De held van Jan Wolkers

Jan Wolkers was een liefhebber van detectives en liet zich vooral inspireren door escapistisch genie Sherlock Holmes.

Wolkers cassette met werk van Arthur Conan Doyle.Beeld Annabel Miedema

In elke biograaf moet een goede detective schuilgaan. Zonder de kunst om uit schijnbaar futiele details het hele leven van je held te ontraadselen, ben je geen knip voor je speurneus waard.

In zijn roman De kus heeft Wolkers een motto opgenomen van Sherlock Holmes: 'My life is spent in one long effort to escape from the commonplaces of existence.' 'Mijn leven is één lange poging om te ontsnappen aan de alledaagsheid van het bestaan.'

Dat geldt voor Holmes, maar niet voor Wolkers. De fameuze held van Arthur Conan Doyle is een escapist. Hij leeft louter in zijn hoofd, gaat geen echte relaties aan en verliest zich in opiumdromen. Wolkers, daarentegen leefde het volle leven. Hij at, dronk, scheet en piste. Hij werd verliefd, woedend, verdrietig. Hij beeldhouwde, schilderde, schreef. Hij keek gulzig om zich heen en neukte er onstuimig op los.

In veel van Wolkers' romans wordt zijn liefde voor de detective weerspiegeld. In Gifsla werkt de groezelige thrillerschrijver Robert Dilling op een spookeiland aan het bloedstollende boek De zetpil van de dood, een titel die Wolkers zelf ooit ook aankondigde te gaan publiceren. Wanneer Dillings dochter haar vader opbelt, beschrijft hij haar zijn uitzicht: 'Die velden met kraaiheide waar jij zo van houdt zijn griezelig zwart. Je zou zweren dat je in Conan Doyle verzeild geraakt was.'

Op het toilet van Pomona, Wolkers' witte huis op het spookeiland Texel, staat op een houten plankje een kartonnen cassette met stukgelezen pockets van Arthur Conan Doyle. Boven de pagina's steken vergeelde en vervilte pleepapiertjes uit die Wolkers gebruikte als boekenleggers. Ik zoek in The Adventures of Sherlock Holmes of ik het motto uit De kus kan vinden. Bij een van de pleepapiertjes is het raak: het slot van The Red-Headed League.

In dat verhaal ontrafelt Sherlock Holmes aan de hand van enkele onooglijkheden - zoals het vuurrode haar van een brave Britse handelsman en de bestofte knieën van diens klerk - een ingenieus misdadig plan. De misdaad wordt natuurlijk verijdeld door Holmes en John Watson, zijn hulpje. Watson prijst zijn geniale vriend voor de briljante keten van veronderstellingen die tot de oplossing leidde. 'It is so long a chain, and yet every link rings true.'

'Het heeft me gered van de verveling', geeuwt Holmes. 'Helaas! Ze overvalt me alweer...' Dan volgt Wolkers' motto voor De kus.

In The Red-Headed League voegt Holmes daaraan toe: 'These little problems help me to do so.' Zijn werk houdt zijn leven draaglijk.

'En jij bent een weldoener voor de mensheid', zegt Watson.

Holmes haalt zijn schouders op: 'Ach, misschien heeft het, achteraf beschouwd, nog enig nut.'

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Voor V houdt hij daarover een dagboek bij - waarvan we in zoveel delen de notities presenteren.

Toen legde iemand, terwijl ik ingespannen zat te lezen op de Wolkers-wc, een ijskoude hand in mijn nek. In de slotzin van het verhaal zegt Sherlock Holmes: "L'homme c'est rien - l'oeuvre c'est tout', zoals Gustave Flaubert schreef aan Georges Sand.'

'De mens is niets, het werk is alles.' Daar was ik als brave biograaf mooi klaar mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden