Column

'De held van nu is de schaatser met het beste verhaal'

In de schaatssport hebben we het altijd over billen, zegt de schaatsleraar van Lidy Nicolasen. 'Lang geleden, toen de Olympische medailles op niet-overdekte banen bij elkaar gereden moesten worden, was het lang niet altijd een voordeel om heupen als pilaren te hebben.'

Jan Smeekens (L) en Stefan Groothuis tijdens de training van de Nederlandse schaatsers in de Adler Arena tijdens de Olympische Winterspelen.Beeld anp

Huis-, tuin- en keukenmannen hebben een gaatje in hun rug. Schaatsers hebben billen. Billen als kanonskogels die het diep gebogen lijf, de zwiepende armen en benen van achteren aandrijven tot de voorste voet uit balans over de finishlijn schiet.

In de schaatssport hebben we het altijd over billen, zegt onze schaatsleraar Joeri. Voor hem niets nieuws onder de zon. We moeten van hem de salsa dansen op het ijs. Diep zitten, de kont naar achteren, het bovenlijf onbeweeglijk in cadans en vanuit de heup de dans zoeken, billen naar links, billen naar rechts. Onmogelijk natuurlijk.

Billen
Joeri heeft ons ook op de film gezet. Het valt niet mee naar jezelf als schaatser te kijken. Je bent tot in de genen vertrouwd met de beelden van niets verhullende maatpakken die plat door de bocht in een duivels tempo voortsnellen. De vertoning van jouw pootje-over komt je plotseling voor als een flagrante schending van de schaatssport. Je wordt nooit een Jan Smeekens, maar dat hoeft ook niet, zegt Joeri ter geruststelling als hij een foto van de sprinter toont om te laten zien hoe billen, knieën en ijzers zich tot elkaar dienen te verhouden.

 
Het valt niet mee naar jezelf als schaatser te kijken.
Kees Verkerk in 1973.Beeld anp

Lang geleden, toen de Olympische en andere medailles op niet-overdekte banen bij elkaar gereden moesten worden, was het lang niet altijd een voordeel om heupen als pilaren te hebben. Elke afstand was een gevecht met de directe tegenstander en de klok, maar dat niet alleen. Natuurlijke elementen als regen, sneeuw, vorst, wind, mist speelden een minstens zo grote rol en in de ijs-zekere oorden waren die met bakken voorhanden.

De schaatsers droegen wollen mutsjes en stevige broeken, maar heel zeker wist je dat eigenlijk niet. We hadden nog geen kleur. De beelden waren bovendien dikwijls vaag, alsof het permanent sneeuwde of mistte. De commentator stond met een stopwatch te blauwbekken bij de finish en als onze held de laatste bocht uitkwam, bleek hij zijn tegenstander op een rondje te hebben gezet. De camera reikte nog niet zo ver in de mist dat we dat al eerder hadden kunnen zien.

Kees Verkerk
Kees Verkerk kwam uit Puttershoek, dat we in de atlas opzochten. Kees was kleiner, lichter en behendiger dan zijn concurrenten, die vastliepen in ijspap of geen meter vooruit kwamen vanwege de ijskoude tegenwind. Alweer een rondje van 36, jubelde de commentator als Verkerk hem was gepasseerd en hij op tijd de stopwatch had ingedrukt. In mijn herinnering zwaaide Verkerk onderweg naar omstanders en ging hij zelfs een keer in de laatste bocht onderuit, maar herinneringen kunnen je heel goed bij de veter nemen.

De gouden dijen kwamen met de overdekte schaatsbanen en Ard Schenk, na Kees de nieuwe schaatsheld van het land. De hoge billen zijn niet meer weg te denken, bij de mannen noch bij de vrouwen. Als kikkers springen ze weg bij de start, loepscherp geregistreerd door de overal aanwezige camera's en extra geaccentueerd door de nauwsluitende pakken, waarvan elk naadje door de drager is gewogen en geschikt bevonden.

Schriele kampioen
Mijn moeder was vroeger altijd voor Ard Schenk boven Kees Verkerk, zegt een collega, alsof hij pas als volwassen man had begrepen dat de moeders van toen ook niet van gisteren waren. De helden van nu doen niet meer voor elkaar onder. Imposante dijen hebben ze allemaal, geen borsten, geen haren. Pas na de eindstreep gaat de rits van de cocon open en de capuchon van het hoofd, en ja, het is toch een meisje.

De held van nu is de schaatser met het beste verhaal. Stefan Groothuis, de ietwat schriele kampioen die niks cadeau kreeg. Ziekte, blessures, een depressie, zelden zat het hem mee. Nooit opgeven is zijn credo. Iedereen en zelfs de Russen (vanwege zijn voorliefde voor Russische schrijvers) stonden langs de kant te juichen. Hij is 32, won goud en de gunfactor. Daar kan geen dij tegenop.

Lidy Nicolasen is verslaggeefster van de Volkskrant. Ze schrijft wekelijks een column voor Volkskrant.nl.

 
Mijn moeder was vroeger altijd voor Ard Schenk boven Kees Verkerk, zegt een collega, alsof hij pas als volwassen man had begrepen dat de moeders van toen ook niet van gisteren waren.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden