De hivdraak moet uit zijn hol gelokt

Het hiv-virus houdt zich schuil in het lichaam en is daarom moeilijk aan te pakken. Maar uitroken lukt steeds beter.

Bijna is het tijd voor een lustrumfeest. In 2008 slikte de Amerikaanse Timothy Brown voor het laatst zijn hiv-medicijnen. Dertien jaar lang, sinds zijn diagnose in 1995, moest hij elke dag meerdere pillen innemen om het hiv-virus in zijn lichaam te onderdrukken. Maar dat veranderde toen hij in 2008 een beenmergtransplantie kreeg als behandeling voor leukemie, die een jaar eerder bij hem was vastgesteld. Sindsdien is Brown van de medicijnen af en voor het eerst durven artsen en wetenschappers te zeggen dat er iemand is genezen van hiv.


'Browns verhaal is wat wetenschappers het proof-of-concept noemen, het eerste bewijs dat het toch echt kan, genezen van hiv', zegt Françoise Barré-Sinoussi, de Franse Nobelprijswinnaar en ontdekker van het hiv-virus in 1983. 'Het heeft het aids-onderzoek nieuwe hoop gegeven.'


Browns artsen waren zo slim om een zeer specifieke donor te gebruiken, eentje van wie het dna een verandering bevatte die resistentie tegen hiv veroorzaakt.


Bij ongeveer een procent van de Noord-Europeanen zorgt een genetische mutatie ervoor dat het hiv-virus de cellen die het wil infecteren, niet kan binnenkomen. Het virus heeft daardoor geen mogelijkheid om zijn verwoestende werk te doen. Het getransplanteerde beenmerg maakte bij Brown nieuwe cellen aan die ondoordringbaar waren voor het hiv-virus, terwijl oude, nog wel toegankelijke cellen afstierven. Langzaam verdween het virus uit Browns lichaam.


'Helaas is de methode niet geschikt voor grootschalig gebruik. Daarvoor is een beenmergtransplantatie te ingrijpend en gevaarlijk, zo'n 10 procent overleeft een operatie niet' zegt Barré-Sinoussi, die in Nederland is om in kader van Wereldaidsdag op 1 december hiv-patiënten en betrokkenen toe te spreken in theater Carré in Amsterdam.


Maar het geeft wel moed aan wetenschappers die op zoek zijn naar andere, minder heftige manieren om het virus uit het lichaam te verwijderen. Hiv is een moeilijk te bestrijden virus, vooral omdat het immuuncellen infecteert - uitgerekend de cellen die het virus zouden moeten aanpakken. Daar komt bij dat het zich in het dna van zijn slachtoffer nestelt, waardoor het moeilijk op te ruimen is.


Op dit moment bestaat de behandeling van hiv uit een dagelijkse cocktail van medicijnen, HAART genoemd, die het virus verhinderen zich te vermenigvuldigen en nieuwe cellen te infecteren. Een paar maanden na het starten van een hiv-behandeling is het virus al niet meer te detecteren in het bloed van een patiënt.


Van genezing is echter geen sprake: stopt een patiënt met de behandeling, dan blijkt hiv allesbehalve verdwenen te zijn. Binnen de kortste keren duikt het virus weer op en verspreidt zich door het hele lichaam.


De oorzaak daarvan zijn zogeheten hiv-reservoirs - plaatsen in het lichaam waar hiv zich schuil houdt, onzichtbaar voor het immuunsysteem en onbereikbaar voor HAART. Zulke reservoirs kunnen de hersenen, de darmen en de lymfeklieren zijn, maar het kunnen ook cellen zijn die jarenlang inactief zijn terwijl ze wel door de bloedbaan circuleren.


Tijdbom

Als een cel die geïnfecteerd is met hiv geen activiteit vertoont, dan kan het virus zich jarenlang koest houden in het dna, wachtend op een kans om weer actief te worden. Voorbeelden van zulke inactieve cellen zijn geheugencellen, de cellen die zorgen voor jarenlange immuniteit tegen ziekten die iemand eerder in zijn leven heeft gehad. Zolang de veroorzaker van zo'n ziekte geen tweede keer verschijnt, zal de cel niet actief worden. De patiënt heeft in de tussentijd geen idee dat hij een tijdbom met zich meedraagt.


'Een belangrijke stap naar genezing is het wakker schudden van de cellen in deze reservoirs, om ze vervolgens om te leggen', zegt Barré-Sinoussi, terwijl ze - tegen alles wat je zou verwachten van een Nobellaureaat in de geneeskunde - een sigaret wegrookt.


Zo'n strategie vergt een behoorlijke omslag in het denken rond hiv-behandeling. Jarenlang probeerden artsen met man en macht hiv te onderdrukken - nu moet het virus opeens geactiveerd worden om de patiënt beter te maken. Toch staan veel patiënten te trappelen om de riskante nieuwe medicijnen te testen, hoe goed de huidige behandeling ook werkt.


'Veel mensen onderschatten hoe heftig het is om met hiv te leven - zelfs nu nog', zegt Monique Nijhuis, moleculair viroloog aan het UMC in Utrecht. 'Ondanks de goedwerkende medicijnen voelen de meeste patiënten zich niet volledig vrij. Er is altijd de angst om het virus door te geven. Bovendien is er nog steeds sprake van stigmatisering.' Die is zelfs in Nederland nog zo sterk dat er op verzoek van een aantal aanwezigen tijdens de bijeenkomst in Carré niet gefotografeerd of gefilmd mag worden.


Tot nu toe is er één medicijn op mensen getest dat slapende cellen kan wekken: Vorinostat, een heftig middel met veel bijwerkingen, dat artsen op dit moment gebruiken om kanker te bestrijden. De hoop is dat het medicijn maar enkele weken hoeft te worden toegediend om hiv los te krijgen.


Ruw

Vorinostat is een zogenaamde dna-opener. Een karakteristieke eigenschap van inactieve cellen is dat hun dna erg stevig opgerold is, zodat er geen eiwitten bij kunnen om de boel te activeren. Vorinostat is in staat om het dna een beetje open te leggen, waardoor de cel langzaam weer ontwaakt. 'Het middel is vrij ruw en opent ook het dna van andere rustende cellen, zonder dat het effect daarvan bekend is. Je moet er daarom heel voorzichtig mee zijn,' zegt Nijhuis. 'De eerste resultaten bij mensen zijn positief. Het middel blijkt inderdaad rustende cellen en het hiv-virus daarin te activeren.' Bij acht van de elf onderzochte patiënten werden er na toediening van Vorinostat geactiveerde hiv-deeltjes waargenomen in de reservoirs.


In hoeverre Vorinostat genoeg is om alle reservoirs wakker te schudden is nog niet bekend. Omdat er meerdere reservoirs zijn, denken wetenschappers dat er verschillende medicijnen nodig zullen zijn om hiv overal uit te krijgen. Waarschijnlijk zal in de toekomst iedere patiënt zijn eigen mix van medicijnen krijgen om zijn specifieke reservoirs uit te roken. Wetenschappers en farmaceuten testen op dit moment meerdere stoffen in het laboratorium om het palet aan activeerders te vergroten.


Maar met het wakker schudden alleen is de patiënt nog niet van het virus af. De ontwaakte cellen moeten ook nog gedood worden. Wetenschappers hopen dat het immuunsysteem van de patiënt hierbij kan inspringen. Dat moet immuuncellen, met name killer-T-cellen, naar het reservoir sturen. En dan moeten de T-cellen de geïnfecteerde cellen nog herkennen en vernietigen.


'Hoogstwaarschijnlijk kan het immuunsysteem dat niet alleen af. Dat kan het immers ook niet als hiv voor het eerst binnenkomt,' zegt Barré-Sinoussi - sinds dit jaar voorzitter van de internationale aidsorganisatie IAS. 'We zullen het een handje moeten helpen.'


Kietelen

Een manier om dat te doen is door het immuunsysteem een steuntje in de rug te geven. Door eiwitten te produceren die immuuncellen om de tuin leiden presteert hiv het om in zijn directe omgeving het immuunsysteem te onderdrukken. Een tumor doet hetzelfde, dus andermaal leende het hiv-veld een medicijn van de oncologie om die onderdrukking tegen te gaan.


De eerste succesvolle onderzoeken bij apen zijn hiermee afgerond. Het medicijn bewerkstelligde dat de apen het virus beter onder controle kregen. Experimenten bij mensen staan op het punt te beginnen, maar voorzichtigheid is geboden, stelt Nijhuis: 'Overactivering van het immuunsysteem heeft nog weleens tot nare gevolgen geleid, tot en met de dood. De kunst is om het immuunsysteem licht te kietelen, maar niet meer dan dat.'


Barré-Sinoussi heeft haar zinnen gezet op een meer geavanceerde oplossing. Ze werkt al jaren met zogenoemde 'elite-controllers', patiënten die nauwelijks virusdeeltjes in hun bloed hebben, hoewel ze nog nooit aan de medicijnen hebben gezeten. Een schamele 0,3 procent van alle mensen heeft zo'n goed immuunsysteem dat ze hiv zonder hulp de baas kunnen blijven.


'We zijn er zo langzamerhand achter wat het verschil tussen elite-controllers en andere patiënten is. Elite-controllers maken bijvoorbeeld betere killer-T-cellen aan, die geïnfecteerde cellen beter herkennen en beter opruimen.'


Barré-Sinoussi hoopt dit kunstje te kopiëren naar andere patiënten. 'We experimenteren nu met het toedienen van specifieke delen van het virus, om het immuunsysteem zo te trainen dat het het virus beter herkent en efficiëntere killer-T-cellen gaat produceren. Een heel aantal van zulke zogenaamde therapeutische vaccins wordt al op mensen getest. De resultaten zijn tot nu toe helaas nogal wisselend, we begrijpen duidelijk nog niet goed genoeg hoe we het immuunsysteem kunnen bijsturen.'


Nijhuis en Barré-Sinoussi geloven beiden dat hiv uiteindelijk met een combinatie van deze methoden te genezen valt, maar het is geen kortetermijnproject. Het onderzoek naar zowel het ontwaken als de verwijdering van het virus daarna staat nog in de beginfase. Het zal zeker nog een jaar of tien duren voor het zijn volledige vruchten afwerpt. 'Er hebben recentelijk een paar andere patiënten met zowel kanker als hiv een beenmergtransplantatie ondergaan. Op dit moment wordt onderzocht of zij net als Timothy Brown genezen zijn van aids,' zegt Nijhuis.


NOBELLAUREAAT

De Franse virologe Françoise Barré-Sinoussi (65) kreeg in 2008 met haar Franse collega-onderzoeker Luc Montagnier de Nobelprijs voor de geneeskunde voor de ontdekking van het hiv-virus. Zij onderzochten in de jaren tachtig lymfekliercellen van een aidspatiënt en ontdekten daar een specifiek enzym in. Zo slaagden ze erin te bewijzen dat in de lymfeklieren delende virussen zaten. Later kreeg dat virus de naam hiv.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden