DE HOESSEIN-CLAN

In het dorp waar ik ben opgegroeid, woonde een familie van rouwdouwen die uit een bijna oneindig aantal ooms en neven leek te bestaan....

De sage begint met Saddam Hoessein, de Slager van Bagdad. Hij werd in 1937 in Takrit geboren. Zijn stiefvader stond er bekend als Hassan de Leugenaar, en genoot ervan om hem te slaan met een met teer ingesmeerde knuppel. Hij nam het ventje mee uit stelen en leerde het schieten. Op zijn tiende jaar vluchtte de kleine naar het huis van een broer van zijn moeder, oom Khairallah Tulfah. Nog als tiener sloeg Saddam al aan het moorden. Een herder van een naburige stam was zijn eerste slachtoffer.

In de jaren vijftig trad hij toe tot de Baath-partij, die een vurig Arabisch nationalisme predikte. Zijn eerste politieke daad was opnieuw een moord, en wel op een regeringsgetrouwe functionaris in Takrit.

In 1959 maakte hij naam met een mislukte aanslag op de militaire dictator Qassem. Negen jaar later kwam de Baath-partij aan de macht via een door een neef van Saddam uitgevoerde coup. Saddam zelf kreeg nu een sterke positie in het nieuwe bewind, en in 1979 lukte het hem de alleenheerschappij over te nemen. Vijfhonderd hoge Baath-functionarissen werden onmiddellijk ter dood gebracht, en de leider keek persoonlijk toe bij de executies.

Overigens schijnt Saddam niet laf te zijn. Hij heeft de fysieke moed van een beest dat het gevecht aangaat met een slechts zeer schemerig bewustzijn van een mogelijke dodelijke afloop voor hemzelf.

Inmiddels was hij getrouwd met Sajida, dochter van de oom in wiens gezin hij opgroeide. Zijn corrupte schoonvader, de nieuwe gouverneur van de hoofdstad, werd in de volksmond al snel als de Dief van Bagdad aangeduid.

De Takriti-clan vormde een broeierige, bijna incestueuze kluwen mensen. En binnen een mum van tijd waren alle machtsposities in het land, met name in het veiligheidsapparaat, bezet door acht van Saddams naaste mannelijke verwanten.

De drie halfbroers: Sabawie, die ooit de onderdirecteur van zijn school doodschoot omdat deze hem niet behulpzaam wilde zijn bij een sollicitatie; Watban, die eigenhandig een kind doodde 'om te zien of hij daartoe in staat was'; en Barzan, die merkwaardig genoeg nog nooit iemand vermoord lijkt te hebben. De drie neven: Ali Hassan, die de bijnaam 'de chemicus' kreeg wegens de onder zijn leiding uitgevoerde gifgasaanvallen op Koerdische dorpen; Hussein Kamal, die zijn carrière als cipier begon en verantwoordelijk werd voor de produktie van chemische wapens en raketten (hij beheerde lange tijd ook de financiën van de familie); en zijn broer Saddam Kamal, die de Republikeinse Garde controleerde. Deze laatste twee neven van Saddam trouwden twee van diens dochters.

En dan de twee zoons: de jongste, Quasy, staat aan het hoofd van alle veiligheidsdiensten, maar zijn broer, Uday geheten en getrouwd met Barzans dochter, heeft meer pit. Midden jaren tachtig pleegde hij zijn eerste moord, op een legerofficier die hem niet toestond te dansen met zijn vrouw. En korte tijd later was hetzelfde lot beschoren aan de vader van een door hem verkracht meisje.

Uday is een mooie jongen. Hij draagt zware, gouden juwelen en een zwarte Ray Ban-zonnebril, rookt Cubaanse sigaren en heeft een baard - zeer ongebruikelijk voor de besnorde Irakezen. De sigaar pleegt hij omhoog te houden tot iemand hem aansteekt. Hij bezit meer dan honderd auto's en kiest er dagelijks eentje die past bij de kleur van zijn kostuum (Christian Dior of Yves St. Laurent). Als hobby bekijkt hij video's van authentieke martelingen.

De al-Takriti's vormen, kortom, een unieke bende psychopathen, mensen die bijna stuk voor stuk eigenhandig moorden en daar schik in hebben. Hun heerschappij is echter niet onwankelbaar. Deze steunt op een soennitische minderheid van slechts twintig procent van de bevolking. Uiteindelijk moet de familie het hebben van haar pistolen om aan de macht te blijven, en daarom kan men het zich niet permitteren om elkaar onderling te lijf te gaan.

Maar juist die eenheid lijkt moeilijk te bewaren. De diverse takken van de clan, die teruggaan op Saddams vader, stiefvader en moeder, bestrijden elkaar heftig en verbeten. Al in 1986 moest de president troepen naar zijn geboortedorp sturen om zijn elkaar bombarderende familieleden uit elkaar te halen.

En ook in 1988 kwam het tot een betreurenswaardige botsing. Saddams vertrouweling Kamal Hana was niet alleen zijn voorproever, maar voorzag hem ook geregeld van vrouwen. Zo bracht hij hem ook in contact met een zekere Samira, echtgenote van de directeur van Iraqi Airways.

Saddams echtgenote Sajida beklaagde zich bij haar zoon Uday bitter over de bloeiende relatie die het gevolg was, waarop deze in razernij ontstak en Kamal Hana op een feestje met een knuppel doodranselde. Saddam besloot daarop zijn zoon te laten berechten, maar zag daarvan af toen zijn vrouw hem vroeg waarvoor al die commotie toch diende. Uday had toch wel eens vaker iemand omgebracht? Vader zag hier de redelijkheid van in en besloot hem dan maar tot ambassadeur in Genève te benoemen. De deugniet werd echter spoedig uitgewezen wegens bedreiging van een portier met een pistool, waarop hij mocht terugkeren naar zijn vaderland.

En een volgend, zeer pijnlijk conflict speelde zich af in 1989, toen de minister van Defensie, Saddams neef Adnan Khairallah, omkwam bij een helikopter-ongeluk. Hij had Saddam ervan beschuldigd het te houden met alweer een andere vrouw, en zijn zuster Sajida daarmee opnieuw te kwetsen.

Maar het dieptepunt van de familieruzies werd dit jaar bereikt. Vooral de groeide arrogantie van de zoons was hier debet aan. Uday had inmiddels een fortuin gemaakt door de zwarte handel in whisky, sigaretten en voedsel. In het begin van de zomer van dit jaar wisten hij en zijn broer het ontslag van Saddams halfbroer Watban als minster van Binnenlandse Zaken en dat van Saddams neef Ali Hassan als minister van Defensie door te drammen.

De zoontjes zaten nu hoog te paard. De spanningen liepen echter zo hoog op, dat de patriarch zich begin augustus genoodzaakt zag een familiediner te beleggen om de problemen op te lossen. Deze verzoeningspoging liep echter uit op een schietpartij, waarbij Watban in de benen werd getroffen.

Daarop namen de gebroeders Hussein en Saddam Kamal zelf de benen. In een kolonne van vijfenveertig Mercedessen, en in gezelschap van hun echtgenotes en geliefde dochters van de leider, reden zij door de woestijn naar Jordanië, uiteraard niet zonder op de valreep nog even 35 miljoen dollar te hebben opgenomen.

De in allerijl naar Amman toegeschoten Uday en Sajida konden hun familieleden er niet meer toe bewegen terug te keren. Inmiddels zijn de gebroeders Kamal door de familieraad ter dood veroordeeld, heeft Sabawie zich vermoedelijk in ongenade moeten terugtrekken in Takrit, en lijkt ook zijn broer Barzan (die in Genève op de miljardenrekeningen van de familie zit) zich nu van het regiem te hebben vervreemd.

Enige tijd geleden is zijn dochter naar hem teruggevlucht. Ze hield Udays mishandelingen niet langer vol. Maar daarmee is de geschiedenis nog niet af. Saddam kreeg zoveel klachten over Uday van de familie in Takrit dat hij kort geleden heeft besloten al diens bezittingen te confisqueren. De verantwoordelijke functionaris die de bezetting van de fabrieken en andere goederen leidt, is broer Quasy, de man die naast Saddam het uiteindelijk gezag over het veiligheidsapparaat heeft. Van de oude acht companen van de baas is er dus nog maar een ongeschonden over. De zware jongens zijn aan het einde van de rit. Het wachten is op de definitieve shoot-out.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden