De hemelbestormers van literair tijdschrift Zoetermeer

Misschien wel het summum van vergetelheid: de jonge hemelbestormers van het tijdschrift Zoetermeer. Dacht u daar ook nooit meer aan? Daniëlle Serdijn wel.

Beeld Literair tijdschrift Zoetermeer

Leesrijp word je tweemaal in je leven. De eerste rijping is een zuiver technische aangelegenheid en voltrekt zich rond het zesde levensjaar. Het heeft uitsluitend betrekking op het kunnen onderscheiden van letters, en daarna op het kunnen verbinden van letters tot woorden en zinnen. Er gaat een wereld voor je open. Strips, verhaaltjes, een moppenboek, de kinderpagina van de krant.

De tweede rijping komt jaren later pas, maar is minstens zo ingrijpend. Ontluikend benul van wat goed is en wat niet. Miskleunen, verkeerd kiezen, verder zoeken in de kast van je ouders, je grootouders, de bieb. Probeer als 20-jarige maar eens vat te krijgen op de vraag wat goeie lectuur is en wat niet, en ook: waarom eigenlijk en wie bepaalt dat. Waarom moest ik, tiener nog, Arthur van Schendel lezen? Waarom Doeschka Meijsing, Willem Paap?

Het was niet vervelend, wel vroeg ik me af wat het betekende en of mijn verstand het bij kon benen. Wat zagen mijn docenten in dat werk? En voelden ze er iets bij? Ik niet. Niks. En toch golden deze schrijvers als de toppers uit de collectie. Wat was het geheim? Hoe werkte dit?

Iedere maand een debuut

Met Jan Wolkers en Remco Campert kon iedereen uit de voeten. Dat was een mooi begin. Daarna de onvermijdelijke W.F. Hermans, Hans Lodeizen, Paul van Ostaijen en zo verder. Langzaam begon het raderwerk te lopen. Toch bleef de literatuur iets van oude gecanoniseerde schrijvers. Ooit waren ze jong geweest en hadden ze hun literaire entree gemaakt. Maar hoe was dat in zijn werk gegaan, welke lezer had zich over hen ontfermd, had de belofte die ze waren gezien?

Ik, student inmiddels, besloot iedere maand een debuut te kopen. Als het voorstadium van het wonder der canonisering zich zou voltrekken, dan zou ik in elk geval op de eerste rang zitten. En zo gebeurde het. Enigszins lukraak las ik literaire eerstelingen. In 1990 was dat Groet aan de tegenstanders van Marijn Sizoo.

Een of twee titels heeft ze nog geschreven, daarna concentreerde zij zich op haar beeldende werk. De vonk die ze in mijn ogen was geweest, doofde. In 1991 De wetten van Connie Palmen, een overzichtelijke roman van een meisje dat op tv althans iedereen leek in te pakken. Verbaal sterk en nog filosofe ook. Daar zouden we vast meer van horen.

Vlaamse schrijfster Brigitte Raskin neemt de AKO literatuurprijs 1989 in ontvangst uit handen van Chris de Ruig, voorzitter AKO-bestuur. Beeld anp

Samples

In 1993 Het uur van Lood door Rob van Erkelens, een ongrijpbare roman waarin een aantal dagen beschreven wordt uit het leven van een verveelde jongeman. Een rusteloos verhaal. Het fascineerde en tegelijkertijd riep het weerstand op.

Het was niet ongeestig, maar het was ook decadent, pretentieus, intelligent en hypermodern. Niet in de laatste plaats doordat Van Erkelens citaten uit de wereldliteratuur waarmee hij zijn boek had doorspekt, 'samples' noemde.

Uit Het uur van lood sprak onmiskenbaar het belezen talent van een auteur die zijn tijd, onze tijd, mijlenver vooruit leek. Dit was een schrijver van de toekomst. Kon niet missen. Sindsdien rekende ik op Van Erkelens, wachtte op een nieuwe roman, wellicht een die met terugwerkende kracht ook meer definitie zou geven aan dat enigmatische debuut.

Anderszins manifesteerde Van Erkelens zich met Ronald Giphart en Joris Moens als oprichter en redacteur van het tijdschrift Zoetermeer (1994-1997), een soort Das Magazin avant la lettre. Piepjonge schrijvers en dichters als Arnon Grunberg, Tommy Wieringa, Menno Wigman en Mustafa Stitou leverden meermaals een bijdrage. Esther Gerritsen, toen nog student aan de HKU, gold als Van Erkelens' persoonlijke ontdekking. Dat talent had hij dus ook.

Tommy Wieringa Beeld anp

Verdwenen debutanten

De jaren verstreken. Er verscheen nog een enkele vertaling, maar tot een eigen roman kwam het niet. De schrijver verdween van het literaire podium. Toch bleef Het uur van lood in mijn gedachten. In verhevigde mate zelfs toen BNN in 2007 De Grote Donorshow uitzond. Patiënten konden een nieuwe nier winnen. Die zou afgestaan worden door een vrouw met een hersentumor. Het was fake, zo bleek later. Maar het idee van een 'televisiekwis' met als inzet orgaandonatie, was veertien jaar eerder gemunt in Het uur van lood. Zo was er meer.

Van Van Erkelens inmiddels geen spoor meer. Het ene moment vroeg ik me af of hij nog wel leefde. Het volgende besloot ik via via contact met hem te leggen, wat mislukte. Meer hemelbestormers die hun literaire entree hadden gemaakt in Zoetermeer vielen weg. Joris Moens bijvoorbeeld, loste op na zijn derde roman, Een beest met twee lichamen (1997). Arjan Witte, die in zijn debuut Rode Zeep (1995) een haarfijn portret had geschetst van het Utrechtse arbeidersmilieu in de wijk Zuilen, werd eveneens onzichtbaar.

Tommy Wieringa leek eenzelfde lot beschoren. Totdat het verpletterende Joe Speedboot (2005) verscheen en Wieringa de belofte die hij bijna tien jaar was geweest genadeloos inloste.

Bejubeld en ongemerkt verdwenen

Nieuwe namen doken op. Christie Hofmeester debuteerde met het autobiografische Meestal vergaat de wereld om 9.00 uur (1998), Floor Haakman werd uitbundig geprezen om haar filosofische roman Oneetbaar brood (2000), Susan Glimmerveen publiceerde Kaf (2000). Stuk voor stuk talenten die opkwamen, bejubeld werden en ongemerkt weer verdwenen.

Het wegvallen van begaafde schrijvers maakt deel uit van de literaire praktijk. Voor sommige ex-auteurs is dat pijnlijk, erover spreken doen ze liever niet en al helemaal niet in de krant. Ze hebben een nieuw bestaan gevonden in de horeca, in het onderwijs of in de journalistiek. Aan de belofte die ze waren, willen ze niet worden herinnerd. Een enkeling zegt bezig te zijn aan een nieuw werk, maar of dat werkelijk gepubliceerd zal worden is de vraag. Het literaire bedrijf is een monster.

En Van Erkelens? Soms spreek ik iemand die hem kent. Gesprekken waarin steevast de woordcombinatie opduikt van cultboek, belezen, uitstekende redacteur en Twin Peaks, de tv-serie waarover hij enthousiast had geschreven. Sinds een aantal jaren werkt hij voor De Groene Amsterdammer. 'Als nachtredacteur', zei de wederzijdse kennis. Dat vond ik mooi. Iets nocturnaals had altijd al om hem heen gehangen.

Ik blijf hem zoeken, al wil ik hem niet meer vinden. Alleen zo kan hij de obscure schrijver blijven van dat fabelachtige boek. En alleen zo kunnen mijn verwachtingen redeloos hooggespannen blijven. Het mooiste moet nog komen.

Vergeten schrijvers

Anton Koolhaas
Groot oeuvre, grote naam (inclusief P.C. Hooftprijs) - nu nog maar mondjesmaat -leverbaar.

Jan Willem Holsbergen
Opzoeken in het antiquariaat: De handschoenen van het verraad (1959), Een koppel spreeuwen (1961).

Enno Develing
Verkondigde het ¬verdwijnen van traditionele fictievormen (Het einde van de roman, 1973), nu zelf verdwenen.

R.J. Peskens
Zijn uitgeverij blijft een monument, de romans die Van Oorschot schreef als R.J. Peskens (Twee vorstinnen en een vorst; mijn tante Coleta) zijn dat minder.

Joop Waasdorp
Zwerver en dwarsligger, met zout water in de aderen.
Zie: Welkom in zee! (1970).

Herman Pieter de Boer
Zalig zijn de schelen (1972, met Betty van Garrel) werd na 40 jaar herdrukt. Andere bestsellers (Het damesorkest, Het herenhotel) zijn nog niet herontdekt.

Bert Jansen
Nozzing but ze bloes (1975), herdrukt als En nog steeds vlekken in de lakens (1978), verhalen van een provinciaal die de popwereld in wil.

Eelke de Jong
Journalist en schaapherder die furore maakte met verhalen in Mae West in Giethoorn (1978) en De eenzame oorlog van Koos Tak (1983).

Thomas Rap
De uitgever die ook dichtte: Doorzonwoning - ¬moderne gedichten (1979) en ¬Kantoor - monumentale gedichten (1981).

Hellema
Alias van Lex van Praag, debuteerde na z'n 60ste met het geladen Langzame dans als verzoeningsrite (1982).

J. Ritzerfeld
Oscar Timmers, jarenlang in de leiding van uitgeverij De Bezige Bij, publiceerde zelf onder de naam Ritzerfeld. Fijnproevers¬tip: De Poolse vlecht (1982).

René Stoute
Na het junkieverdriet van Op de rug van vuile zwanen (1982) werd René Renate en volgde Uit een oude jas vol stenen (1999).

J.M.H. Berckmans
Rock & Roll met Frieda Vindevogel (1991), Vlaams saluut aan Jan Arends; goed en gek.

Carl Friedman
Bekend van haar debuut Tralievader (1991). Toen duidelijk werd dat ze - anders dan ze had verteld - niet Joods is, verslapte de belangstelling.

Pim Wiersinga
Na debuut Honingvogels (1992) en het omvangrijke Gracchanten (1995) werd hij een schrijfdocent die zelf niet meer het goede voorbeeld gaf.

Russell Artus
Zonder wijzers was in 1995 een overrompelend debuut. Na zeven jaar stilte volgde nog ¬Onpersoonlijkheid.

Josien Laurier
Een hemels meisje (1993), Voor ons ligt een dag van bramenjam (1997). Ooit werd 'de grote roman' van Laurier aangekondigd, sindsdien is het stil.

Joris Moens
Na drie boeken vol hoekige personages, waaronder Bor (1993) en Zondagskind (1995), hield Moens het voor gezien.
Rob van Erkelens
Na zijn roman Het uur van lood (1993), die grotendeels was gesampled, wist Van Erkelens niets meer te vertellen.

Jack Nouws
De columnist Nouws vertilde zich aan een roman met een slome duikelaar als hoofdpersoon, De gemonteerde vrouw (1997).

Jeroen Mettes
Nagelaten werk (2011), met het lange gedicht N30, bezorgde de schrijver postume lof. Maar Mettes zou een geheimtip blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden