De hoek van het net waarneembare

Niet alleen de zichtbaarheid van objecten als seinlichten, ook hun opvallendheid speelt een rol bij het ontstaan en het voorkómen van ongelukken in het verkeer....

Michael Persson

NOG IN juni was het weer raak, bij Utrecht. Twee treinen botsten op elkaar doordat er eentje door een rood sein was gereden. Machinisten rijden steeds vaker door rood: tot 1995 lag het aantal incidenten op gemiddeld 150 per jaar, maar sindsdien is dat gestegen tot 280 in het jaar 2000. Dit terwijl het treinverkeer sinds 1990 maar met 8 procent is toegenomen.

Er is nog geen verklaring voor de toename in het aantal incidenten. 'We stellen alles in het werk om de veiligheid te vergroten', zegt een woordvoeder van Railinfrabeheer, de organisatie die verantwoordelijk is voor de seinen. 'Waar nodig plaatsen we bijvoorbeeld kapjes op de seinen, tegen het zonlicht. Maar het blijft mensenwerk. Als de machinist niet voldoende oplet, kan er natuurlijk iets misgaan.'

Andere betrokkenen vinden dat de schuld voor ongelukken niet alleen bij de machinisten gelegd mag worden. 'De zichtbaarheid van seinen zou meer aandacht moeten krijgen', stelt de Raad voor de Transportveiligheid in een rapport dat in juni verscheen. Daarin worden de oorzaken beschreven van een treinbotsing bij Dordrecht, in november 1999, die ook het gevolg was van een roodlicht-passage en bijna tot een ramp leidde.

Maar 'zichtbaarheid' alleen is niet genoeg, 'opvallendheid' speelt ook een grote rol bij het missen van signalen, aldus prof. dr. Lex Wertheim van het instituut Technische Menskunde van TNO. Hij en collega's hebben de afgelopen vijftien jaar een 'opvallendheidmeter' ontwikkeld, een methode om objectief te bepalen hoe opvallend een object is. Een meetmethode, zegt Wertheim, waarmee ook wettelijke eisen kunnen worden gekwantificeerd, bijvoorbeeld voor spoorseinen.

Zichtbaarheid gaat, heel simpel, over de vraag of een voorwerp wel of niet te zien is. Oftewel: of er bijvoorbeeld niets in de weg staat tussen een machinist en een stopsein.

Bij opvallendheid echter, wordt veel meer rekening gehouden met de invloed die de omgeving rondom het bewuste voorwerp heeft. Wertheim: 'Neem een knalrode auto. Die valt uitstekend op als hij in een groene wei staat, maar niet als hij voor een rode muur geparkeerd staat. Terwijl de zichtbaarheid in beide gevallen hetzelfde is.' In Engeland vermoedt men dat opvallendheidsproblemen mede oorzaak zijn geweest van het laatste grote ongeluk bij Paddington station.

Er bestond al een standaardmethode toen TNO jaren geleden door de minister werd gevraagd regels voor de opvallendheid van verkeersborden op te stellen. Volgens die werkwijze werden eerst tientallen dia's van een verkeersbord gemaakt, vanuit verschillende hoeken en onder verschillende weersomstandigheden. Vervolgens werden ze voorgelegd aan een aantal proefpersonen, die zo snel mogelijk het bewuste verkeersbord op de plaatjes moesten zien te ontdekken. De gemiddelde ontdekkingstijd was een maat voor de opvallendheid.

'Maar om een statistisch bruikbare waarde te vinden, had je wel een stuk of vijftig proefpersonen nodig', zegt Wertheim. 'Dat was dus een heidens karwei. We hebben op die manier bijvoorbeeld een opdracht voor klaar-overjasjes gedaan; daar zijn we een half jaar mee bezig geweest. Als je voor elk verkeersbord een half jaar nodig hebt, dan ben je wel even bezig.'

Na literatuuronderzoek bedacht Wertheim dat de traditionele meetmethode weliswaar werkte, maar dat er misschien een andere techniek was, die dichter bij het waarnemingsproces zou liggen.

Op een papiertje laat hij zien hoe de door hem ontwikkelde methode werkt. Hij schrijft een A op, en beweegt de punt van zijn pen van die A vandaan. Wie met zijn ogen de pen volgt, kan aanvankelijk in zijn ooghoek de A nog wel herkennen, maar op een gegeven moment niet meer. Op dat moment stopt Wertheim de pen. De hoek tussen de letter A en het eindpunt van de pen is volgens Wertheim een directe maat voor de opvallendheid.

Wanneer hij vervolgens andere letters op het papiertje schrijft, in de buurt van de A, en weer opnieuw met zijn pen van de A af beweegt, dan blijkt de hoek waarbij de A nog te zien is, kleiner te zijn. 'Dat heet laterale maskering', zegt Wertheim. 'Dingen in de nabijheid van een object maskeren dat object. Dat komt door de werking van het oog: verschillende cellen in het netvlies gaan met elkaar interfereren.'

Op basis van dit principe liet Wertheim door TNO-TPD een apparaatje bouwen. Door dat op een te onderzoeken verkeersbord te richten en erdoorheen te kijken, kun je de hoek waarbij iets nog net waarneembaar is, heel precies meten. Zoals de dia-methode een bepaalde gemiddelde tijd oplevert, als maat voor de opvallendheid, zo levert Wertheims apparaatje een bepaalde hoek op. De twee methoden vertoonden een grote correlatie. 'Dus lijkt het erop dat laterale maskering bepalend is voor opvallendheid.'

Aangezien de hoekmeet-methode veel sneller werkt dan het monnikenwerk met de dia's, is de opvallendheidsmeter - die inmiddels toe is aan zijn derde prototype en waarop patent is verkregen - voor veel onderzoek gebruikt. Een elektriciteitsbedrijf dat van huisstijl was veranderd, wilde weten waarom zijn auto's ineens zoveel vaker werden aangereden wanneer ze geparkeerd stonden. Het bleek dat het nieuwe, ecologisch groene kleurtje niet genoeg opviel in de weilanden waar ze kabels legden. Bij een ander onderzoek ging het er juist om zo min mogelijk op te vallen: defensie wilde weten of haar nieuwe camouflagenetten wel goed werkten.

Ook voor de spoorwegen is de opvallendheidsmeter gebruikt. De voorlampen van de treinen zijn ermee getest, en de informatieborden op de perrons. De seinen langs het spoor echter nog niet. 'De opvallendheidsmeter zou een mooi instrument zijn om daar verbetering in te brengen', zegt Wertheim. Inmiddels zijn er ook contacten gelegd tussen de Britse spoorwegen en TNO, om na te gaan of de opvallendheidsmeter van dienst kan zijn bij het helpen voorkomen van nieuwe ongelukken.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden