De hersenscanner is niet eenduidig

Een paar decennia geleden werden onderzoekers die de hersenen van overleden homoseksuelen afspeurden naar afwijkende gebieden nog bijna met pek en veren besmeurd. Impliceerden zij nou dat homo-zijn een afwijking was, en daarmee een ziekte die genezen kon worden? Nazi-praktijken!


Hoe anders is het nu: homoseksuelen worden door de hersenscanner gehaald, genetisch uitgeplozen en ondervraagd over hoe vaak ze eigenlijk weer naar het andere geslacht switchen. En dit alles om de vraag te beantwoorden: word je als homo geboren, of spelen opvoeding, de maatschappij waarin je leeft en persoonlijke keuzen ook een rol?


Neurowetenschapper Simon LeVay zette in 2010 in zijn boek Gay, Straight, and the Reason Why zijn eigen hersenonderzoek en dat van anderen op een ritje. Hij ontdekte dat de INAH3, een onderdeel van de hypothalamus (wat weer deel van de hersenen is) bij homoseksuele mannen doorgaans kleiner is dan bij hetero's. De INAH3 reguleert seksueel gedrag. Ook beschrijft hij in het boek onderzoek van anderen waaruit blijkt dat lesbiennes (iets) meer grijze massa in hun hersenen hebben dan heterovrouwen en dat hun amygdala, het hersengebied dat emoties reguleert, qua grootte meer op dat van mannen lijkt.


Nature/nurture

Maar het waarom van die verschillen is nog lang niet helemaal helder. De heersende theorie is dat de veranderingen in hersenen voor de geboorte ontstaan, onder invloed van het mannelijke geslachtshormoon testosteron in de baarmoeder. Maar andere onderzoekers wijzen op hersenplasticiteit: ons brein past zich ook aan de omgeving en sociale omstandigheden aan. Wie weet zijn de verschillen in de hersenen dus juist wel een gevolg van een homoseksueel leven, en niet de oorzaak.


De laatste jaren worden er ook steeds meer genetische onderzoeken gepubliceerd. Uit onderzoek met eeneiige tweelingen komt bijvoorbeeld naar voren dat homoseksualiteit bij mannen voor 30 tot 50 procent genetisch is bepaald. Maar daar staan weer andere bijzondere resultaten tegenover: broers die in hetzelfde gezin leven, maar geadopteerd zijn (en dus niet hun genen delen), zijn in meer dan 10 procent van de gevallen allebei homo. Dat is vaker dan je zou verwachten: volgens schattingen is namelijk 3 tot 5 procent van de mannen homoseksueel. Dat riekt toch weer naar invloed van de omgeving waarin je opgroeit.


Opvallend is dat alle onderzoeken die aantonen dat homoseksualiteit aangeboren zou zijn, in de Verenigde Staten worden gebruikt als middel in de strijd tegen homodiscriminatie. Het argument is dan: als homo word je nu eenmaal geboren, daar doe je niks aan. 'Switchers', mensen die van homoseksueel naar heteroseksueel switchen, en soms ook weer terug, hebben het er door die activistische houding moeilijk. Actrice Cynthia Nixon (Miranda, in Sex And The City) gaf vorig jaar in The New York Times aan dat ze aardig pissig wordt van het feit dat je als lesbienne vooral in je eigen hokje moet blijven. Tijdens een 'homo-empowermentspeech' wilde ze de onliner 'I've been straight and I've been gay, and gay is better' gebruiken. Dat vond de organisatie niet zo'n goed idee. Daarmee zou ze maar zeggen dat homo-zijn een keuze is. 'Voor mij ís het een keuze', fulmineerde Nixon. 'Ik wil niet dat anderen mijn gayness bepalen.'


Switchen

Wat zou Nixon scoren op de schaal van de beroemde Amerikaanse seksuoloog Alfred Kinsey? Die schaal loopt van 0 (helemaal hetero) tot 6 (helemaal homo), hij voegde daar allerlei subschalen aan toe, voor aantrekkingskracht, fantasieën, gedrag en identiteit. In de jaren zeventig was dat baanbrekend: je kon blijkbaar ook gewoon ergens in het midden uitkomen, als je bi was. De schaal wordt nog steeds gebruikt in de onderzoekswereld, maar meestal zonder de subcategorieën, om het onderzoek naar homoseksualiteit wat overzichtelijker te maken.


En daar is ook weer niet iederen het mee eens. Het beeld van hoezeer homoseksualiteit vastligt, wordt zo te eenzijdig, vindt bijvoorbeeld Lisa Diamond. Zij is hoofddocent psychologie en schrijfster van het boek Sexual fluidity. Diamond volgde een grote groep vrouwen tien jaar lang en ontdekte dat ze nogal eens van seksuele identiteit wisselen. Van de lesbiennes in haar onderzoek had tweederde in die tien jaar in elk geval één keer seks met een man. Zelf vonden ze dat heel gewoon en toch deed het onderzoek van Diamond nogal wat stof opwaaien. Mannen switchen minder vaak, maar ook dat komt voor. Met wie we het bed delen en ons leven doorbrengen, ligt toch veel minder vast dan veel onderzoekers en homoactivisten veronderstellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden