REPORTAGE

'De Holocaust is voor leraren een lastig onderwerp'

Veel jongeren vinden de dodenherdenking niet belangrijk voor zichzelf. Op sommige scholen ligt bespreken van de Holocaust gevoelig. Hoe kan de herinnering aan de oorlog blijven leven?

Leerlingen van groep 7 van de Willem van Veenschool in Katwijk adopteerden op 20 april het oorlogsmonument op de Joodse Begraafplaats.Beeld Judith Baas

In de kleine gemeente Oudewater is het de laatste jaren steeds drukker op de dodenherdenking. Zeker vijfhonderd mensen komen op 4 mei eerst naar de herdenkingsbijeenkomst in de Grote Kerk, vele anderen sluiten zich later aan om bij het oorlogsmonument aan de Waardsedijk twee minuten stil te staan bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Ook bezoeken ze de oorlogsgraven van de omgekomen bemanning van de Britse bommenwerper Barbara Mary.

'Enkele jaren geleden kwam er een vast clubje van honderd man naar de dodenherdenking. De nieuwe burgemeester heeft er veel energie ingestoken en daarom is het nu zo druk', zegt Harold Broekhuizen, voorzitter van Scouting Jorisgroep Oudewater. De jeugd heeft een actieve rol gekregen. Zo dragen drie basisschoolleerlingen een eigen gedicht voor, een dertigtal scouts verlenen hand- en spandiensten. 'De scouts strijken de vlag en geven de kransen aan.'

Steeds kleiner is de groep die, zeventig jaar na de bevrijding, de oorlog bewust heeft meegemaakt. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei zoekt manieren om jongeren te betrekken. Op Bevrijdingsdag lukt dat redelijk goed: de provinciale bevrijdingsfestivals zijn met bijna 1 miljoen bezoekers uitgegroeid tot het grootste, gratis culturele evenement van Nederland.

Hoeveel mensen de honderden lokale dodenherdenkingen bijwonen, is onbekend. Uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2015 van het Nationaal Comité blijkt dat 4 mei, met vaste rituelen als de vlag halfstok, het volkslied, de kranslegging en de twee minuten stilte, minder aanspreekt bij 13- tot 24-jarigen. Deze leeftijdsgroep heeft bovendien de minste affiniteit met het herdenkingsconcert, het ophalen van het bevrijdingsvuur en de openstelling van (oorlogs)musea. Terwijl 33 procent van de 65-plussers de dodenherdenking ook belangrijk voor zichzelf vindt, geldt dat voor slechts 11 procent van de 13- tot en met 17-jarigen.

De jeugd betrekken is het parool. Zo helpt Scouting Nederland lokale groepen met het 'actief herdenken' van de oorlog door 'edutainment' (educatie en entertainment): van zelf kransen maken tot fietstochten langs herinneringsplekken. 'Het is belangrijk om het verhaal van de oorlog plaatselijk en persoonlijk te vertellen', aldus Broekhuizen van Scouting Jorisgroep Oudewater. 'Als hier de namen van de gevallenen worden opgenoemd, ook door jongeren trouwens, dan worden ook de straten vermeld waar ze woonden. Opeens is het iemand die in je buurt heeft gewoond.'

Op 1.450 basisscholen hebben klassen een van de 3.500 oorlogsmonumenten geadopteerd. Ze krijgen les over de lokale geschiedenis en bezoeken 'hun' monument . Zo blijft de oorlog geen moeilijk te bevatten verhaal over de jodenvervolging en het verzet, maar wordt het tastbaar. Op veel middelbare scholen in de grote steden ligt aandacht voor de Holocaust echter gevoelig.

Rotterdam 1940

In Rotterdam is dit jaar de 75ste herdenking van het bombardement (14 mei 1940) een belangrijker ijkpunt dan de 70ste dodenherdenking. 650 tot 900 mensen kwamen om het leven en ongeveer 80.000 Rotterdammers werden dakloos. Tot eind oktober is er een grote expositie in de Onderzeebootloods, De Aanval, over de vijf dagen strijd om Rotterdam. Het militair-historisch museum in Berlijn-Gatow leverde onbekende beelden van het bombardement. Museum Rotterdam en het Stadsarchief Rotterdam verwachten 100.000 bezoekers.

'Het is voor leraren geschiedenis en maatschappijleer een lastig onderwerp', zegt het Rotterdamse SGP-raadslid Setkin Sies. 'Laat ik man en paard noemen: jongeren met een Arabische achtergrond hebben er moeite mee vanwege de actuele geopolitieke ontwikkelingen en het groeiende antisemitisme. Ze zeggen: Joden zijn niet alleen slachtoffer, kijk maar naar Gaza. Een kleinere groep is overtuigd van complottheorieën waarin de Joodse bankiersfamilie Rothschild de wereld bestuurt.'

Volgens Sies hebben docenten geen behoefte aan extra lesmateriaal. 'Dat is er genoeg. Ze willen weten: hoe ga je om met deze gevoeligheden? Binnenkort wisselen we ervaringen uit. Het is ongelooflijk belangrijk dat er in de klaslokalen voldoende aandacht blijft voor de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.'

Collectief geheugen

Dreigt de oorlog uit ons collectief geheugen te verdwijnen? Dat valt mee, al is er wel een kentering zichtbaar in het Vrijheidsonderzoek 2015.

Al jarenlang vindt 80 procent van de Nederlanders 4 mei 'belangrijk' of 'heel belangrijk'. Maar in 2012 vond 50 procent de dodenherdenking 'heel belangrijk', in 2015 is dat nog maar 37 procent. Eén op de tien Nederlanders vindt de dodenherdenking niet relevant meer. De meest genoemde redenen: de oorlog is te lang geleden (41 procent) en de herdenking is 'te ceremonieel' en 'van boven opgelegd' (20 procent).

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei vindt het opvallend dat het draagvlak voor de dodenherdenking uitgerekend afneemt in een tijd dat Nederlanders zich wel grote zorgen maken om de aanslagen in Parijs, de oorlog in Oekraïne en de ontvoeringen en executies door Islamitische Staat (IS). 'Het is onzeker of deze daling structureel of tijdelijk van aard is', aldus het comité. 'Toch vragen dit soort uitkomsten om alertheid en een verkenning van mogelijke oorzaken en oplossingen.'

Steeds meer mensen koppelen de betekenis van 4 mei los van de Tweede Wereldoorlog, aldus het Vrijheidsonderzoek. Ze ontlenen de relevantie aan andere, meer actuele zaken. Het Comité wil dat de aandacht op 4 mei weer nadrukkelijker op de gebeurtenissen tijdens de oorlog zelf komt te liggen.

De 33-jarige burgemeester Pieter Verhoeve van Oudewater, zelf oud-leraar geschiedenis, ziet dat extra aandacht helpt. 'De plechtigheid in de kerk doen we sinds drie jaar, dat maakt de totale herdenking inhoudelijker en beter bezocht. Ik ben blij dat er weer een zelfstandig comité is, dat is beter dan wanneer de gemeente alles organiseert. In het comité zit een dierenarts, iemand van het zangkoor, twee oud-wethouders. Zij activeren ook allemaal weer hun eigen netwerken.'

Bewust wordt jongeren gevraagd de muziek te verzorgen en de namen voor te lezen van de lokale gevallenen. Burgemeester Verhoeve: 'Hoewel maar drie kinderen hun gedicht mogen voorlezen, hebben tientallen leerlingen vanwege de gedichtenwedstrijd over de oorlog nagedacht. In de aula zaten ze vol spanning te wachten toen de winnaars bekend werden.'

De burgemeester van Oudewater is niet bang dat de aandacht voor de Tweede Wereldoorlog verloren gaat. 'Kijk hoe uitvoerig de Britten nog altijd de Eerste Wereldoorlog herdenken. Dat is na honderd jaar nog steeds een levende traditie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden