De Hollander met inkthanden

Hij is al in de tachtig en is gedaagd omdat hij als typograaf in zijn drukkerij tegen de milieuregels zondigt....

Peter de Greef

'U bent Pieter van der Graft.'

'Dat klopt.'

'Geboren op 28 oktober 1919 te Amsterdam.'

'Ja.'

Stokoude mannetjes kom je niet vaak tegen in de rechtbank, maar Pieter van der Graft (84) is er niet weg te slaan. Deze vrolijke baas loopt al twintig jaar alle gerechtelijke instanties af voor het hogere doel: de vrijheid van drukpers.

Van der Graft is typograaf. Hij heeft in zijn leven niets anders gedaan en het liefst sterft hij in zijn drukkerijtje in Driebergen-Rijssenburg. De 75 vierkante meter die hij daar tot zijn beschikking heeft, staat vol antiek spul: een Heidelberger uit 1956, een polygraaf (ook uit 1956), een Intertype zetmachine ('vooroorlogs model') en – het pronkstuk – een handdegel uit 1910.

Volgens justitie houdt Van der Graft zich niet aan de milieuvoorschriften. In nog geen jaar tijd is een waslijst aan overtredingen geconstateerd: papier-en kartonafval worden niet gescheiden ingezameld, de opslag van olie voldoet niet en er staat geen lekbak onder de machines.

Volgens Van der Graft zijn dat details. Waar het om gaat is dat milieuvoorschriften en milieuheffingen de vrijheid van drukpers inperken. Dat mag nooit gebeuren. Nooit.

Van der Graft leerde de macht van het gedrukte woord kennen toen hij als jonge rotatiedrukker werkte bij W. Eikelenboom in Amsterdam. Zijn baas was een rechtgeaarde communist die de pest had aan de gevestigde orde en zich daarom nooit had laten registreren bij het machinefonds. Dat was een mazzeltje toen de Duitsers in mei 1940 binnenvielen.

De drukkerij stond niet in de boeken en kon ongehinderd verder werken. Ze drukten valse legitimatiekaarten waarmee joden naar Spanje en Zwitserland ontsnapten. En op 11 augustus 1941 rolden de eerste gedrukte uitgaven van het verzetsblad Het Parool door de handen van Van der Graft, vier pagina's dik.

'Het ging mijn baas om de vrijheid.' Lang duurde dat niet. Begin november 1941 viel de beruchte nazibeul Klaus Barbie de drukkerij binnen. Van der Graft was niet aanwezig. Zijn baas en de machinezetter gingen linea recta naar een concentratiekamp. De machinezetter overleefde dat niet.

Na de oorlog werkte Van der Graft bij de grootste drukkerij in Nederlands-Indië, G. Kolff en co te Batavia. Ze deden alles: van korans op krantenpapier tot strooibiljetten voor de tweede politionele actie (december 1948).

In zijn vrije tijd maakte hij tijdschriften voor de Chinese bevolking. Toen Soekarno, dé strijder voor een onafhankelijk Indonesië, dat zag, gaf hij hem de bijnaam orang blanda itam – de Hollander met de zwarte (inkt)handen.

En nu zit Van der Graft voor de politierechter in Utrecht. De oude reus geniet. Hij strooit met artikelen uit de Hinderwet, de Elektriciteitswet en ten slotte met artikel 7 van de Grondwet: de vrijheid van drukpers.

Politierechter Van Zeben: 'U moet zich gewoon aan de milieuregels houden.' Ze veroordeelt de typograaf tot drieduizend euro boete waarvan duizend euro voorwaardelijk en stelt als bijzondere voorwaarde dat de drukkerij maximaal één jaar dicht gaat als Van der Graft zich niet aan de regels houdt.

En Van der Graft? Die staat alweer bij de bode om zijn hoger beroep te regelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden