De hoogmis van de collectieve rouw is gebaseerd op eindeloze herhaling

Ik zal eerlijk zijn: ik probeer mijn gevoelens zoveel mogelijk weg te stoppen voor iedereen, maar van binnen ga ik kapot.' Zei de 13-jarige Gita Wiegel op de herdenkingsbijeenkomst voor de omgekomenen van de MH17, live bij de NOS. Gita's moeder was onder hen, het kon niemand koud laten haar dochter zo te zien spreken.

Toch school in haar zin een hedendaagse paradox: op televisie gevoelens delen die je 'zoveel mogelijk wegstopt voor iedereen'.

Twee keer eerder kwamen de nabestaanden bijeen. Die gelegenheden waren besloten. 'Vandaag is anders', zei ceremoniemeester Maartje van Weegen: 'Televisie is erbij. Iedereen kan meekijken.'

Die zin leek een rechtvaardiging te bevatten. Een achterliggende gedachte, een aanname, een vanzelfsprekendheid. Waar het in de RAI om draaide: gezien worden. Letterlijk. Besloten bijeenkomsten konden de tranen niet stelpen, verdriet is pas echt als het op tv is.

Televisie zal het niet tegenspreken, ongedurig kwispelend bij de zilte lucht van de tranenzee.

De bijeenkomst, 'voor u en door u', was - desondanks -een ingetogen en fraai geproduceerde manifestatie, volgens vaste rituelen van hedendaagse rouw. Muziek, van Mozart tot Marco (Borsato), kaarsen, een bloemenmonument, sprekers en gezagsdragers in een kring bijeen tussen de nabestaanden. Premier Rutte, koning en koningin symbolisch achteraan tussen de nabestaanden; op de voorste rijen nog altijd burgemeesters en bobo's.

Er waren sterke optredens, van Rutte, van Gita en andere nabestaanden, en van de velen die de namen van de slachtoffers opnoemden. Televisie had er de hele verdere dag genoeg aan. Het grote inzoomen was begonnen. Nabestaanden in Tijd voor MAX, EenVandaag, de journaals en Nieuwsuur. Alle rubrieken roemden de bijeenkomst. Uiteraard niet zonder dat ene moment te herhalen waarop nabestaande Paul Marckelbach brak op dat ene slotwoordje van zijn gedicht: 'Waarom?'

Precies dat woord bleef hangen. Waaróm precies deze televisieherdenking, na de eerdere betuigingen van medeleven? 'Verbondenheid verandert niets aan de feiten, maar maakt het verdriet wel zachter', zei Jacobine Geel. Mij schoten toch weer die kernzinnen te binnen uit het ophefmakende essay van Arnon Grunberg afgelopen zomer in de New York Times (en later in Vrij Nederland): 'Mensen hebben het recht hun emoties niet te tonen en niet te delen, ook als het gaat om rampen en voetbal.' En: 'Je kunt ook je eigen fundamentele eenzaamheid als iets onherroepelijks erkennen. Dat is eveneens een respectabele positie.'

Een onverteerbare gedachte in de mediawereld. Televisie bleef inzoomen op het persoonlijke leed. Maar met welk doel precies? Dat delen tot verlichting leidt? Het blijft in essentie hún verdriet, niet het ónze. Het tonen ervan vindt zijn rechtvaardiging in de emotie. De geschokte, betrokken reacties op social media (#Kippenvel, #Traneninmijnogen) zijn de erkenning van 'echt' leed, dat niet meer zonder publiek kan.

Van Weegen sloot af in de zaal. 'Ik hoor u huilen. Ik denk dat het de mensen die televisie hebben gekeken net zo zal vergaan.' Alsof het daarom ging.

De hoogmis van de collectieve rouw is gebaseerd op eindeloze herhaling. Het leed van de arme nabestaanden is al veelvuldig in beeld geweest. Het is voorstelbaar, maar - net als de verslaggeving - helaas ook voorspelbaar. Mogelijk biedt 'gezien worden' de betrokkenen troost, de kijker biedt het hooguit een blik, maar geen enkel nieuw inzicht. Zelfs niet over onmetelijk verdriet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden