De hulpverlener is kop van Jut

Brandweerlieden en andere hulpverleners bij rampen dienen steeds meer als kop van Jut, meent Paul Lieben. Ze hebben weinig inbreng in het gewone veiligheidsbeleid en treden pas op als de laatste estafetteloper in een kansloze positie....

Paul Lieben

'CAN you manage?' is de uitdagende tekst van een wervingsaffiche voor brandweerofficieren in de dop. Op de bijbehorende foto is een brandweerofficier te zien die kordaat leiding geeft aan de bestrijding van een brand met veel rook. Het getoonde hete vuur is niet het enige gevaar waar kandidaat-hulpverleners mee moeten leren omgaan.

Het figuurlijke afbrandrisico voor individuele brandweermensen en ook andere hulpverleners als gevolg van (al dan niet vermeende) gemaakte fouten bij een incidentbestrijding, is namelijk in toenemende mate aan de orde. En hier helpt geen beschermende overall.

Zo worden in één van de inspectierapporten over de vuurwerkramp in Enschede onder meer vraagtekens gezet bij de verkenning van het terrein door brandweerpersoneel. Voorts zal als gevolg van de Herculesramp de toenmalige brandweercommandant van de vliegbasis Eindhoven worden vervolgd.

De Amsterdamse brandweercommandant Ernst die met de Bijlmerramp te maken kreeg, is niet meer de hoogste leidinggevende aldaar. Maar ook brandweermannen met lagere rang kunnen bij uitoefening van hun werk in aanraking komen met justitie; bij verkeersongelukken als gevolg van uitrukken gaan ook zij niet vrijuit.

Werd volgens de overlevering nogal eens de boodschapper van het slechte nieuws ten onrechte onthoofd; het lijkt er tegenwoordig op dat de hulpverlener deze weinig benijdenswaardige positie tegen wil en dank heeft overgenomen. De individuele brandweerman - maar ook andere hulpverlener - die probeert te redden wat er te redden valt in een veelal hopeloze situatie, fungeert in toenemende mate als kop van Jut. Dat getroffen burgers (soms) uithalen naar de eerst aanspreekbare en meest zichtbare mensen ter plaatse is nog te begrijpen, maar sommige politici, juristen en journalisten zouden toch echt beter moeten weten en dieper moeten willen graven.

De veiligheidsmarges waarbinnen hulpverleners opereren, worden immers steeds smaller. Alles moet namelijk kunnen: meer en grootschaliger bebouwing en dichter op elkaar, meer en grootschaliger evenementen, overal tunnels, verkleining van de diameter van waterleidingen ten gunste van het milieu maar ten koste van de bluscapaciteit, noem maar op. Meer risico's dus, maar niet navenant meer middelen en mogelijkheden voor hulpverleners. Het is duidelijk dat door het maatschappelijk verlangen naar meer, grootschaliger en moeilijker, men tevens akkoord gaat met meer incidenten.

De brandweerman die in ambtelijke kringen en daarbuiten aan gevaarsaspecten refereert, wordt regelmatig weggezet als een zeurpiet, een muggenzifter of een onheilsprofeet. Men doet liever zaken met de hippe concertorganisator, de getapte horeca-ondernemer of de culturele hotemetoot die zijn beklag doet over al dat gezeur. De brandweer moet toch vooral water bij de wijn doen en tot een compromis zien te komen. Nu pas schijnen bestuurders opeens in te zien dat veiligheid zich hier niet voor leent. Het compromis compromitteert slechts diegenen die het doorgedrukt hebben.

In het voortraject gaat dus het nodige fout. Dit sluit niet uit dat ook tijdens de uiteindelijke incidentbestrijding missers kunnen worden gemaakt. Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt; alleen kunnen die bij hulpverleners eerder fatale gevolgen hebben dan bij de gemiddelde werknemer. Het is dan op zich ook te billijken dat er met een vergrootglas naar het werk van deze lieden wordt gekeken.

Zo moeten hulpverleners regelmatig op basis van onvolledige informatie binnen enkele seconden besluiten nemen met verstrekkende consequenties en dat in hectische situaties. Mensen kunnen het zich slechts ten dele aanleren om dit op een zo verantwoord mogelijke wijze te doen. Naderhand zijn er mensen die op basis van volledige informatie en niet gehinderd door enige (tijds)druk hun oordeel vellen en ventileren. Salonhulpverleners?

Overigens ziet men het, letterlijk, 'vuile werk' van oefenen op rampenscenario's in Nederland niet graag gebeuren. Ja, het beproeven van burgemeesters en ambtenaren in zogenaamde crisiscentra heeft als gevolg van de millenniumwisseling (dus ook maar zeer recent) een grote vlucht genomen. Maar het 'echte' oefenen van brandweerlieden onder rampenomstandigheden gaat heel wat moeilijker.

Komt de eenmaal getrainde hulpverlener ter plaatse van een incident, dan vormt deze veelal het sluitstuk op een traject waarop hij of zij persoonlijk geen invloed heeft gehad. Hij of zij heeft uiteraard niet om moeilijkheden gevraagd, laat staan ze gecreëerd, maar doet natuurlijk zijn stinkende best om de gerezen problematische situatie te beëindigen. Als de hulpverlener geluk heeft, heeft zijn brandweerkorps redelijke arbeidsvoorwaarden kunnen realiseren. De brandweer moet immers per gemeente haar rol als hoeder van veiligheid keer op keer bevechten.

Andere diensten met andere belangen zijn soms belast met de afgifte van vergunningen, die wel aan het werk van de brandweer raken. Het hangt maar net van de standvastigheid van de brandweercommandant af - en de aandacht van de burgemeester en zijn gewicht in het college - of veiligheidsafwegingen in voldoende mate worden meegewogen in het gemeentelijk beleid.

Er zijn korpsen die sinds jaar en dag roepen dat zij gegeven de toename van bouwsels en evenementen en een gelijkblijvende capaciteit, onvoldoende aan controlerende en handhavende taken kunnen toekomen. Tot nu toe waren die smeekbedes aan dovemansoren gericht.

De landelijke overheid gaat eveneens niet vrijuit. Voor vele terreinen (veiligheid bij grote evenementen, brandveiligheid in hoge gebouwen en tunnels, vestiging van risicovolle objecten in en om woongebieden) zijn geen of onvoldoende landelijke regels en richtlijnen voorhanden. Het is opvallend dat rapporten van inspecties hier zelden de nadruk op leggen, terwijl dit de bodem is waarop misoogsten gedijen.

Roept minister De Vries nu opeens in het tv-journaal dat veiligheid topprioriteit is en dat als het om veiligheid gaat, je geen compromissen mag sluiten; heel wat brandweermensen zijn noodgedwongen anders gewend. Bovendien, als veiligheid topprioriteit is, waarom slaagden de minister en zijn staatssecretaris er dan niet in om de benodigde middelen voor het Project versterking Brandweer in hun volle omvang te bemachtigen en te fourneren aan de diverse korpsen, nota bene ten tijde van een begrotingsoverschot.

Het bovenstaande relaas laat zien dat het handelen van een individuele incidentbestrijder slechts een fragmentopname is van een keten van gebeurtenissen, die tot het voorval en de afwikkeling ervan hebben geleid. De hulpverlener is als een laatste estafetteloper in een rij die in volstrekt kansloze positie het stokje krijgt overgedragen en vervolgens als het tegenzit de schuld van de nederlaag in de schoenen geschoven krijgt.

De hulpverlener helpt, beschermt en redt, maar wie helpt, beschermt en redt de hulpverlener? Als minister De Vries het tekort aan brandweerpersoneel daadwerkelijk wil aanpakken moet hij hier eens aandacht aan besteden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden