INTERVIEW

De hypocrisie van het Nederlandse drugsbeleid

Pieter van Vollenhoven

Terwijl Nederland op internationaal niveau voor een totaalverbod op drugs is, is cannabis hier al decennia toegestaan. Onhoudbaar, vindt Pieter van Vollenhoven.

Beeld Bier en Brood

'Het is alsof je bier wel mag verkopen en drinken, maar niet mag brouwen en aanleveren', zegt Pieter van Vollenhoven. 'Met het voortbestaan van deze hypocrisie is de geloofwaardigheid van de Nederlandse overheid niet gediend.'

Van Vollenhoven - prof. mr. - is voorzitter van de Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV), een onafhankelijke club die de samenleving in de breedst mogelijke zin veiliger probeert te maken. Ook op drugsgebied dus.

Er is durf nodig om de patstelling in het coffeeshopbeleid te doorbreken, stelt de stichting in de discussienota Nederlands drugsbeleid, in het bijzonder ten aanzien van cannabis. Want het gedoogbeleid, waarbij coffeeshops cannabis aan de voordeur mogen verkopen, maar de teelt en toelevering ervan aan de achterdeur verboden blijft, is hypocriet en schizofreen.

Van Vollenhoven roept de regering op de patstelling te doorbreken en een keuze te maken. Optie één: helemaal stoppen met het gedoogbeleid en de coffeeshops. Die optie is makkelijk en overzichtelijk, want met een consequent totaalverbod houdt Nederland zich netjes aan de internationale drugsverdragen, die een compleet verbod op de productie, handel en bezit van drugs voorschrijven. Nederland heeft die verdragen ook zelf ondertekend.

Óf in navolging van de voordeur ook de achterdeur van de coffeeshops reguleren. Daardoor wordt de aanvoer van cannabis naar de shops toegestaan - die aanlevering wordt nu helemaal overgelaten aan criminelen en geeft politie en justitie handenvol werk. Die optie houdt de coffeeshop als 'zichtbaar symbool van het onderscheid tussen soft- en harddrugs' in stand.

Niets doen en doormodderen met het gedoogbeleid is geen optie, vindt Van Vollenhoven. Want dat beleid is 'aan niemand uit te leggen' en ondermijnt de geloofwaardigheid van de Nederlandse overheid.

'Er moet eindelijk eens duidelijkheid komen', zegt hij. 'Er zitten twee merkwaardigheden in het beleid. Landen hebben in internationale verdragen hard- én softdrugs verboden verklaard, ook Nederland. Dan is het merkwaardig dat één land de softdrugs via de coffeeshops toch toelaat. Dat is in strijd met de afspraken. En ten tweede is het merkwaardig dat we de achterdeur van de coffeeshops wel tot verboden gebied hebben verklaard. Dat is inconsistent.'

Pieter van Vollenhoven heeft vooral naam gemaakt als voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. In het bestuur van de SMV, in 1986 opgericht onder de naam Stichting Maatschappij en Politie, zitten verder onder anderen Hans Wiegel, Tjibbe Joustra (de voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid), strafjurist Ybo Buruma, politievakbondsvoorzitter Gerrit van der Kamp en oud-commissaris van de koningin in Utrecht Boele Staal.

Welke optie heeft uw voorkeur: coffeeshops sluiten of de achterdeur reguleren?

'Ik heb helemaal geen voorkeur voor een bepaalde optie. Ik houd van duidelijkheid. Nederland moet kiezen. Staan we nog steeds achter het verbod op softdrugs, dat we in de internationale verdragen hebben ondertekend? Of vinden we softdrugs minder gevaarlijk? Daarover moet het ministerie van Volksgezondheid zich uitspreken: moeten we softdrugs verbieden of niet?

'Als de conclusie is: ze zijn slecht voor de gezondheid, dan moeten we de coffeeshops sluiten. En als ze zeggen: het is geen probleem, dan moet je de achterdeur van de coffeeshops openen en hoef je niet meer zo veel politie in te zetten voor de bestrijding van softdrugs. In dat geval moet je het ook internationaal aankaarten. Nederland moet zich sterk maken voor een gedeelde visie op het drugsbeleid. Ook in andere landen, zoals Spanje en Uruguay, zie je dat soepeler wordt omgegaan met het verbod op cannabis. Nederland moet die discussie aanzwengelen, in de eerste plaats met landen die ons na aan het hart liggen. Misschien is het internationale verbod op softdrugs wel achterhaald. In dat geval moet het verbod van tafel. Dan moeten we internationaal regelen dat we de verdragen niet overtreden.'

Aanleiding voor de discussienota, in maart verschenen en aan leden van de Tweede Kamer verstuurd, vormt een oproep van de Global Commission on Drug Policy in haar rapport War on Drugs uit 2011: 'Als we niet weten of het beleid effectief is, maar we weten wel dat het zoveel nadelen heeft dat we ons de vraag moeten stellen of het middel niet erger is dan de kwaal, moeten we dan niet tenminste praten over mogelijk andere vormen van aanpak?'

Eerst heeft de SMV een achtergrondstudie laten verrichten naar de drugsproblematiek. Daaruit kwam naar voren dat 'drugsgebruik vóór alles een gezondheidsprobleem is', maar dat het ook drie vormen van criminaliteit met zich meebrengt: de eigenlijke drugscriminaliteit (drugs zijn verboden), de verwervingscriminaliteit (diefstal om aan geld te komen om drugs te kopen) en randcriminaliteit (afvaldumping, geweld bij illegale handel). Een derde probleem is de grote inspanning die het overheden kost om drugsgebruik te beheersen (inclusief verslavingszorg) en criminaliteit te bestrijden.

Uit onderzoeken blijkt ook dat drugsgebruik in hoge mate 'beleidsresistent' is: wat overheden ook doen, het is niet aantoonbaar dat het werkt om het gebruik te verminderen. 'De claim van voorstanders van een harde strafrechtelijke aanpak dat het drugsgebruik erger zou zijn als zou zijn gekozen voor een minder repressieve aanpak, wordt niet door onderzoek bevestigd', staat in de nota. 'Evenals trouwens het tegendeel: we weten ook niet of een ander type beleid (bijvoorbeeld gericht op een gezondheidsbenadering) zou leiden tot een vermindering van het gebruik.

Daarna heeft de SMV nader onderzoek laten verrichten door hoogleraar criminologie Dirk Korf (Universiteit van Amsterdam) naar de aanpak van de illegale drugsmarkt, in het bijzonder cannabis. Daaruit blijkt onder meer dat Nederland al vanaf het begin, vanaf 1915, betrokken was bij internationale drugsverdragen. Tot midden jaren zestig was nauwelijks sprake van een drugsprobleem. Men zag cannabisgebruikers vooral als crimineel en/of psychisch gestoord. Dat beeld veranderde toen 'non-conformisme en maatschappelijk verzet belangrijke drijfveren werden voor gebruik van cannabis'.

Omdat ook heroïne in de jaren zeventig sterk in opkomst kwam, werd in 1976 onderscheid gemaakt tussen hard- en softdrugs. Om beide markten te scheiden deed tevens het gedoogbeleid zijn intrede: de verkoop van cannabis in coffeeshops werd onder strikte voorwaarden toegestaan. Daarmee werd cannabis in belangrijke mate gedecriminaliseerd. Maar omdat de aanlevering van de coffeeshops niet werd geregeld, kwam tevens de illegale cannabishandel tot grote bloei.

De laatste jaren gaan ook andere landen soepeler om met de internationale drugsverdragen. In Spanje ontstonden de Cannabis Social Clubs, die collectieve teelt voor eigen gebruik propageren. In Uruguay is het verbod op productie, handel en bezit van cannabis zelfs helemaal opgeheven. En ook in de Amerikaanse staten Colorado en Washington worden vergunningen afgegeven aan grootschalige commerciële bedrijven om cannabis te telen en op de markt te brengen.

In haar conclusies roept de SMV de Nederlandse regering op het initiatief te nemen tot het 'tot stand brengen van een gedeelde visie op een nieuwe wereldwijde drugsstrategie'. Want een drugsvrije wereld door verbod en repressie is 'een illusie'. En de stichting ziet ook al een uitgelezen moment waarop Nederland dat kan doen: in 2016 zitten alle landen bij elkaar tijdens de United Nations General Assembly Special Session on the World Drug Problem (UNGASS). Volgens de SMV 'een unieke gelegenheid'. In dat jaar is Nederland tevens voorzitter van de Europese Unie.

Heroïne dient eerst gesmolten te worden. Beeld anp
Naast aluminiumfolie kan een lepel ook gebruikt worden voor het smeltproces. Daarna gaat de vloeibare heroïne een spuit in. Beeld anp

Heeft u enig idee waarom de Nederlandse regering niets doet en zo hardnekkig blijft vasthouden aan het gedoogbeleid dat door zowel tegenstanders als voorstanders wordt bekritiseerd?

'Ik weet dat niet, maar vind wel dat de regering gebrek aan durf toont om deze problematiek echt diepgaand te onderzoeken en aan te pakken. Nederland is van meet af aan betrokken bij internationale drugsverdragen. Al snel werd cannabis op de lijst van verboden middelen gezet, niet op grond van gezondheids- of veiligheidsargumenten, maar onder druk van Amerika en de farmaceutische industrie. Je kunt altijd tot andere inzichten komen. Waarom hebben we dat destijds ondertekend? Gaat het echt om de volksgezondheid? Of is cannabis minder gevaarlijk dan sigaretten? Misschien zijn we nu iets aan het bestrijden dat niet strikt noodzakelijk is. UNGASS biedt de mogelijkheid om dat aan te kaarten: we kijken er om gezondheidsredenen nu anders tegenaan.'

Dat klinkt toch alsof u voorstander bent van legalisering van cannabis?

'Nee, die conclusie mag u niet trekken. Want bij cannabis heb je ook de discussie over het thc-gehalte, waardoor het door sommigen tot de harddrugs wordt gerekend. Ik ben geen specialist daarin. Het enige dat ik wil zeggen is dat je duidelijke afspraken moet maken. Je kunt niet voor een totaalverbod op alle drugs zijn, en toch softdrugs toestaan. En als je softdrugs minder gevaarlijk vindt en wilt scheiden van harddrugs - en het is natuurlijk de vraag of beide soorten drugs in de praktijk te scheiden zijn - dan moet je in elk geval pogen de internationale verdragen te veranderen om te zorgen dat je niet meer in overtreding bent.'

Is dat niet net zo'n illusie als de illusie van een drugsvrije wereld door verbod en repressie?

'Waar een wil is, is een weg. Als je landen wilt overtuigen dat wij op de goede weg zijn, doe dat dan. Nederland moet het voortouw nemen. Daar is zeker moed voor nodig. En als er internationaal geen eensgezindheid kan worden bereikt, dient het totaalverbod weer van kracht te zijn en is het jammer voor de coffeeshops.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.