De Hrabaliaanse toedracht

SOMMIGE MENSEN beschikken over het raadselachtige vermogen om al vroeg in hun leven nauwkeurig te voorspellen onder welke omstandigheden of op welke manier zij mettertijd aan hun eind zullen komen....

De Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal flikkerde in 1997 op 83-jarige leeftijd uit het raam van een Praags ziekenhuis. Hij was daar herstellende en probeerde, naar verluidt, een duif te voeren die buiten op de vensterbank zat, maar of dat werkelijk zo was, is onachterhaalbaar. En zelfs als dat inderdaad een ongeluk is geweest, weet niemand of dat ongeluk hem is overkomen of dat hij het heeft laten gebeuren.

Het eigenaardige is echter, dat hij in een van zijn latere verhalen, 'De toverfluit' - hij schreef het in 1989 - hele alinea's wijdt aan de dood door een val uit een raam. Springen, vallen, hele of halve opzet, actief of passief, het lijkt wel of hij er niet genoeg van kan krijgen de verschillende mogelijkheden onder ogen te zien. Toen hij acht jaar later werkelijk omkwam door de val uit een hooggelegen raam, zijn er in zijn necrologieën talrijke alinea's gewijd aan het literaire karakter van zijn dood, of preciezer nog: de specifiek Hrabaliaanse toedracht. Maar pas bij het lezen van deze alinea's wordt duidelijk hoezeer zijn levenseinde zich in de geest van zijn werk heeft voltrokken.

'De toverfluit' is een van de elf verhalen van Hrabal die samen de bundel De toverfluit vormen. Die verhalen zijn door Kees Mercks, Hrabals koppige pleitbezorger in de Lage Landen, in het Nederlands vertaald en ten dele al eerder in tijdschriften, bloemlezingen of gelegenheidsuitgaven verschenen. Ze zijn oorspronkelijk in twee periodes geschreven, vanaf de vroege jaren vijftig tot halverwege de jaren zestig, en in de late jaren tachtig. In de tussenliggende periode stond Hrabals literaire loopbaan onder nog grotere politieke druk dan anders en dat heeft zowel zijn productie als de kwaliteit van zijn verhalen danig beïnvloed.

Deze verhalen laten op een enigszins verborgen manier zien hoe Hrabal te werk ging en vooral hoe zijn schijverschap is ontstaan. Zijn werk kent over de hele wereld een beperkte maar zeer stellige schare liefhebbers en die liefde geldt vooral zijn romans. Daar zijn er zo zoetjesaan ook al heel wat van in het Nederlands vertaald, autobiografische, die twee jaar geleden als Verschoven zelfportret in een band bijeen werden gebracht, en sterk verhalende, als Ik heb de koning van Engeland bediend en Het stadje waar de tijd stil is blijven staan.

Die romans zijn zo onweerstaanbaar omdat de hilariteit van het dagelijks leven er als volslagen normaal wordt gepresenteerd, of de normaliteit van alledag als bizar. Hrabal beschrijft de verschrikkelijkste gebeurtenissen en de gekste voorvallen zo droog, zo laconiek mogelijk op. Het schrijnende wordt daardoor extra schrijnend en het lachwekkende nog veel grappiger. Ofschoon hij dikwijls als verteller in die verhalen optreedt, houdt hij afstand tot de gebeurtenissen die hij beschrijft. Alsof hij er niks mee te maken heeft en slechts door het toeval getuige is geweest. Hij schrijft op wat hij gezien of gehoord heeft, commentaar is overbodig.

Die presentatie, die stijl, verraadt langdurig werken: vijlen en schaven, schrappen en herschrijven. De ontstaansgeschiedenis van zijn werk laat ook menige grondige herschrijving zien; van sommige van de hier gebundelde verhalen bestaan talrijke uiteenlopende versies. Het werk was nooit af en het deerde Hrabal niet dat er varianten van in omloop waren.

In De toverfluit staan verhalen die door die zakelijke, nuchtere aanpak bijna tot helemaal surrealistisch zijn. Ze verschillen van de romans doordat ze zo kaal, zo leeg geschreven zijn, dat het schrijnende en het koldereske er haast aan ontbreken. Die eigenschappen zijn in Hrabals romans overrompelend, in de verhalen moet je er naar zoeken. In de eerste twee, die zich beide afspelen op een ijzergieterij benoorden Praag waar Hrabal in de jaren vijftig werkte, komen arbeiders en gedetineerden aan het woord. Die hebben de vreselijkste dingen meegemaakt en leiden een bijkans ondraaglijk leven. Daar slaan zij zich met humor en alledaagse plagerijen doorheen en Hrabal beschrijft als een verslaggever wat zij zeggen en beleven. Hoe akelig dat is moeten wij zelf uitmaken.

Indertijd was in de communistische landen het socialistisch realisme de officiële kunstvorm: de kunst diende om het leven van de arbeidende klasse uit te beelden. Hrabal heeft dat zo letterlijk gedaan, dat de werkelijkheid waar hij over bericht surrealistische trekken begint aan te nemen. Het pijnlijke is echter, dat je mag aannemen dat het hier om onaanvechtbaar waarheidsgetrouwe beschrijvingen en weergaven van gesprekken gaat. De mensen in die ijzergieterij zijn kapot en illusieloos, soms omdat zij enkele jaren daarvoor in Duitse concentratiekampen hebben vertoefd en daar de beestachtigste taferelen hebben gezien, soms doordat zij zonder uitzicht zwaar, smerig en vernederend werk moeten doen.

Hrabal beschrijft hun dagelijks leven, maar hij houdt afstand. Dat valt hem soms zo zichtbaar zwaar dat hij op het randje van de pathetiek balanceert. Dat zul je in zijn romans niet aantreffen en daarom lijken deze vroege verhalen wel voorstudies, stijloefeningen. Dat geldt evenzeer voor de nadrukkelijk surrealistische verhalen, zoals 'Schizofreen evangelie'. Daarin laat hij Jezus Christus ter wereld komen als het kind van een Praagse automonteur en diens vriendin. De Verlosser verdwaalt in de scholen en instituties van het communistisch systeem, farizeeërs en schriftgeleerden maken plaats voor ideologen en partijfunctionarissen. Het verhaal lijkt een oefening, bedoeld om te kijken hoe lang je zo'n grap kan volhouden en hoe ver de parallellie reikt.

Op een gegeven moment gaat het echter zo leven, dat je bereid bent te geloven dat een dergelijke Messias heus in Praag heeft rondgelopen. Zoals Hrabals beschrijvingen het karakter krijgen van nare sprookjes, worden sprookjes werkelijkheid. Het zijn nog geen echte verhalen, het zijn schetsen, misschien wel brieven uit het land van de waanzin. Hun zeggingskracht ontstaat pas achteraf, als het verhaal af is en de episode geschiedenis, ongeveer zoals die alinea's over het uit een raam vallen met zijn dood van fictie profetie zijn geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden