de Hemel is naar beneden gekomen en in scherven uiteen gevallen

Kees Fens schreef zinnen met de kracht van een aforisme. Een bloemlezing uit veertig jaar stukken en stukjes voor de Volkskrant – onder het door hem geformuleerde motto: ‘De hemel ligt om ons heen, in scherven op aarde.’Illustratie Ien van Laanen..

De tuinen van Bomarzo begint met dit zinnetje: ‘Het is begonnen met dromen.’ Persoonlijker kan een essay, dat een historische labyrinttuin als titel heeft, niet beginnen.1 maart 1969

~

Het boek heeft het merkwaardige uiterlijk van alle fotografisch herdrukte oude boeken: dat van een rimpelloze oma.26 januari 1971

~

Bestaat cricket? Neen.30 maart 1974

~

Aan veel auteurs van kinderboeken is een slecht schrijver verloren gegaan. Daar kunnen de literatuurcritici blij mee zijn, maar de kinderen zitten er mee.19 oktober 1974

~

In zo’n sigarenwinkel waarvan de eigenaar de hele dag staat te hoesten boven seksbladen, stond ik ineens naast Johan Cruyff. Hij was van karton geworden.26 maart 1979

~

Ik geloof niet voorbarig te zijn als het ideale elftal voor het WK 1982 zich nu al laat vormen. In het doel Jongbloed, achter Krol en Suurbier en uiteraard Rijsbergen. Op het middenveld plaatsen we Neeskens, Haan, Wim Janssen en Van Hanegem. De laatste zal het spel moeten maken, want hij is de enige Nederlandse speler die kan voetballen en inzicht heeft.6 juni 1979

~

Het was begonnen: paus Johannes Paulus II was verschenen op het Sint Pietersplein voor zijn wekelijkse audiëntie. Hij stond rechtop in een witte jeep. Even hoopte ik, verworden door mijn voetbalverleden, op een tegenpaus, opkomend van de andere zijde van het plein. Het gejuich viel tegen.3 november 1980

~

Harry G.M. Prick heeft zo langzamerhand duizenden noten geschreven bij publicaties van en over Van Deyssel. Ik denk dat ik ze allemaal gelezen heb. Hoe, droom ik, voegt zich ooit al die gedetailleerde kennis in een levensbeschrijving? Voor Prick moet het maken daarvan een kwelling zijn, want hij weet per woord haast hoeveel hij verzwijgt.29 januari 1982

~

Het is niet de geringste eigenschap van grote poëzie dat ze doorwerkt in het lezen van andere poëzie, die andere gedichten zelfs enigszins naar zich vormt.21 februari 1986

~

Ineens was er vorig voorjaar ‘vorst aan de grond’. En niemand treurde om het heengaan van dat zeer fraaie ‘nachtvorst’, een koud wezen dat ’s morgens is verdwenen met achterlating van onvolgroeide sneeuw. Vorst aan de grond – de koning der Belgen landt op Zaventem. 11 april 1986

~

Ik ken weinig poëzie die zo vanzelfsprekend lijkt als die van Remco Campert. Hij geeft de lezer het gevoel dat de poëzie net uitgevonden is, al gaat het wel om een uitvinding waarop iedereen zat te wachten.27 juni 1986

~

Niets is vergeefs gelezen. Hoe ver ook weggezonken, ooit wordt het omhoog gehaald door een nieuwe tekst. En het gaat ineens functioneren.16 januari 1987

~

Toen ik zeven of acht was, las mijn vader ons de hele Alleen op de wereld voor, met veel gefluit en gepiep, want hij had het altijd benauwd. 4 oktober 1991

~

Even hoog als de universiteit achtte Huizinga de Koninklijke Akademie. Hij was voorzitter van de afdeling letterkunde. Bij een der voordrachten van die afdeling speelde buiten op de Kloveniersburgwal een draaiorgel. Dat stoorde de voorzitter. Hij wilde er bij burgemeester en wethouder van Amsterdam op aandringen, het maken van muziek op de openbare weg tijdens vergaderingen van de Akademie te laten verbieden. Dat viel mij geweldig tegen. Ik had Huizinga, zeker als schrijver van Homo Ludens, het vermogen toegekend, de spreker tot stilte te manen. Om samen naar het draaiorgel te kunnen luisteren. Want er zijn verstoringen die het evenwicht herstellen.1 november 1993

~

Trilpopulier, vaderplant, studentenkruid, welriekende jasmijn, waternavel, kuifhyacint, karthuizer anjer, kardinaalsmuts, sluierkruid, sneeuwpeer, drie-urenbloem. Daar is geen slecht woord bij. Er zijn nog een paar duizend andere, allemaal bedacht door onbekenden die Adam verre hebben overtroffen. 1 april 1994

~

Ik begrijp Stendhal die in Florence geestelijk en lichamelijk van streek raakte. Het schone was hem te veel. Ik had hem nog beter begrepen als hij bij het zien van Florence in de verte in elkaar was gezakt. Ik naderde de stad de eerste keer per auto. En ik werd wanhopig, om mezelf en de twee dagen die ik had. En nog altijd als ik op het vliegveld Leonardo da Vinci land – het genie van die man alleen al – beef ik even. In de verte weet ik het te vele en te grote. Een insekt meldt zich bij de eeuwigheid.2 april 1994

~

Bernardus van Clairvaux zou eens verklaard hebben meer van de bomen dan uit de boeken te hebben geleerd. En zo werd hij een natuurmysticus, wortels in de grond, de kruin in de hemel en God’s wind blies de hele dag zacht om hem heen, wat niet moeilijk was, want hij was poreus door het vasten.14 mei 1994

~

Het vers wint het van de door ons bedachte mogelijkheden aan betekenis. Dat is de grootheid van alle literatuur en van de studie ervan. De woorden die met het gedicht samenvallen zullen wij nooit vinden. De zin van lezen is zoeken.24 februari 1995

~

Als iets Hans van Mierlo moeilijk moet vallen, is het onaangename dingen te zeggen. Want hij wil niet onaangenaam worden gevonden. Eens zocht hij zijn vrienden, nu krijgt hij zijn tegenstanders aangewezen. Hij wil ze te vriend houden. Hij is Brabander gebleven en katholiek gebleven. Maar de machiavellistische sluwheid van de jezuïeten heeft hij niet opgenomen. Hij zou een geraffineerder en misschien ook geslaagder politicus zijn. Want oprechtheid maakt niet gelukkig. Hans van Mierlo is ten slotte niet slecht genoeg. Een jongen in jongenskleren.30 maart 1996

~

Een groot aantal jaren geleden botste ik tegen hem (Bert Schierbeek) aan in de Amsterdamse Bijenkorf. Ik had kort tevoren iets over een nieuw boek van hem geschreven en de opmerking gemaakt dat zijn persoonlijke associaties soms moeilijk te volgen zijn: miste je één schakel, dan ging de rest ook verloren. In alle drukte riep hij mij luid toe: ‘Mag ik schrijven zoals ik wil?’ ‘Natuurlijk’, riep ik terug. ‘Nou dan’, zei hij breed lachend. Ik probeerde nog een stukje theorie, maar de woorden vielen gewoon op de grond. Op dat moment besefte ik de kracht van de creativiteit en de zwakte van het betoog daartegenover.

22 juni 1996

~

Het mooiste zinnetje is van Hanlo. Hij schreef over het door hem bewonderde werk van Vordemberge-Gildewart: ‘het niets, aangenaam gevuld met weinig.’

7 december 1996

~

Waarom gaat het bijna altijd mis tussen Van Agt en zijn toehoorders? Omdat wat hij voor humor houdt, door hen niet als humoristisch wordt gezien. Omdat zijn zelfrelativering eerder als een uiting van zelfverzekerdheid overkomt – hij kan het zich permitteren een kleine fout toe te geven – dan van oprechte zelfspot. Hij kan of kon wel kwaad worden, maar hij bleef vormvast.22 maart 1997

~

Ik zou Kees Jansma niet willen verwijten dat hij de uiteenzettingen van Cruijff niet begreep. Ik begreep ze ook niet. En niet alleen doordat hij het over een andere wedstrijd had. Het zat ook in zijn taal. Ik heb hem vele malen beluisterd, maar elke keer raak ik vast in zijn schitterende taallussen. Er moet geen Nederlands hoofd zijn waarin de gedachten zo snel verspringen. Misschien moeten we zeggen: Cruijff heeft geen gedachten, hij kan alleen maar bijgedachten hebben, zo vol is het in zijn hoofd. Als hij een enkele keer een rustpunt bereikt, kan hij een aforistische uitspraak doen. Die blijft als een volslagen raadsel hangen. Een zin als: voetbal is pas voetbal als er niet gevoetbald wordt. Dat is bijna mystiek.19 april 1997

~

Pessimisme komt voort uit een gevoel van tekort tegenover het voorbeeld. De pessimist zit neer, de optimist onderneemt.5 mei 1997

~

Het zal een slechte trek in mij zijn, maar de ondergang van bibliotheken vind ik even boeiend als de opkomst ervan. Alexandrië en Pergamum kunnen op mijn blijvende warme aandacht rekenen.23 juni 1997

~

Hoe dan ook, verzamelen lijkt mij toch niet helemaal gezond, want er is altijd een leegte die moet worden gevuld. Een ongeduld dat zich niet laat beheersen. Een klein heelal waarin anderen niet worden toegelaten. En daar volgt angst voor grensoverschrijding uit. Maar ik denk dat de mogelijkheid tot overschatting van het verzamelde en ook van het verzamelen zelf het ergste is.26 juni 1997

~

Na de uitreiking van de P.C. Hooftprijs op het Muiderslot liep de dichter naar de bushalte voor de terugreis naar Amsterdam. Hij werd aangereden. De wereld heeft zich nooit aan J.C. Bloem aangepast, wat hij raadselachtig vond. Alleen de taal deed na heel veel inspanningen wat hij wilde: zuiver worden.1997

~

Waar Wiegel verschijnt, wordt de lucht Hollands blauw, is alles waar anderen zich druk over maken een verzameling muizenissen, zijn er geen problemen meer en hebben wij een schitterend verleden, een prachtig heden en een flonkerende toekomst. En alle drie als een grote gemeenplaats.28 februari 1998

~

Hij (Ian Paisley) schreeuwt altijd zo, denk ik, omdat hij wil dat over de oceaan heen ook alle katholieke Ieren in Amerika zijn afkeer van Rome kunnen horen.25 april 1998

~

De laatste jaren van zijn leven was Piero della Francesca blind. Wie wil, kan denken dat hij alle licht aan zijn werk heeft gegeven en vooral aan de ogen van zijn vele figuren. Hij moet in de hemel alle gezichten hebben teruggezien die hij had geschilderd, want zeker zijn heiligen hebben al iets hemels. Hij kwam thuis en ik wed dat het licht en het landschap van het hiernamaals lijken op dat van dat kleine stukje Toscane, dat ik heb bezocht.10 april 1999

~

Van Stan Laurel houd ik, misschien wel vooral vanwege de tederheid die in zijn gezicht in alle bewegingen ervan zichtbaar wordt. Hij is de enige mij bekend wiens gezicht ook op een foto beweegt. 22 december 2000

~

Het woord ‘kunstzinnig’, dat ook altijd uit de verkeerde monden komt – ik haat het.11 juli 2002

~

In 1960 kwam ik op sollicitatiegesprek bij de filmcriticus A. van Domburg, toen chef kunst van het dagblad De Tijd. Ik stond nog toen hij mij vroeg: ‘Wie schreef: ‘Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen’? ‘Elsschot’, antwoordde ik. ‘U bent aangenomen’, zei hij.17 november 2005

~

Bijna elke boekenkast is gevuld met heel veel ‘o, ja’-boeken. Ze worden nog net herkend. Er zouden reddingsbrigades van lezers moeten bestaan voor al die boeken die er zo onhandig bij staan, verlegen met hun bestaan, want bijna helemaal vergeten.19 oktober 2006

~

Vandaag at ik een haring en ik dacht aan Paul Biegel.9 november 2006

~

De geschiedenis van de matras, van de dekens en de lakens, van de kussens – er komt heel wat te pas aan slapen –, alles staat in dit boek. Het ideaal blijkt nooit gevonden te zijn. De goede slaper is een kieskeurig iemand. Voor oudere lezers is dit het leukste aan het boek: zij krijgen hun hele slaapgeschiedenis te lezen, van hun eerste tot hun waarschijnlijk laatste bed, dat van de eeuwige slaap.13 november 2006

~

U moet wachten tot een dag in de tweede helft van maart rond vijf uur in de middag om mijn gelijk te zien. Als het niet regent, ziet u het mooiste licht van Nederland. Het is koud licht, van ongewone helderheid, het is ook nieuw licht. Witter licht zien we zelden. Ik denk altijd dat het eerste licht hierop moet hebben geleken.30 december 2006

~

De grootste stiltebrenger in de poëzie is de sneeuw.25 januari 2007

~

Vestdijk was meer een proester dan een lacher.19 maart 2007

~

Annie Schmidt had een mooi dalende stem die alle gewichtigheid van anderen neutraliseerde of verfijnd belachelijk maakte. Ik kon daar lang naar luisteren. Ik ben haar gelijke nooit tegengekomen. Ook niet op Zorgvlied.21 maart 2007

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden