De hervormingsagenda

De plannen van het kabinet-Balkenende om de kloof tussen kiezers en gekozenen te verkleinen, komen dit voorjaar in een beslissend stadium....

Allereerst moet duidelijk worden of bij de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar ook burgemeesters zullen worden gekozen. Omdat de partijen zich hierop moeten voorbereiden, is besluitvorming voor de zomer vereist.

Dat de benoemde burgemeester niet meer van deze tijd is, erkennen bijna alle politieke partijen. De Eerste Kamer moet overigens nog wel met een tweederde meerderheid de benoemde burgemeester uit de Grondwet halen. Het congres van de Partij van de Arbeid heeft daarvoor zijn senatoren de vrije hand gegeven.

Dat de PvdA de voorkeur geeft aan een door de gemeenteraad gekozen burgemeester, is een minderheidsstandpunt in de Kamer. Eén en andermaal is duidelijk geworden dat de overgrote meerderheid van de kiezers de burgemeester rechtstreeks wil kiezen.

Er is dus ruim voldoende draagvlak voor de invoering van de direct gekozen burgemeester. De Graaf heeft gelijk wanneer hij pleit voor een big bang: een verkiezing van alle burgemeesters tegelijk met de gemeenteraadsverkiezingen van 2006. Uniformiteit is geboden.

De gekozen burgemeester kan ook het evenwicht tussen de raad en het college herstellen dat door de invoering van het dualisme is verstoord. In de praktijk blijken wethouders nu soms erg makkelijk te worden weggestuurd. Dat wordt moeilijker wanneer het college door een direct gekozen burgemeester is geformeerd.

Moeilijker ligt het voorstel van minister De Graaf voor Bestuurlijke Vernieuwing voor een nieuw kiesstelsel, dat wat hem betreft moet worden ingevoerd bij de Kamerverkiezingen van 2007. De koppige minister dreigt zich hiermee in zijn eigen vingers te snijden.

Door binnen de Grondwet – en dus binnen de evenredige vertegenwoordiging – te blijven, heeft het kabinet gekozen voor gesleutel in de marge. Een echt districtenstelsel blijft immers buiten beschouwing. De Graaf manoeuvreert zich nu ook nog in een isolement, door te weigeren zijn omstreden voorstel te herzien.

Het door De Graaf gepresenteerde gemengde kiesstelsel zal de afstand tussen kiezer en gekozene nauwelijks verkleinen. De zwakke plek in zijn voorstel blijven de twintig veel te grote districten. Het was beter geweest aan te sluiten bij het idee van CDA en PvdA om 60 à 75 kleine districten te maken. De Kamerleden die via zo'n klein district worden gekozen, zitten dan inderdaad dicht bij hun kiezers.

Het is onverstandig van minister De Graaf (en het kabinet) de Tweede Kamer voor het blok te zetten met een onvoldragen voorstel dat alleen door D66 lijkt te worden gesteund. Want ook regeringsfractie VVD is zeer ongelukkig met het wetsvoorstel. Overigens wordt het hoog tijd dat de liberalen kleur bekennen. De achterban van de VVD voelt niets voor gesleutel aan het kiesstelsel – reden waarom VVD-aanvoerder Van Aartsen de hete aardappel voor zich uit schuift.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden