een kofferbak helpt.

Tevreden? Nou nee. Juist als de perfecte keuze op tafel ligt, speelt het geweten op. Wordt het niet tijd om, noem eens een zijstraat, de complete Balzac te lezen? De memoires van Churchill? Een Oost-Nederlander die ik ken, heeft de hele zomer voor zijn Franse tent met al zijn kinderen moeten zitten, wat een drukte was het daar, jongens nog aan toe - en wat deed hij? Hij las Vasily Grossman. Zo overleefde hij de camping.

Een Roemeense vriend sloot zich in een klooster op, met de hele Proust. Het duurde even voor we hem weer zagen, maar toen had hij dan ook die roman fleuve uit. Die rust, die monomane toewijding, het feit dat je voor onbepaalde tijd vrijaf neemt van je bestaan: jaloersmakend.

Mijn streven is praktischer te verwezenlijken. Als het nou eens zou lukken om elke dag door een roman vakantie te nemen? Ook al is het maar voor even.

www.vk.nl/NAUSICAAMARBE

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden