De hoop van Frankrijk is een top-bh

Een paar vakbondsvrouwen en een pr-dame bliezen een failliete onderkledingfabriek nieuw leven in. Want Frankrijk kan toch niet zonder het vakmanschap om echt mooie lingerie te maken?

VILLEURBANNE - Bij het grote snijblad wordt - rats, rats - met een paar zekere halen een puntje uit de lap stof gesneden. Even verderop zit Fabrice, die van de verschillende delen een rudimentaire bh maakt. Achter weer een andere machine naait Christine er een kanten randje aan. Dan, na nog wat tussenstations, is-ie klaar: een bh Maison Lejaby Couture, voorzien van roodwitblauw label met de tekst: 100 % handgemaakt, 100 % Made in France. Model Petit Soir Danse, Matinée Belle of Farniente.

Wat is er Franser dan lingerie? Toch, het had een haartje gescheeld of de laatste restjes kennis van hoe je een luxe soutien-gorge maakt, of een dito culotte, waren uit Frankrijk verdwenen. Het is aan een paar vasthoudende vakbondsvrouwen en een ondernemende dame uit Villeurbanne te danken dat het ambacht van de lingerie haut de gamme behouden bleef.

Na het nodige mismanagement, een reeks overnamen en een Oostenrijkse eigenaar met weinig gevoel voor lingerie, gaf textielbedrijf Lejaby, waar ooit 1.100 mensen werkten, er in 2010 de brui aan. De laatste vestigingen in het dal van de Rhône werden gesloten, het personeel kwam op straat te staan. Tenminste, dat was de bedoeling.

Maar zoals vaker in Frankrijk: het personeel pikte het niet. Vele tientallen bedrijven zijn de afgelopen jaren door de werknemers bezet: theefabriek Fralib in Marseille, staalfabriek ArcelorMittal in Florange en bandenfabriek Goodyear in Amiens zijn bekende voorbeelden. Vaak leidt dat tot niets: de arbeiders komen niet met een haalbaar project, de eigenaren werken niet mee.

Bij Lejaby liep het anders. Vakbondsvrouw Nicole Mendez en haar collega's wisten politiek en media voor zich te winnen. Frankrijk raakte vertederd door de strijd van de couturières die vaak al dertig jaar in het vak zaten. Er kwamen reddingsplannen, er werd naar nieuwe eigenaren gezocht. Hier stond een savoir-faire op het spel dat niet verloren mocht gaan.

Met Les Atelières als uiteindelijk resultaat, een atelier voor toplingerie in Villeurbanne bij Lyon, waar 22 corsetières een ambacht heruitvinden. Noem het een reservaat voor het handwerk van de lingeriefabricage, een atelier voor industriële archeologie. Maar tegelijk is het een laboratorium voor een nieuwe vorm van ondernemen op z'n Frans. Tenminste, zo wil directrice Muriel Pernin (51) het graag zien. 'Ik geloof dat een industrie die zich op de haut de gamme richt - goed vormgegeven producten van hoge kwaliteit - de toekomst heeft in Frankrijk. Dat zou een nationale keuze moeten zijn, zoals ooit De Gaulle voor kernenergie koos.'

Militante woorden, die haaks staan op haar verschijning. Een jaar geleden wist Pernin nog niets van corseterie. Ze was eigenaar van een pr-bureau. Op een avond zag ze een reportage over de vrouwen van Lejaby, die protesteerden tegen de fabriekssluiting. Wat haar toen overviel, kan ze nog steeds niet uitleggen. Een ding stond vast: ze zou hen niet aan hun lot overlaten. 'Het is met me op de loop gegaan', zegt ze. 'Als ik 's morgens wakker word, heb ik nog steeds moeite te geloven dat ik directrice ben van een lingerie-atelier.'

Ze legde contacten met ondernemer Alain Prost, die het merk Lejaby zou overnemen en wel wat voelde voor een luxe lijn in kleine aantallen. Ze sprak met de gemeente, werd uiteindelijk zelfs door president Hollande uitgenodigd, die haar verzekerde dat haar bedrijf de hoop voor Frankrijk belichaamde. En ze wist fondsen aan te boren: subsidies, investeerders, maar ook veel bijdragen van particulieren. Zo is Les Atelières er gekomen.

De naaisters achter hun Pfaff- of Brother-machine vertellen graag hun geschiedenis. Christiane Favrin was 19 toen ze bij Lejaby begon. Toen ze vorig jaar hoorde dat ze ontslagen werd, kon ze het niet geloven. 'Het was zo pijnlijk, ik wens het niemand toe. De fabriek was een deel van m'n leven.' Een cv had ze nog nooit gemaakt en toen ze ging solliciteren, leek niemand op een vrouw van eind vijftig te wachten. Totdat de brief van Nicole Mendez kwam, die alle Lejabystes opriep voor een bijeenkomst. Favrin moest een test doen, laten zien wat ze op de naaimachine kon, en werd aangenomen. 'Het werk hier is heel anders', zegt ze terwijl ze een bh onder de naald plooit. 'Bij Lejaby was het de chef die besliste, hier kan iedereen met ideeën komen. De sfeer is veel beter.'

Fabrice Delorme, een van de zeldzame mannen op de werkvloer, is zij- instromer. Hij werkte in de meubelstoffen, werd ontslagen toen zijn bedrijf moest inkrimpen en schoolde zich om tot corsetier. 'De tendens is naar steeds grotere aantallen. Met dit avontuur gaan we tegen die stroom in', zegt hij. Delorme doet nu nog de assemblage maar hoopt ooit in zijn eentje een bh te kunnen maken. 'Ik leer elke dag bij.'

'We moeten een vloeibare organisatie zijn', zegt Pernin in haar spartaanse kantoortje. 'Zodat we ons kunnen aanpassen aan de kleinste opdrachtgevers. Jolie Môme, een beginnende ontwerpster, wil oplagen van enkele honderden kledingstukken, en bestelt bij als het goed loopt. Daar moeten we op kunnen inspelen.' Haar schrikbeeld voor Frankrijk: een braindrain van ontwerpsters en stylistes, die als er geen couturières meer zijn, straks het land de rug zullen toekeren. Zij willen immers graag bovenop de productie zitten, en moeten daarvoor nu vaak in het vliegtuig naar Tunesië of Turkije.

Opmerkelijkste klant naast Lejaby is Zahia, een jonge Marokkaanse die in een vorig leven prostituee was en even wereldroem genoot omdat ze als minderjarig meisje betaalde liefde zou hebben gehad met Franck Ribéry en enkele andere spelers van het Franse nationale voetbalelftal. Zahia is intussen mode-ontwerpster. Ze wil de toplijn van haar lingeriecollectie bij Les Atelières laten maken. Een setje kost zeker vijfhonderd euro.

Voor het precisiewerk achter de naaimachine kan Nicole Mendez het geduld niet meer opbrengen. Daarom verzorgt ze bij Les Atelières nu de logistiek. Zij bezorgt de setjes uiteindelijk bij de klanten. Mendez is vakbondsvrouw, al 34 jaar. 'Maar dan wel van de bond die wil opbouwen in plaats van provoceren', zegt ze. 'De strijd komt pas aan het einde van de onderhandeling.' Door die houding is het atelier er gekomen. 'Ze dachten dat we gek waren', vertelt ze vergenoegd. 'Maar nu vragen anderen naar onze visie. Alleen al daarom is dit mijn mooiste tijd.'

Fabrice Delorme corsetier van Les Atelières in Villeurbanne

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden