Een ingestorte moskee op Lombok.

Reportage Aardbeving in Lombok

De hulp op Lombok wordt geregeld in Jakarta, ‘en dan weet je het wel’

Een ingestorte moskee op Lombok. Foto AFP/Sonny Tumbelaka

De Indonesische regering zegt de hulpverlening aan de slachtoffers van de aardbeving zelf wel aan te kunnen. Maar op Lombok hebben ze daar weinig vertrouwen in. En dus proberen de mensen elkaar maar te helpen.

De weg door de bergen slingert van het ene majestueuze uitzicht naar het andere. Alles is even prachtig. Maar ineens vervaagt die pracht. Het groene bos maakt plaats voor een rijgsnoer van grijze dorpjes. Totdat die dorpjes er ook niet meer zijn. Muren liggen op elkaar, gevels hangen met hun betonijzer nog net aan een geknakte pilaar, ingezakte daken leunen op de grond, dakpannen zijn verpulverd tot gravel.

In een kleine open vallei steken blauwe plastic zeilen af tegen het grauw van de ramp. Onder die zeilen wonen de mensen. Ernaast hangt wasgoed te drogen, en naast het wasgoed staat een vrouw te zwaaien. Aandacht is wat ze nodig hebben, aandacht en hulp.

Veel hulp, want de schade blijkt enorm te zijn na de aardbeving van zondag en tientallen naschokken, waarbij in totaal 321 mensen om het leven kwamen. Het nationale rampenbureau meldde vrijdag dat 270 duizend mensen geen dak meer boven hun hoofd hebben. ‘Hulp wordt zo spoedig mogelijk gegeven’, zei een woordvoerder. Hij sprak over mobiele keukens, voedsel en drinkwater. Om vervolgens toe te geven dat de overheid daarbij sterk afhankelijk is van vrijwilligers en hun giften.

Slachtoffers van de aardbeving zoeken door het puin naar hun bezittingen. Foto Getty Images/Ulet Ifansasti

Kartonnen dozen

Dat die overheid in gebreke blijft, is zichtbaar op tal van plekken. Boven aan de weg staat een houten bord met een pijl die wijst naar de tenten: ‘Lokasi Pengungsi Gempa’, hier zijn de vluchtelingen van de aardbeving. Er staan veel van zulke borden en bij elk bord staan een paar mensen met kartonnen dozen waar je geld in kunt gooien voor de vluchtelingen in de tenten.

Dat gebeurt, maar het zijn druppels die al verdampen voordat ze goed en wel op de gloeiende plaat zijn geland. Duizenden zijn al dagen afhankelijk van wat ze aan de weg kunnen vangen. Van de overheid moeten ze het niet hebben, want sirene-geile konvooien van vrachtwagens, pickups, busjes en personenauto’s razen met hulpgoederen voorbij. Ze stoppen niet zomaar ergens, remmen zelfs niet af om hier en daar wat geld te geven.

Foto AFP/Sonny Tumbelaka

Schooltje

Echte, gecoördineerde noodhulp is nog zeldzaam. Die is er alleen in het noorden van het eiland, waar een rampenhoofdkwartier en twee veldhospitaals zijn opgezet. Ook hier moeten ze het doen met particuliere hulp, die er gelukkig soms wel is. Een schooltje aan de bergweg is overgenomen door de Rotary, en volgestapeld met eieren, indomie (een merk  instant-noodles, red.), water, dekens en plastic. Alles wordt ordelijk uitgedeeld aan mensen die al even ordelijk op hun beurt zitten te wachten.

Natuurlijk is de overheid niet overal afwezig. Bij een politiehoofdbureau staan stoelen in nette rijtjes. Maar er wordt nog niet echt veel uitgedeeld. De politie en het leger zijn ingeschakeld om mee te helpen, maar hun hulp wordt geregeld vanuit Jakarta en dan weet je het wel, zegt Andi, die rondrijdt op het eiland. Hij weet de administratieve rompslomp tot in gekmakende details te beschrijven. ‘Jakarta stuurt hulp. Dat gaat eerst naar het kantoor van de gouverneur, dan naar de bupati, en verder naar beneden op de bestuurlijke ladder, naar de lura, de camat en dan de RT en RW. En overal moeten formulieren worden ingevuld. Dat duurt allemaal veel te lang.’

Daarom zijn de Lombokkers veelal op zichzelf aangewezen. Ze sturen foto’s rond van de kommervolle omstandigheden waarin ze leven. De bijgaande boodschap is duidelijk: ‘hulp is nodig, alle beetjes helpen’. Voor veel mensen zijn de beetjes alles wat er is.

Nationale trots blokkeert hulp

Wat zichtbaar ontbreekt zijn tentenkampen. Hier zijn geen witte tenten van IOM en UNHCR te zien. Niet omdat die vluchtelingenorganisaties niet willen helpen, maar omdat de Indonesische regering de internationale gemeenschap heeft laten weten het zelf wel aan te kunnen. ‘Buitenlandse hulp is vooralsnog niet nodig’, verklaarde de woordvoerder van de rampendienst woensdag. Het lijkt meer een kwestie van nationale trots dan een serieuze afweging.

Foto AFP/Adek Berry

Er is nog een andere beslissing die de slachtoffers woedend maakt: het besluit van ‘Jakarta’ om de aardbevings-estafette niet als een ‘nationale ramp‘ te bestempelen, maar als een ‘lokale ramp’. Dat betekent dat de provincie Lombok er alleen voorstaat. Het is een hels karwei, temeer daar sommige getroffen gebieden onbereikbaar zijn en de communicatie tussen delen van het eiland hapert.

‘Jakarta’ stuurt wel zijn rampen- en reddingsdienst, die zij sinds een paar megarampen als de tsunami van Atjeh in 2004 en de aardbeving in Yogya van 2006 heeft uitgerust met nieuwe autos, nieuwe boten, helikopters, kniptangen en cirkelzagen, en vooral met fonkelnieuwe oranje overalls. Maar de rest, en vooral de wederopbouw straks, moet de arme provincie zelf regelen als deze ramp niet wordt opgewaardeerd tot een ‘nationale’ ramp.

Aanvulling 12 augustus 2018: Een eerdere versie van dit artikel, waarin stond dat president Joko Widodo had laten weten het getroffen gebied voorlopig niet te bezoeken, leidde tot verwarring. Dit was onvolledig: Widodo heeft Lombok bezocht na een eerdere aardbeving, op 29 juli dit jaar. Na de beving van 9 augustus is hij nog niet op het eiland geweest.

Foto AFP/Sonny Tumbelaka
Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.