Column

De heimwee van mijn vader

 

Het was negen jaar geleden dat mijn moeder de voordeur van het flatje van mijn vader probeerde open te duwen. Drie dagen ervoor hadden we Oma begraven. Papa was niet komen eten en we waren poolshoogte gaan nemen. Iets blokkeerde de deur. Ik zag alleen zijn voeten. Zo vreemd gedraaid.

Ik was naar buiten gerend. Durfde pas weer naar hem te kijken toen hij, dagen later, prachtig opgebaard in zijn kist lag. Mijn zusje had de vlekken van zijn hersenbloeding vakkundig en royaal weggewerkt met een make up stick.

Hij zag er gewoon geweldig uit in zijn mooiste pak en een gezonde koffiegloed op de wangen. Als hij wakker was geworden kon hij zo naar een televisieprogramma. 'Meisje, die papi van je was een moiboi hoor', klampten de zusters uit de kerk mij vast, op de dag van het afscheid, waar honderden hun laatste eer betoonden.

Hij was dirigent geweest en zangpedagoog. 'De Surinaamse keizer van gospel en r&b soul', werd hij genoemd. Een geliefd man in de gemeenschap. De dag voor zijn dood had hij nog lesgegeven aan Bijlmerjeugd die hoopte ooit Destiny's Child naar de kroon te steken. Hij werd begraven op Zorgvlied, in het graf waar we nauwelijks een week eerder zijn moeder begraven hadden.

De nog verse bloemen moesten opzij geschoven worden. In koude, prille lentegrond, duizenden kilometers van de tropengrond die hij elke minuut van zijn leven had gemist. Oma niet, die vond Suriname vervloekt, eigenlijk al sinds zij naar Holland was vertrokken, maar zeker toen een kind van haar broer de boel naar de verdoemenis had geholpen en een dierbare klant van haar broodjeszaak had vermoord in 1982.

Het blijft knagen. Als we teruggegaan waren naar Suriname was hij misschien niet doodgegaan. Want Nederland had hem ziek gemaakt. Hij leed aan ernstige depressies en had dat alles op zijn nieuwe vaderland geprojecteerd. Hij had geprobeerd wortel te schieten maar was geknakt, ontgoocheld in zijn ooit grootse dromen. Hij noemde dat racisme. De heimwee vrat aan zijn ziel, tastte hart en nieren aan.

Hij kwakkelde al jaren en had de dood al vaker in de ogen gekeken. Ik gunde hem een ander einde dan het met zooi volgestouwde flatje in het troosteloze Osdorpse straatje waar hij de laatste vijftien jaar van zijn leven had gesleten. Maar zonder ons kon hij niet weg.

Slechts één reis hebben we samen naar Suriname gemaakt. In 1998, toen er weer een broze democratie hersteld was. De allereerste keer dat ik kennis zou maken met het land van mijn vader.

Het vliegtuig zat vol met Surinamers die al sinds begin tachtiger jaren niet meer terug waren geweest. De KLM draaide Mr Bean, het vliegtuig schuddebuikte soms zo erg dat het op turbulentie ging lijken. Na 9 uur zagen we eindelijk de beroemde broccolibossen opdoemen. Suriname.

Binnen twee dagen zag mijn vader er twintig jaar jonger uit. Hij straalde, verzorgde zichzelf, snoof elk detail van zijn gemiste moederland op. 'Dat is toch mooi, gewoon cocosbomen langs de kant van de weg? Die sterappels, als je die elke dag eet word je honderd.' Ik moest wennen. Mijn tante had een huis geregeld dat vergeven was van kakkerlakken, formaat halve hand, waar ik meteen weg wilde.

Ik had zoveel bussen verdelgingsmiddel leeggespoten dat we stikten. 'Je bent net Saddam met je gifgas' had mijn vader geklaagd. Een ander huis, van een chagrijnige Javaan die ons toebeet dat één kamer verboden te betreden was, hielden we ook snel voor gezien.

Uit de gesloten deur leek een zelfs voor mij voelbare magnetische straling te komen. 'Ah, een geest' , constateerde papa triomfantelijk. 'Ik wil wel blijven maar mijn dochter vindt dit nog erger dan kakkerlakken. Ze is Hollands.' Uiteindelijk belandden we, na wat dagen bij familie, in een fijn bungalowpark met kasjoebomen vol cashewnoten op het erf. Elke dag leek weer een andere achternicht pom te hebben gemaakt. Tot mijn verrassing werd ik voortdurend op mijn Surinaams zijn aangesproken. `Wanneer komen jullie weer terug'? Mijn vader pochte dan dat ik bezig was een huis te kopen in Paramaribo.

Psychiaters noemen het 'migratietrauma' en adviseren EMDR. Als kind van een heimweemigrant weet je dat het gras nergens groener is. In Suriname had ik niet kunnen aarden. Ik zou moeite hebben met het dorpse gekonkel, de machomentaliteit, de harde kanten van de samenleving waar ik gewoon te polders voor ben. En heimwee onderschat ik niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.