De houtduif zoekt bescherming in de stad

De houtduif

Juist in de nazomer, als nauwelijks een vogel nog broedt, zijn de houtduiven succesvol. Vooral de houtduiven in Maastricht, zag Peter Alblas. En nee, dat zijn geen stadsduiven. Het zijn plattelanders die in de stad bescherming zoeken.

Beeld Anne Geene - met dank aan Museon

'Hij staat ergens onder aan de ladder. Het is nog net geen minachting, maar bepaald populair is de houtduif niet. Hij is groot, je ziet hem overal, en hij schijt op auto's, dat is het idee. En hij wordt verward met de stadsduif. Dat is alvast een grote vergissing. De houtduif is veel mooier, met die witte strepen in de nek, het iriserende groen dat er tegenaan zit, en die wijnrode borst. En de houtduif broedt in bomen en poept niet, zoals de stadsduif, op monumentale gebouwen.

'Mijn vader noemde hem nog bosduif. Dat is logisch, want het is van oudsher een bosdier. Hij leefde bijna exclusief in sparrenbossen, in en om agrarisch gebied. Dat begon te veranderen in de jaren zeventig van de vorige eeuw, en tegenwoordig broeden de meeste houtduiven waarschijnlijk in de stad. Dat heeft veel te maken met het totaal veranderde voedselaanbod. Door de overstap, in de landbouw, van zomergranen naar wintergranen en mais, en door efficiëntere oogsttechnieken, is er voor de houtduif, en voor andere vogelsoorten, veel minder te halen in agrarisch gebied. Wat ook een rol kan spelen, is dat kraaien tot in de jaren zeventig nog flink werden bejaagd op het platteland. Kraaien zijn de belangrijkste predatoren van de eieren en de jongen van houtduiven. De legsels van houtduiven zijn extreem kwetsbaar, want die twee eieren per legsel zijn groot en wit, erg opvallend, en nauwelijks beschermd. Blijkbaar is het voor de houtduif ook veiliger om in de stad te broeden.

De houtduif (Columba palumbus)

Kenmerken De grootste duif. Wwitte vlek in de hals en zeer sterke vliegspieren.

Prooidier van roofvogels, vooral haviken. Kraaien plunderen hun nesten.

Leefgebied Vroeger in bossen, nu vaker in de stad.

Nesten

'Dit laatste wist ik nog niet toen ik in 2003 nesten van houtduiven ging inventariseren. Ik deed voor het eerst mee met het Nestkaartenproject van SOVON Vogelonderzoek: nesten zoeken van broedvogels en het nestsucces meten. Ik vond dat zo leuk dat ik ook de houtduiven meenam die ik aan het einde van het broedseizoen ontdekte op allerlei plekken bij mij in de wijk, in Maastricht. In augustus waren die duiven er nog steeds en het broedsucces was hoog; in september vlogen enorm veel jongen uit. Het jaar erna ging ik, vanaf maart, enthousiast door met de houtduiven. Maar ik voelde me al snel een boekhouder van mislukkingen; het broedsucces van die 'voorjaars'duiven was dramatisch, rond de 10 procent. Dat zou betekenen, redeneerde ik, dat de houtduif binnen vijf jaar uitgestorven zou moeten zijn.

Ik vroeg me af hoe dat zat, maar daar was niets over bekend. In september kijkt geen vogelaar meer naar nesten, het broedseizoen is dan officieel allang voorbij en iedereen richt zich op de vogeltrek.

Alleen vogelonderzoeker Rob Bijlsma, nestenklimmer bij uitstek, had er al eens naar gekeken, maar hij komt niet in de stad.

Jongen

'Het bleef me bezighouden en een paar jaar daarna ben ik de Maastrichtse houtduiven echt gaan volgen. Vijf seizoenen lang fietste ik door de stad, vanaf maart tot in november. Met een ramenwisstok van vier meter met een spiegeltje eraan, om in die nesten te kijken. En permanent omhoog kijken, op zoek naar nesten, in september had ik altijd een stijve nek. Het moet een vreemd gezicht zijn geweest, mijn vrouw wilde in ieder geval niet naast me fietsen. Ik kreeg ook nogal wat opmerkingen van de Hollanders op de terrassen. In de trant van: ben je de blaadjes aan het rechtleggen?

'Beetje bij beetje viel het plaatje in elkaar. Het succes van de legsels was in augustus inderdaad veel groter dan in het voorjaar. En ik ontdekte ook waarom. Ik leerde dat de Maastrichtse houtduiven geen echte stedelingen zijn. Ze zijn eigenlijk plattelanders die naar de stad zijn getrokken om bescherming te zoeken. En ze profiteren van een zeer bijzondere omstandigheid: de nabijheid van de leefgebieden van de wilde hamster, de korenwolf.

Op nog geen vijf kilometer van Maastricht blijft het graan tot in de winter staan. Om de hamster te redden, maar je kunt met dat graan ook honderden houtduiven groot brengen. Met andere woorden: als in de rest van Nederland het graan wordt geoogst, is het voedselaanbod hier in de omgeving juist enorm. Twee keer per dag vliegen de duiven die paar kilometer naar die korenvelden. Ze laden hun krop, een soort bewaarplek van de slokdarm, vol met graan en vliegen weer naar de stad. Ze hoeven niet, zoals in het voorjaar, uren van hun nest om voedsel te zoeken, de bewaking is dus goed geregeld. Bovendien: in augustus hebben de kraaien hun jongen al laten uitvliegen, die hoeven niet meer te voederen. De eieren en de jongen van de houtduiven zijn dan relatief veiliger.

Beeld ANP

Kraaien

'Die relatie tot kraaien is heel sturend. Rond die hamstergebieden, waar al het voedsel is, zag ik geen nesten van houtduiven. Daar, op het platteland, zijn ze veel te kwetsbaar voor kraaien. De houtduiven zoeken dus eigenlijk, in de stad, bescherming van mensen, mensen door wie ze buiten de stad bejaagd worden. Je ziet ze juist op de drukste plekken: bij de markt, bij taxistandplaatsen, bij coffeeshops. Precies de plekken waar het te druk is voor kraaien, die mensenschuwer zijn.

'In de parken, waar het barst van de kraaien, zag je juist geen houtduivennesten. Het succesvolste nest zat in een linde, op drie meter hoogte, pal boven een milieuperron, waar overdag de hele dag mensen hun afval kwamen brengen. Drie legsels bracht het paartje groot, zes jongen vlogen uit, heel uitzonderlijk.

'Die houtduiven combineren dus twee, bijna menselijke strategieën: eten in de hamstergebieden, waar het in de nazomer en de herfst barst van het voedsel, en broeden in de stad, op plekken waar mensen de kraaien afschikken.

'Ik heb daar wel bewondering voor, het is heel knap gevonden. De Maastrichtse houtduiven zijn in ieder geval erg succesvol, succesvoller, zo lijkt het, dan houtduiven in de rest van het land.'

Peter Alblas (52) is onderwijzer en werkzaam bij het Centrum voor Natuur en Milieueducatie in Maastricht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.