Opinie

'De hogere klasse moet zijn taak serieuzer nemen'

Hoog- en laagopgeleid zijn geen zelfstandige categorieën, het zijn slechts class-markers. 'Iemand hoort niet tot de hogere klassen omdat hij gestudeerd heeft, iemand studeert omdat hij uit de hogere klassen komt of omdat hij een sociale klimmer is of wil zijn', zegt essayist Sjoerd van Hoorn.

120 jongens en meisjes hun eerste wals op de dansvloer in het Kurhaus te Scheveningen tijdens het Debutantenbal. Beeld ANP
120 jongens en meisjes hun eerste wals op de dansvloer in het Kurhaus te Scheveningen tijdens het Debutantenbal.Beeld ANP

In zijn artikel 'Van alle kloven is de meningenkloof tussen hoog- en laagopgeleid de grootste' betoogt Rutger Bregman dat de kloof tussen hoog- en laagopgeleid een blijvend probleem is voor de Nederlandse politiek. In navolging van het Sociaal- en Cultureel Planbureau kenschetst Bregman de verschillen tussen hoog- en laagopgeleid als 'een nieuwe verzuiling'.

Het vooronderstelde gegeven dat de laagopgeleiden zo ongeveer het tegenovergestelde denken van wat de hoogopgeleiden denken wordt door Bregman als onthutsend voorgesteld. Het SCP en Bregman haken op dit punt aan bij een vigerende mening in de Nederlandse sociale wetenschappen, die luidt dat Nederland een klassenmaatschappij is die is gestratificeerd naar opleidingsniveau. Hoogopgeleid zijn, zo stellen sociologen en politicologen als Giselinde Kuipers en Mark Bovens, is bijna overal goed voor: of het nu gaat om het eetpatroon, om culturele participatie of om politiek engagement, hoogopgeleiden zijn op alle punten beter af. Zelfs hun gevoel voor humor is anders, zoals Kuipers in haar proefschrift liet zien.

Bovendien impliceert de klassenkloof een politiek probleem. De laagopgeleiden zouden zich politiek niet vertegenwoordigd voelen. Een nieuw kabinet zou het daarom moeilijk krijgen om draagvlak voor haar beleid te vinden onder laagopgeleiden.

Foutieve redeneringen
Deze voorstelling van zaken berust op twee foutieve redeneringen. Ten eerste is de kloof die de huidige samenleving verdeelt niet primair een kloof tussen twee opleidingsniveaus, maar een kloof tussen sociale klassen die weliswaar gecorreleerd is aan een verblijf van enkele jaren in een bepaald segment van het onderwijs, maar daar niet causaal mee samenhangt. Ten tweede is de anti-Europese stemming onder een bepaald deel van de bevolking geen kwestie van opleidingsniveau maar een zaak van een bepaalde perceptie van politieke en sociale belangen.

Hoog- en laagopgeleid zijn geen zelfstandige categorieën, het zijn slechts class-markers. 'Hoogopgeleid' is een categorie waar in de werkelijkheid van het onderwijs geen ondubbelzinnige betekenis aan te geven valt. Hoogopgeleid is dus ook niet één soort van opleiding, het is veel meer een verzamelnaam voor een veelheid aan sociaalvormende bezigheden. De gedachte dat hbo small business vergelijkbaar zou zijn met theologie of natuurkunde is evident zot en beantwoordt dan ook niet aan een academische werkelijkheid. Waar slaat een predikaat als 'hoogopgeleid' dan wel op?

Fleur en Wouter
Iemand hoort niet tot de hogere klassen omdat hij gestudeerd heeft, iemand studeert omdat hij uit de hogere klassen komt (meestal de oudere universitaire studierichtingen) of omdat hij een sociale klimmer is of wil zijn (HBO of iets managementachtigs). Hoogopgeleiden heten Fleur en Wouter omdat mensen die Fleur en Wouter zijn genoemd nu eenmaal gaan studeren, niet omdat ze door hun hogere opleiding op miraculeuze wijze van Kimberley en Brian in Fleur en Wouter veranderen.

Als je wilt weten wie er over dertig jaar op het pluche zit is het verstandig de geboorteadvertenties in NRC/Handelsblad bij te houden. Heeft de studie die iemand volgt dan geen invloed op zijn maatschappelijke positie? Natuurlijk wel.

De meer klassieke studierichtingen als geschiedenis, klassieke talen, wiskunde, rechten en filosofie bieden naast academische vorming vooral de reproductie van de levensvormen van de hogere sociale klassen aan, terwijl nieuwere studies als bedrijfskunde aanwas in de middenklasse produceren. Je gaat studeren omdat je uit de hogere klassen komt en door te studeren consolideer je die identiteit. Dat is overigens alleen maar een goede zaak. Een land heeft een verantwoordelijk gevormde hogere klasse nodig. Als er iets moet veranderen aan de verhouding tussen de hogere en de lagere sociale klassen is het wel dat de hogere klassen hun taak serieuzer moeten nemen. Het gaat niet aan om de André Hazes-fan uit te hangen of Pownews toe te juichen als je afgestudeerd bent: noblesse oblige.

Europa
Dat brengt me ook op mijn tweede punt. 'Laagopgeleiden' zijn tegen 'Europa' omdat ze van mening zijn dat Europa tegen hen is, niet omdat ze geen Engelse afkorting achter hun naam hebben staan of tot de ongewassen massa behoren of iets dergelijks. Wellicht heeft de grote menigte van 'populisten' stemmende 'laagopgeleiden' ongelijk in hun anti-Europese houding, maar als dat het geval is dan is het de verantwoordelijkheid van politici om dat ongelijk aan te tonen. Politici die hun oren laten hangen naar het electoraat dat zogenaamd altijd gelijk heeft, doen eenvoudigweg hun werk niet goed.

Nederland is namelijk een vertegenwoordigende en geen directe democratie: volksvertegenwoordigers moeten de belangen van het volk vertegenwoordigen, onafhankelijk van wat het volk daar eventueel per abuis voor aanziet. Fleur en Wouter hoeven zich niet te vereenzelvigen met Kimberley en Brian om hun politiek recht te doen, ze hoeven alleen maar hun belangen te vertegenwoordigen. Al helpt het natuurlijk wel om in te zien waar die belangen in bestaan.

Sjoerd van Hoorn is essayist. Hij heeft filosofie gestudeerd aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden