De Hongaarse Telefonie

Thuiskomen in je moederland. Terugkeren naar het land waar je ouders je groot hebben gebracht. De telefonie in Mónosbél, vlakbij Eger....

Zo nu en dan een klein misverstand, akkefietje of probleempje, vindt Luc, 'verstevigt de huwelijksband'. Je kunt namelijk geen roereieren bakken zonder het ei te breken. Bij de familie Luc en Piró Degryse-Pallaghy, die elk jaar de zomer in het Hongaarse Mónosbél doorbrengt, is het soms moeilijk kiezen 'tussen kabeljauw en karper', tussen zout en zoet. Het ligt niet aan de taal, want thuis wordt er Hongaars gesproken, maar wellicht aan het grote verschil tussen een zee- en een landklimaat.

De Lage Landen aan de zee zijn nette en gezapige naties, maar Hongarije, dat is een woest paardenland, dat is onmetelijke poesta, een land van zigeuners en trotse boeren. De luchten zijn er anders, de zomers bloedheet, de winters ijskoud.

Elke zomer kent zijn misverstanden. De een begrijpt de ander niet. De Hongaarse ziel, weet Luc, is nu eenmaal ondoorgrondelijk. En hij, of zij, doet water bij de wijn. Want 'een koe en een vrouw', zo luidt een bekend Hongaars gezegde, 'kun je niet bedriegen. Je moet ze beide het hunne geven.'

Het bestuderen of doorgronden van het Hongaarse volk, van zijn logica en van de rimpelingen van zijn volksziel, zegt de volksschrijver Gyula Illyés, is 'een moeilijker onderneming dan de bestudering van een stam in Midden-Afrika'. Een buitenstaander kan het wezen van die zielstoestand - soms wantrouwig, veelal besluiteloos, altijd berustend en traag als een slak - wel leren kennen, zoals Luc, 'maar echt begrijpen kan alleen hij of zij die eruit voortgekomen is'.

Hun dorp is klein. Iedereen ziet alles en iedereen weet ook alles. Wanneer de familie Degryse-Pallaghy er niet is, snoeit de buurvrouw de heg, 'om nog beter de buren te kunnen bespieden'. Want het dorp wil weten wat er in het dorp gebeurt. 'Dan staat de kerk precies in het midden', zegt hun buurvrouw altijd.

Ze weet wanneer haar buren komen en gaan, en wie er op bezoek komt; ze brengt de post, ze oogst de groente, ze plukt het fruit en ze bewaakt het erf. Mónosbél is een 'gesloten' dorp met nette boerenhuisjes met een smeedijzeren hek of bosschages eromheen, een kerkje, één café, een stationnetje en een dorpsschool. Er gebeurt nooit iets. De tijd staat er stil.

In Mónosbél begint 'een dag uit het leven van de familie Degryse-Pallaghy' al bij het ochtendgloren. Het is er 's zomers om vier uur in de ochtend al klaar en de heer des huizes is altijd vroeg bij de pinken. Om een uur of zes drinkt hij zijn koffie, rookt hij een sigaret en verkruimelt hij het brood voor Tobi, hun labrador. Nog een koffie en weer een sigaret, en dan loopt hij, besluiteloos en in gedachten verzonken, over het kleine erf. De dag is nog lang en luistert op het Hongaarse platteland niet naar de stiptheid van een dienstregeling.

Het is vakantie, in Mónosbél. Maar de huisgenoten klagen. De telefoon doet het nog steeds niet.

De compagnie, zucht Luc, zal het uitzoeken. Wanneer, nee dat konden ze niet zeggen. 'Het komt goed.' Dat wel. Maar dat zeiden ze de vorige keer ook en na een paar dagen deed hij het nog niet. 'We zoeken het uit, mijnheer', verzekert een mevrouw achter het loket in Eger. 'Maakt u zich geen zorgen.'

En elke vakantiedag staat Luc voor haar loket. En weer zegt ze: 'Maakt u zich vooral geen zorgen.'

Het Oost-Europese tempo is anders. Alles vergt er veel tijd. Langs de weg naar de cementfabriek, vlakbij Mónosbél, alwaar de familie Degryse-Pallaghy het middageten in de fabriekskantine afhaalt, heeft Luc een paar auto's van de telefoonmaatschappij gezien. Een legertje geüniformeerde ingenieurs - delvers, draaiers, doeners en dromers - onderzoekt het probleem. 'Het komt goed, mijnheer, alleen weten we niet wat er misgaat.'

En de telefoon doet het nog steeds niet. Weer staat Luc voor het loket in Eger, 'bij die mevrouw', en opnieuw krijgt hij op zijn vragen een geruststellend typisch Hongaars antwoord: 'Ik zou me vooral geen zorgen maken.'

Hongaren doden zorgeloos de tijd in het koffiehuis, bij een kop donkerzwarte espresso. Koffiedrinken is een ritueel. Wanneer hij in Eger is, bij de telefoonmaatschappij, gaat Luc naar zo'n Hongaarse Konditorei. Hij monstert langdurig de klanten, ook die mevrouw van het loket, want Luc wil 'de Hongaarse ziel' - en desnoods ook de telefonie - doorgronden.

En zo verstrijkt de dag. Hun telefoon doet het. Maar dan gaat alweer iets anders fout. 'Dat verstevigt de huwelijksband.'

Paul Depondt

Woensdag in deel 5: Balnea, Vina, Venus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden