De hypotheek van de fiscus

Gemeenten gaan woningen opnieuw taxeren voor de onroerende-zaakbelasting (OZB). Die herwaardering zou kunnen leiden tot fors hogere lasten voor de woningbezitter, vreest de Vereniging Eigen Huis....

door Joost Ramaer

Huiseigenaren opgepast: de Nederlandse gemeenten gaan eind dit jaar jullie woningen herwaarderen. Dat is de tweede taxatie sinds de Wet Onroerende Zaakbelasting (WOZ) in 1997 van kracht werd. Vanaf dat moment laten gemeenten de waarde van de woningen binnen hun grenzen eens in de vier jaar taxeren.

Die taxatie geldt als basis voor drie belastingen: het zogenoemde eigen-woningforfait voor de Inkomstenbelasting, dat het oude huurwaardeforfait vervangt, de waterschapsbelasting en de onroerende-zaakbelasting (OZB).

De laatste valt dan weer uiteen in een eigenaren- en een gebruikersdeel. Het eigenarendeel mag maximaal 1,25 keer zo groot zijn als het gebruikersdeel. Woningeigenaren betalen beide delen, huurders alleen het gebruikersdeel. De OZB is opgebouwd uit een door de gemeente vastgesteld bedrag per vijfduizend gulden van de getaxeerde waarde van de woning.

Bij de invoering van de WOZ hanteerden de meeste gemeenten taxaties per 1 januari 1995. Daarin waren al zeer forse waardestijginen verdisconteerd, vergeleken met de laatste taxaties onder het oude wettelijke regime. De lokale belastingbetaler kon daardoor een forse verhoging van zijn woonlasten tegemoet zien.

Sommige gemeenten, waaronder Amsterdam, verzachtten de pijn door uit te gaan van de lagere woningprijzen per 1 januari 1992, de zogenoemde wetsfictie. Heel aardig van ze - maar het betekende slechts uitstel van executie. Want nu er een tweede ronde taxaties aankomt, moeten de fictie-gemeenten alsnog een reuzensprong van zeven jaar maken: de nieuwe taxaties gaan uit van het prijspeil per 1 januari 1999.

De Vereniging Eigen Huis (VEH) maakt zich ernstige zorgen over de gevolgen voor de OZB. 'Wij verwachten dat de nieuwe taxaties gemiddeld 40 procent hoger zullen uitkomen dan die van 1995', zegt een woordvoerder van de belangenclub van woningbezitters. 'En voor de fictie-gemeenten zou het verschil ten opzichte van 1992 wel eens tot 80 procent kunnen oplopen.'

Hoger taxeren is één ding. Of de gemeente hetzelfde tarief op die hogere waardering loslaat, is vers twee. Die laatste stap zal niet worden gezet, denkt de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). 'De gemeenten laten een enorme belastingverhoging ineens echt niet gebeuren', verzekert Robert Verkuijlen, coördinator belastingzaken bij de VNG. 'Dat zouden de burgers toch ook niet pikken?'

De geschiedenis heeft dat volgens hem ook bewezen. 'Uit onderzoek is gebleken dat in jaren dat de waarde opnieuw werd vastgesteld, de belasting niet extra omhoog ging.' Utrecht en Amsterdam, de twee gemeenten met de meest overspannen huizenmarkten, lieten deze week al weten het OZB-tarief te zullen verlagen als compensatie voor de fors hogere taxaties.

Toch is de VEH niet gerust op een goede afloop. 'Sinds de invoering van de WOZ is de OZB die de burger feitelijk betaalt, in de meeste gemeenten jaarlijks aanzienlijk harder gestegen dan de inflatie', aldus de VEH-woordvoerder. 'Vorig jaar bedroeg de gemiddelde toename 4,3 procent.'

De VEH werkt met gegevens van het Centrum voor Onderzoek naar de Economie van Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen. Dit instituut berekent de feitelijk betaalde OZB door het gemeentelijke tarief te vermenigvuldigen met de gemiddelde waarde van een woning in die gemeente. Die bedragen zijn vorig jaar in de meeste gemeenten inderdaad met meer dan de inflatie toegenomen (zie tabel).

'De gemeenten kunnen de hogere herwaarderingen wel compenseren met lagere tarieven, maar als ze die niet volledig compenseren, gaat de burger alsnog meer betalen', stelt de VEH. De vereniging signaleert nog een ander probleem. Bij de nieuwe OZB-tarieven telt de waardeverhoging van alle onroerend goed mee. Maar woningen zijn veel harder in waarde gestegen dan kantoren, fabrieken en ziekenhuizen. Een gemiddelde tariefsverlaging benadeelt de woningbezitter en bevoordeelt de eigenaar van een andersoortig pand.

'Woningbezitters moeten een eigen tarief krijgen', vindt de VEH. De huidige WOZ staat dat niet toe, maar een wetswijziging is al in de maak. Dat is mede het resultaat van een evaluatie van de WOZ eind vorig jaar, onder leiding van de Rotterdamse hoogleraar Belastingrecht Leo Stevens.

Een ander voorstel uit deze evaluatie nam het kabinet niet over. Nu is het zo dat een burger die met succes bezwaar maakt tegen de taxatie van zijn huis, alleen zijn eigen OZB-aanslag verlaagd ziet. Zijn buren die geen bezwaar hebben gemaakt en in een even duur huis wonen, blijven tot de volgende herwaardering het te hoge bedrag betalen.

Vergeefs stelde de commissie-Stevens voor gemeenten in staat te stellen om ook de aanslag van de buurman achteraf te verlagen. 'Het ministerie van Financiën redeneerde: wie zelf geen bezwaar aantekent, moet maar op de blaren zitten', zegt Verkuijlen van de VNG.

Een gemiste kans, vindt de VEH. 'Wie bezwaar wil maken, heeft het taxatieverslag van zijn woning nodig, op te vragen bij de gemeente. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken na ontvangst van de beschikking waarin de gemeente de waarde van de woning vaststelt. Maar in het verleden duurde het soms drie maanden voordat de klager zijn taxatieverslag ontving.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden