DE HORROR VAN ANDERSEN

Regisseur Léon van der Sanden schreef een toneelstuk gebaseerd op het leven en de sprookjes van Hans Christian Andersen. 'Zijn schrik voor alles wat met lichamelijkheid van doen heeft, was gigantisch.'..

Jeger ikke død. Jeger skin død. Hans Christian Andersen (1805-1875)was zó bang levend begraven te worden dat hij steevast ging slapen met eenbordje op zijn buik: Ik ben niet dood. Ik ben schijndood. 'Het moet geenrariteitenkabinet worden', zegt regisseur Léon van der Sanden ernstig.Over zijn hoofdrolspeler: 'We hadden Menno natuurlijk een pruik kunnenopzetten. Maar we willen Andersen niet per se letterlijk brengen.' Hetbordje met het curieuze opschrift zit er niettemin in, in de voorstellingRode Sneeuw. Het slingert rond het bed, rechts op het toneel.

Dit jaar is Andersen-jaar: de Deense schrijver die met zijn sprookjeswereldfaam verwierf, is tweehonderd jaar geleden geboren (in april) en datwordt herdacht, onder meer met een stroom aan publicaties. Biografieën enanalyses, fraai verluchtigde heruitgaven, noem maar op. En Léon van derSanden schreef bij het Maastrichtse gezelschap Het Vervolg Rode Sneeuw datzaterdag 17 december, op de valreep dus eigenlijk, in première gaat.

Meerdere sprookjes zijn erin verwerkt, maar wie denkt dat het eengezellig familiestuk gaat worden, zit mis; Rode Sneeuw is niet geschiktvoor de tere kinderziel. Tijdens een gesprek in het Derlon Theater aan deMaas valt zelfs de term 'de horror van het moeras van Andersen'.

Van der Sanden (1953) dook diep in duizenden bladzijden, de dagboeken,de sprookjes, de(auto-)biografie, de onderzoeken - en kwam boven met hetplan voor zijn eerste oorspronkelijke toneelstuk. Iets helemaal nieuws. Entegelijkertijd iets dat ook helemaal past in zijn oeuvre van pakweg vijftigregies en talloze (roman-) bewerkingen, zegt hij.

Hij houdt van sprookjes, 'van de surrealistische kant ervan, degruwelijke kant.' Van die van Grimm allang, en gaandeweg ook van die vanAndersen. Meer en meer raakte hij in de ban van die bijzondere bedenker,wiens leven zo vaak verbonden bleek met de verhaaltjes die hij schreef. Alsnel kwam de regisseur uit op een vervlechting van die fantasiewereld metepisodes uit het echte leven. Een constructie die ook een botsing in zichdraagt, een zekere spanning.

Van der Sanden: 'Het is grotendeels een montagestuk; het was al snelduidelijk dat er een heel directe relatie lag tussen De Sneeuwkoningin enDe rode schoentjes - die twee verhalen enerzijds en de belangrijkste,uiterst moeizame liefdes uit zijn leven anderzijds.' Deze sprookjes vormennu de pijlers van het stuk. Maar er komen veel bekenden langs in RodeSneeuw: Het meisje met de zwavelstokjes, De nieuwe kleren van de keizer,De prinses op de erwt, Het lelijke jonge eendje, een sprookje overkiespijn. En er is een vroeg gedicht van Andersen.

Het toneelbeeld is beslist sprookjesachtig: gazen gordijnen metongrijpbare, tere projecties, een woud in de achtergrond, een boomstronkvoorop het toneel, een huisje, een stellage in de lucht; actrices metwapperende gewaden en rode schoentjes, ijle liedjes die weerklinken en eenHans Christian Andersen die wordt geïntroduceerd als een warevariété-artiest in zijn eigen vreemd-duistere revue.

Van der Sanden: 'In zijn autobiografie schetst Andersen een heel mooibeeld van zijn allervroegste jeugd. Van zijn moeder die zo goed voor hemzorgde, van zichzelf als kunstzinnig aangelegd kind dat altijd metpoppenkleertjes bezig was; maar uiteindelijk blijkt er van dat helerooskleurige verhaal niets te kloppen. Zijn moeder was alcoholiste, hij hadeen halfzusje dat hij verzweeg - zijn leven lang heeft hij gevreesd dat datgeheim zou uitkomen, zo lees je dan weer in zijn dagboeken. Hij stamt uiteen heel rauw proletarisch milieu eigenlijk. Niks zoete pasteltinten.'

'De ontdekking van dat halfzusje was voor mij belangrijk. Bleek dat zein één bed sliepen, ooit; toen hij een jaar of vijf was, is zij uit huisgegaan. Altijd was-ie bang dat ze weer zou opduiken en die angst heeft-iesteevast met seksualiteit geassocieerd. Zijn schrik voor alles wat metlichamelijkheid van doen heeft, was gigantisch. Hij had extreme gevoelens,was een heel sensitieve, een heel verscheurde man. Hij probeerde groteemoties bij zichzelf op te wekken, maar de vrouwen op wie hij zeprojecteerde, waren altijd wezens die totaal onbereikbaar waren. Het moerasvan zijn onderbewuste speelde hem parten.'

Als Andersen lang en breed beroemd is, duikt zusje Karen daadwerkelijkop: ze blijkt prostituee. Kort daarop schrijft hij De rode schoentjes overeen meisje Karen dat graagt danst en verboden negeert, om vervolgensgruwelijk te worden gestraft: haar benen worden afgehakt. Van der Sanden:'De horror van het moeras van Andersen.'

'Je hebt natuurlijk montagestukken die veel abstracter zijn. Maar naastdie sprookjes wilde ik toch de chronologie van dat leven vertellen.Geboorte, jeugd, pubertijd - een lijn waar ik aspecten uit zijn bestaandoorheen laat breken - aspecten die hij eigenlijk niet van zichzelf wilweten, niet aan zichzelf wil toegeven, laat staan aan de buitenwereld'.

'Hij is iemand die bewust heeft gekozen voor een droomwereld. Voor''kind zijn'' als uitweg om maar niet in de realiteit aanwezig te hoevenzijn. Hij heeft nooit een echte eigen identiteit ontwikkeld, hetgeen zichop de meest extreme manier uit in het ontbreken van een eigen seksueleidentiteit. ''Ik ben androgyn, zegt hij, ik val uiteen in twee delen''.'

'Waarschijnlijk was hij een hoogbegaafde autist. Maar wij spelen hiergeen ziektegeschiedenis na. Mijn oudste dochter is autistisch, dus ik weeter wel een hele hoop van; ik herken ook aspecten - het zou best kunnen.Maar dat is niet het meest interessante. Het gaat er toch om dat je aan dehand van deze extreme uitvergroting, aan de hand van archetypes, een soortherkenbaarheid schept. Van de onmacht die je in je eigen leven ervaart alshet om de ideale liefde gaat. Van de clash tussen de realiteit en jewensdromen. Dat is bij hem op een hele extreme manier voelbaar.Voortdurend.'

Dat is wat Léon van der Sanden mateloos boeit. 'Dat is ook mijn leven.Aan de ene kant is het: met theater in de weer zijn, schrijven, dewerkelijkheid op mijn manier verleggen. Aan de andere kant: ik heb vierkinderen. Ik woon in Maarssen. Mijn jongste zoon is twaalf, ik heb eendochter van achttien (op de Toneelschool hier in Maastricht) een dochtervan 21 (dat is m'n autistische dochter) en een zoon van 22. Dat is héélveel realiteit.'

'Die clash, ja, dat is voor mij dan de belangrijkste thematiek. En RodeSneeuw is weliswaar mijn eerste eigen ding, in alle bewerkingen komt datthema aan de orde, voor mij is dit een heel directe voortzetting van vorigeteksten die ik onder handen had. De Avonden: waarin romanfiguur Frits vanEgters een boek heeft geschreven. Terwijl hij zijn teksten voor zich ziet,staat daar de realiteit van zijn vader en moeder tegenover, van vrienden.Zij breken in op de stream of conciousness.' Lacht: 'Oeps, dat is bijna teerg om te zeggen. Enfin, die structuur maakt het mogelijk gedachten,fantasieën, de veelkleurigheid van een persoon, kortom, op toneel tezetten. Meer dan bij gewone dialoogstukken.'

'Berlin Alexanderplatz heeft die structuur - je gebruikt de tekst vandie hele dikke roman om in het hoofd van Franz Biberkopf te kijken. VoorDe Gelukkige Huisvrouw van Heleen van Rooijen gold deels hetzelfde enzelfs voor Mank, naar Herman Brusselmans. Personages die dingen verzinnenom greep te krijgen op de werkelijkheid: dat is echt een extreme parallelmet Andersen. En in alle gevallen gaat het bovendien om de gecompliceerdeman-vrouwverhouding. Interessant.'

Van der Sanden is inmiddels (opnieuw) met het Nationale Toneel in deweer: in het theaterseizoen 2007-2008 gaat hij in Den Haag Eline Vereregisseren. Haar doodsverlangen, het niet kunnen wortelen in de realiteit,de worsteling met de seksualiteit - hij wijst op de overeenkomsten. Eenandere grote wens is King Lear, 'dat borduurt verder op de sprookjes, dearchetypen, het existentiële. Het is bij uitstek het oerverhaal.'

Pauzeert even, zegt: 'Ik denk dat alles wat je maakt, als schrijver, alsregisseur, voortkomt uit aspecten die nauw met je eigen geschiedenissamenhangen. Mijn moeder is Duitse, de liedjes die je in Rode Sneeuw hoort,zijn de Duitse liedjes uit mijn jeugd waarmee ik ben grootgebracht, dievertroosting boden. En in dit geval is het wel op zijn plaats, omdatAndersen ook zei: 'Duitsland is eigenlijk mijn thuisland' - daar kreeg-iehet meeste waardering. En pakweg een jaar geleden heb ik bij nog hetNationale Toneel Franz Xaver Kroetz geregisseerd, Kroetz, Duitstaligtheater, het ligt me bijzonder na aan het hart.'

'Ik zal niet snel zeggen: ik wilde Andersen op toneel zetten vanwegede actualiteit van de kwestie: hoe gaan vrouwen met mannen om en vice versa. Maar het is niettemin een belangrijk thema. En als je iets maakt waarineen individu in al zijn veelkleurigheid wordt belicht, ja, dan vind ik dattoch ook van een grote waarde en van een grote actualiteit. En begrijp meniet verkeerd: een vrij nieuw stuk als van Houellebecq waar Johan Simonsen Johan Doesburg mee bezig zijn geweest, dat had ik ook best graaggedaan'.

'Maar ik vind het grenzeloos naïef en oppervlakkig om te zeggen: eris terrorisme en daarom is alleen een stuk over terrorisme actueel.Jaren-zeventigachtig uitroepen: omdat dit en dit op het nieuws is moet hettheater dáárover gaan - nee, dat is niet mijn manier. Dat is eengruwelijk aspect van deze tijd: het hypen van alles, je met z'n allen opdat ene moment storten. Dat is voor de kunst desastreus.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden