De hetze van de media

De media stigmatiseren en de media criminaliseren, vinden de AEL en zijn aanhang. Wat doen de media verkeerd?..

Bij elke ontmoeting tussen Dyab Abou Jahjah, de Belgische voorman van de Arabische Europese Liga (AEL), en zijn Nederlandse publiek figureren de media als zondebokken. De media voeren een hetze tegen de islam, de media stigmatiseren, de media criminaliseren moslims in het algemeen en Marokkanen in het bijzonder.

Jahjah voert de zalen met vlammende retoriek en zijn publiek reageert gretig. Jahjah in Utrecht: 'De media zijn verdeeldheidszaaiers. Moslims worden afgeschilderd als wezens die niet alleen gevaarlijk zijn voor dit land, maar voor de gehele mensheid.' Gejoel, applaus. Jahjah in Den Haag: 'We leven niet alleen van brood, maar ook van respect. Dat ontbreekt in dit land, waar iedereen op de televisie kan komen om ons geloof te beledigen.' Oorverdovend applaus.

Jahjah kan wel uren doorgaan. 'Het klopt dat de AEL de sharia niet afwijst. Maar de media maken ervan dat we die blind willen toepassen en dat willen we niet.'

Als in Den Haag aan de orde komt waarom het de Nederlandse tak van de AEL maar niet lukt een charismatische leider te vinden, weet een jonge Marokkaan het antwoord. 'Onze jonge leiders worden door de media in de kiem gesmoord. Als fundamentalisten gebrandmerkt.' De hetze van de media scoort lekker in het demagogisch klimaat van Jahjahs bijeenkomsten, maar uiteindelijk blijven de beschuldigingen vaag. Wie voeren die hetze en hoe? In een rustiger omgeving vragen we interimleider Jamil Jawad van AEL-NL naar namen en rugnummers.

Zuchtend: 'De afgelopen twee, drie jaar ging geen dag voorbij of in de kranten was wel iets negatiefs te lezen over de islam, over Arabieren, het Midden-Oosten. Dat heeft zulke proporties aangenomen dat ik af en toe geen krant kon lezen, omdat dat mijn leven totaal vergalde.' Het is de overweldigende stroom negatieve berichtgeving, zegt hij en komt dan met het voorbeeld van de LPF-hype. Pim Fortuyn is groot geworden door het anti-islam-sentiment te bespelen en is daarbij geweldig geholpen door de media. 'Met name HP/De Tijd was een platform voor dat soort gedachtegoed.'

Jawad komt op stoom. 'Ayaan Hirsi Ali. Vrijwel alle media slikten voor zoete koek dat ze met de dood was bedreigd. Ik twijfel daar nog steeds aan. Nauwelijks aandacht was er voor Abdullah Haselhoef, wiens boerderij is gevandaliseerd.' Natuurlijk vindt hij dat als de politie en de inlichtingendienst AIVD Hirsi Ali's bedreiging serieus nemen, de media daarover moeten berichten. Maar: 'Hirsi Ali is een toneelspeelster, die prachtig drama op de bühne heeft gezet. De media benaderen haar niet kritisch. Haar affaire wordt buiten proporties opgeblazen.'

'En dan zijn er die twee Amsterdamse jochies die zich zouden hebben laten ronselen voor de strijd in Tsjetsjenië. Wat een onzin. Die jongens zijn toch niet bruikbaar in zo'n strijd. Als ze echt geronseld zouden zijn, zouden ze eerst moeten worden opgeleid in kampen.'

De journalistiek heeft volgens Jawad de plicht zo'n beschuldiging grondig uit te zoeken en de motieven van die jongens te achterhalen. 'Als puber van vijftien was ik een beetje ongelukkig. Het leek me fantastisch om van huis weg te lopen en naar Libië te gaan, naar Kadhaffi', vertelt hij ter inleiding van hoe zo'n verhaal ook geschreven had kunnen worden. 'De moslimjongeren zijn idealistisch, willen rechtvaardigheid. Op de tv zien ze imperialistische Russen, die dat land naar het stenen tijdperk bombarderen. De jongeren worden door die beelden geraakt, pakken de trein en reizen naar Tsjetsjenië.'

Dan is er natuurlijk NOVA. 'Verslaggevers gingen undercover de moskee in en waren hard op zoek naar de meest extreme imams. Die zetten ze vervolgens neer alsof ze representatief zijn voor de hele moslimgemeenschap. De boodschap van NOVA is duidelijk: zo zijn nu die moslims.'

Fouad Sidali, verslaggever bij het NOS Journaal, noemt NOVA ook. Tijdens een journalistendebat in De Balie zet hij vraagtekens bij de serie reportages over de islam. Aandacht werd gevestigd op het gevaar van islamitische scholen, op de homofobische uitspraken van imam el-Moumni, op een Algerijnse terroristische organisatie die ook actief zou zijn in Nederland. 'NOVA doet voorkomen alsof echt alles fout is. Ik heb het idee dat ze slechts moslims spreken die de vooroordelen bevestigen. Zo lijkt het alsof iedere moslim erbij betrokken is. NOVA voert onnodig de angst van de witte Nederlanders.' Dus toch een hetze tegen de islam? Zover wil Sidali niet gaan. 'Er zijn veel kanten aan de islam, maar elke keer worden dezelfde belicht.'

Ook Khalid Kasem, voorzitter van de stichting Ben je bang voor mij, die zich inzet om de wederzijdse verwrongen beeldvorming bij te stellen, vindt dat er 'buitenproportioneel veel aandacht is voor de negatieve kanten van de islam.' Kasem: 'In de NOVA-reportages over de radicale imams werden de preken opgeluisterd door specifieke achtergrondmuziek. Er werden beelden bij vertoond van islamitische mensen die over straat lopen. Dat werkt suggestief.'

Van alle media blijkt NOVA de meeste irritaties op te roepen. Programmamaker Siem Eikelenboom kent de beschuldigingen. 'Ik raad de critici aan de uitzendingen op internet terug te zien. Dan zal blijken dat het allemaal niet zo eenzijdig was. Over de radicale imams werd in de aankondiging door Kees Driehuis benadrukt dat het om een kleine minderheid ging en dat ze ook niet representatief zijn voor de islam.'

Bovendien had NOVA nooit zo'n item kunnen maken als ze geen medewerking hadden gehad van gematigde moslims, die ook moeite hebben met de 'Veluwe-SGP-achtige variant van de islam', zegt hij. Eikelenboom is blond, heeft blauwe ogen, komt zelf niet ongemerkt een moskee binnen. Het is de plicht van de journalistiek alle nieuwe ontwikkelingen over radicale islam te brengen. 'Die stroming is ook in Nederland vertegenwoordigd en al is het maar 2 of 3 procent van de moslims. Ze zijn wel gevaarlijk.'

Ook Jahjah, zegt de Iraanse columnist Shervin Nekuee, wordt als zo'n gevaarlijk exemplaar afgeschilderd. Onterecht. 'De media benaderen Jahjah alsof ze een boef aan het vangen zijn. Vooral de tv. Of hij nou te gast is bij Rottenberg, Netwerk of Knevel, nooit is sprake van een volwassen gesprek. Het lijkt een verhoor van een radicale man.' Dit is exemplarisch voor de manier waarop journalisten over moslims berichten, vindt hij.

Nekuee ziet de grote media-aandacht als een logisch gevolg van 11 september. Natuurlijk is er sindsdien meer aandacht voor de islam en radicale groeperingen. Media moeten berichten over de grote brandhaarden in de wereld. Maar evenals Kasem en Jawad vindt hij de negatieve berichtgeving buitenproportioneel. Kasem pleit voor meer nuancering en een betere dosering. 'Ik ben niet voor censuur. Maar de media moeten ook oog hebben voor het effect van hun berichtgeving op de maatschappelijke verhoudingen.

De stroom verhalen beïnvloedt volgens hem de manier waarop moslims en niet-moslims over elkaar gaan denken. Een jaar na 11 september had Twee Vandaag een enquête, waaruit bleek dat 90 procent vond dat moslims niet geïntegreerd zijn. Er heerst een bepaald beeld dat niet strookt met hoe wij de situatie beleven.'

Rachid Majiti en andere verontruste Marokkanen willen met het initiatief Koerswijziging.nl schaven aan de negatieve beeldvorming. Half januari publiceerden zij een pamflet met de noodkreet: 'Realiseert u zich dat 's ochtends duizenden Marokkaanse Nederlanders de krant openen in de hoop dat er nu eens één dag geen nieuws is over Marokkanen, moslims, allochtonen. Dag in dag uit praten als Brugman om berichtgeving weer te nuanceren en in perspectief te plaatsen, is een vermoeiende en nutteloze bezigheid.'

Majiti gelooft niet in een hetze. 'Dat impliceert dat de media met voorbedachte rade een bepaalde bevolkingsgroep stigmatiseren.' Hij legt ook niet de scheidslijn bij 11 september. 'In de jaren tachtig waren er al berichten over Marokkaanse probleemjongeren, over loverboys.' Geleidelijk aan is de stroom toegenomen, zegt hij. Toen kwamen 11 september, de opkomst van Fortuyn en de bloei van de LFP. Majiti: 'Steeds meer media kregen oog voor aan de islam gerelateerde onderwerpen. Als er over geschreven wordt, reageert de politiek. Dat versterkt elkaar. Het is een onbewust proces. We zitten gevangen in een negatieve spiraal en niemand weet hoe die te doorbreken.'

Hij roept de media op tot zelfreflectie. 'Elke krant, televisie- en radiorubriek zou zich moeten afvragen of de berichtgeving proportioneel is. Of de werkelijkheid nog wel wordt weerspiegeld.' Parallel daaraan zou de Marokkaanse gemeenschap ook aan zelfonderzoek moeten doen. 'We moeten ons afvragen of alles wat de media en de politici roepen wel zo negatief is als wij denken en of niet te veel wordt geïnvesteerd in de slachtofferrol.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden