De ideale jongen is een meisje

Typisch mannelijke eigenschappen als lef en competitiedrang liggen niet meer zo goed. Gevolg is dat jongens het nakijken hebben in het onderwijs....

Bij de chimpansees zie je het óók al. De meisjes zijn de betere studenten. Dat ontdekte de Amerikaanse primatologe Elizabeth Lonsdorf een paar jaar geleden. Jonge chimps leren van hun moeder hoe ze van planten werktuigen maken om voedzame termieten te vangen. De oplettende meisjes kijken de vaardigheid af bij hun moeder; als ze 30 maanden oud zijn, kunnen ze ook zulk nuttig gereedschap maken. Na-apen dus. De jongenschimps hebben daar niet zo’n zin in. Ze kunnen zich minder goed concentreren en geven de voorkeur aan een robbertje stoeien en zwaaien aan boomtakken. Klieren dus. Uiteindelijk leren zij ook wel hoe je termietenvangers maakt, maar hun leerschool duurt bijna twee keer zo lang.

De overeenkomst met de menselijke kinderwereld is treffend. Iedere ouder met kinderen van beide seksen ziet het: jongens hebben behoefte aan rennen, stoeien en stompen. Ze testen graag of iets stuk kan. Meisjes spelen rustig en volgens vaste patronen. Als jongens een fort van hun legosteentjes hebben gebouwd, zijn ze even trots, maar al gauw geven ze er een trap tegen. Want daarna kun je uit die berg steentjes weer iets anders bouwen. Meisjes bouwen hun poppenhuis en spelen daarmee. Niemand mag het stukstoten. Liefst zouden ze de blokjes vastlijmen.

Veel onderwijskundigen, psychologen en pedagogen zijn er zo langzamerhand van overtuigd dat jongens en meisjes op verschillende manieren leren. Psychologe Martine Delfos beschrijft in haar boek De schoonheid van het verschil wat er gebeurt als je jongens- en meisjeskleuters een stuk klei geeft. De meisjes gaan ijverig aan de slag: ze boetseren poppetjes. De jongens trekken aan de klei, gooien hompen tegen het plafond, proppen klei in gaten. De meisjes begrijpen meteen dat het de bedoeling is iets te maken. Maar de jongens, zegt Delfos, onderzoeken wel degelijk het materiaal. Een volgende keer komen ze op het idee iets met klei dicht te plakken of te repareren.

Testosterongestuurd
Misschien werpt het klierige, testosterongestuurde jongensgedrag op lange termijn meer vruchten af dan volgzaam meisjesgedrag. En hé, zijn het in de chimpanseekolonies niet de mannetjes, de klunzige knutselaars van weleer, die de positie van top-aap innemen?

Toch is de kans groot dat op school het meisje dat een leuk poppetje kneedt een compliment krijgt van de juf, en de kleismijter wordt terechtgewezen. Ook moeder thuis heeft liever een rustig kind dat lekker knutselt dan eentje dat in de gordijnen hangt. Niemand zal het bewust zo bedoelen, maar het ideale jongetje lijkt tegenwoordig verdacht veel op een meisje.

Jongetjes moeten dus getemd worden. Zij zijn omringd door vrouwen die dat met liefde willen doen. Veel jongens zien, van de crèche tot aan groep 8, uitsluitend vrouwelijke leerkrachten en leidsters. Als hun ouders zijn gescheiden en zij opgroeien bij hun moeder, kan het gebeuren dat de leraar op de middelbare school hun eerste manlijke rolmodel is.

Competitiedrang
Dat kan verkeerd uitpakken. Louis Tavecchio, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam, wijst daar al twintig jaar op: jongens hebben mannen in hun leven nodig om zich mee te identificeren. Ze moeten hun energie kwijt kunnen in jongensdingen, zegt ook ‘jongensspecialist’ Lauk Woltring, zo leren ze omgaan met agressie. Want anders zoekt die energie zich een andere uitweg, in geweld en criminaliteit.

Jongetjes, eeuwenlang de norm, zijn nu de afwijkende, storende soort. De mindere soort, althans als je naar hun schoolprestaties kijkt (zie kader). Bij de Cito-toets in groep 8 doen beide seksen het even goed; – toch krijgen jongens lagere schooladviezen dan meisjes. Op het vwo zijn de meisjes in de meerderheid, op de universiteit en het hbo eveneens. Meisjes blijven minder zitten, halen hogere cijfers en studeren sneller af. Jongens zijn oververtegenwoordigd op de lagere typen vmbo en op scholen voor kinderen met leer- en gedragproblemen. Hadden meisjes dertig jaar geleden nog een onderwijsachterstand, nu hebben ze een voorsprong. Geen wonder dat ze oprukken in eerbiedwaardige voormalige mannenbolwerken: als rechter, notaris, accountant en arts.

Manlijke eigenschappen als lef, originaliteit en competitiedrang liggen niet meer zo goed. Sociaal gedrag, communicatieve vaardigheid en het vermogen tot multitasken zijn de selectiecriteria geworden, op school en op de werkvloer. En thuis. Jonge vrouwen zoeken een man die lief en zorgzaam is voor hun kinderen, met wie ze kunnen praten als met een vriendin. Maar hij moet ook hun computer kunnen repareren. Geld verdienen en voor zichzelf opkomen, kunnen vrouwen zelf wel.

Arme jongens, ze worden roemloos voorbijgestreefd. Hun hormonen sturen hen een kant op waar niets meer te halen valt; imponeergedrag, borstgeroffel en geroep om ‘respect!’ lijken loze relicten van hun diersoort geworden; je scoort er hooguit mee in de straatjungle, bij andere losers.

Wordt het tijd voor een grootscheepse actie ‘Red de jongens’? Moet het onderwijs drastisch veranderen om de jongens voor wegzakken te behoeden?

Dat de matige schoolprestaties van jongens te wijten zijn aan de toename van vrouwelijke leerkrachten, is niet hard te maken. Bovendien beginnen de problemen met jongens vaak op de middelbare school, waar ongeveer evenveel mannen als vrouwen werken.

Abstracte tovenarij
Het zijn de onderwijsmethoden en de didactiek die de afgelopen decennia zijn ‘gefeminiseerd’. Het onderwijs is steeds taliger geworden; zelfs wiskunde is niet meer de abstracte tovenarij van vroeger. Ook jongens moeten hun ‘eigen leervragen’ bedenken, presentaties houden en werkstukken maken. Ze worden geacht zelfstandig te werken en hun tijd goed in te delen.

De pech voor jongens is dat ze dát nu juist in hun puberteit niet goed kunnen. Dat toont het onderzoek van Jelle Jolles aan, hoogleraar Hersenen, Gedrag & Educatie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hun hersenen zijn nog niet af. Bovendien zitten ze anders in elkaar dan meisjeshersenen. Jongens verwerken informatie meer visueel-ruimtelijk en meisjes meer verbaal-linguïstisch. Onderwijsvernieuwingen als het Nieuwe Leren en het Studiehuis passen veel meisjes als een handschoen; jongens zijn daar in het nadeel. Jongens hebben meer dan meisjes behoefte aan structuur en aan duidelijke beoordelingscriteria.

Het voorbeeld van de ijverige meisjes werkt niet stimulerend: het bevestigt dat school kennelijk is voor brave meisjes en watjes – buitengewoon uncool. Je verhoogt je status bij vrienden niet met hoge cijfers, wel door de leraar een grote bek te geven. En omdat ‘gedrag’ en ‘werkhouding’ tegenwoordig belangrijke selectiecriteria zijn – zeg, bij twijfel tussen havo of vwo – komen veel jongens onder hun niveau terecht. Dat is verspilling van talent. Werd een paar decennia vrouwelijk talent genegeerd, nu zijn de jongens de klos.

Hoe krijgen we de jongens weer bij de les? In elk geval door meer in te spelen op verschillen tussen de seksen. In het meest extreme geval doe je dat door jongens en meisjes apart les te geven. In de Verenigde Staten is een vereniging voor gescheiden onderwijs opgericht, Nasspe, die inmiddels 540 scholen heeft gesticht, vooral in kansarme wijken. Ook in België en Engeland, waar men een lange traditie heeft van ‘single-sex’-onderwijs, wordt geëxperimenteerd met gescheiden klassen. In Nederland bepleitte socioloog Koos Neuvel in zijn boek Waarom jongens geen meisjes zijn de herinvoering van de jongensschool. Op zo’n school zouden jongens duidelijk gestructureerd onderwijs moeten krijgen, en meer gelegenheid tot actie en competitie.

Gescheiden klassen
De voorstanders van gescheiden klassen menen allemaal dat dit onderwijs, paradoxaal genoeg, stereotypering naar sekse tegengaat. Door de verschillen te benadrukken, zullen de seksen naar elkaar toegroeien. Die gedachte is niet zo gek: als je alleen maar jongens of meisjes in de klas hebt, maak je als leraar geen onderscheid. Het zijn allemaal ‘gewone’ leerlingen, onder wie herrieschoppers, dromers, ijverige types, talenwonders en wiskundenerds. Je categoriseert ze minder snel, op grond van vooroordelen, naar sekse. Het is opmerkelijk dat veel vrouwen uit de eerste naoorlogse generatie die carrière maakte, uit het meisjesonderwijs afkomstig zijn: oud-ministers Hedy d’Ancona en Maria van der Hoeven bijvoorbeeld. Uit een groot onderzoek van de Britse Girl School Association bleek dat meisjes op meisjesscholen beter presteren dan op gemengde scholen en vaker kiezen voor een studie in exacte vakken, ict en techniek.

Het vervelende is alleen dat wat voor meisjesscholen werkt, voor jongensscholen niet opgaat. Uit onderzoek blijkt niet dat jongens beter presteren op jongensscholen; er zijn zelfs aanwijzingen dat jongens het beter doen in gemengde klassen. Wellicht komt dat doordat meisjes rust brengen in de klas.

Los daarvan is er nog een bezwaar tegen gescheiden onderwijs: het staat ver af van de realiteit. Vroeger konden jongens zich in jongensinstituten voorbereiden op het old boys network, nu zullen ze in hun werk te maken krijgen met vrouwelijke chefs en bestuurders. Niet alleen in het onderwijs staan waarden als samenwerken en communiceren voorop, het zijn kenmerken van een moderne diensteneconomie.

Aan de andere kant: het geweldige onderwijssucces van meisjes heeft vooralsnog niet geleid tot gedrang bovenop de apenrots. Daar staan nog altijd mannen op hun borst te trommelen; onder CEO’s en topwetenschappers zijn bedroevend weinig vrouwen. Kennelijk zijn in de wetenschap en het bedrijfsleven eigenschappen als durf, eigenzinnigheid en competitiedrift wél lonend.

Laatbloeiers
School zou de plaats moeten zijn waar beide seksen tot hun recht komen. Daartoe is het nodig dat leermethoden aansluiten bij de manier waarop jongens en meisjes leren. Je kunt denken aan aparte jongens- of meisjesklassen voor wiskunde, of aparte sportklassen. En: jongens zijn vaak laatbloeiers, en leggen vaak een omweg af. Nu glijden ze na één jaar lanterfanteren meteen af naar een lager schooltype. De mogelijkheid tot zittenblijven zou verruimd moeten worden, en het ‘stapelen’ van opleidingen.

Er moet in elk geval iets te kiezen zijn in het onderwijs. In de huidige monocultuur van het zelfstandig werken is dat niet het geval. Een groot scala aan scholen – met ‘nieuw’ en ‘oud’ leren, gestructureerd en vrij, scholen met nadruk op kunst, sport of techniek – waarom niet? Grote kans dat jongens opbloeien.

En de minder brave, eigenwijze, analytisch ingestelde meisjes eveneens.

Hoger en sneller
In het schooljaar 2007-2008 ging 23 procent van de meisjes naar het vwo en 19 procent van de jongens; 53 procent van de meisjes bezocht het vmbo, tegen 58 procent van de jongens. In het mbo halen vrouwen een hoger mbo-niveau dan mannen: 70 procent van hen behaalde een diploma op de hoogste niveaus 3 en 4, van de mannen 55 procent. Van de vrouwen haalt driekwart hun universitaire masterdiploma in zes jaar, tegen 60 procent van de mannelijke studenten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden