DE HEILIGE MARKT

ER zijn van die momenten dat ik aan alles begin te twijfelen. Neem de Franse stakingen. Koel en nuchter beredeneerd zou ik geen enkele reden weten waarom de royale pensioenregeling voor de Franse spoorwegbeambten mij in het bijzonder ter harte zou moeten gaan....

ANET BLEICH

De argumentatie dat het voor de hand ligt in zulke privileges voor bepaalde beroepsgroepen te kappen, zeker als de Franse overheid kampt met een hoge schuldenlast, lijkt me verdedigbaar. Ook vind ik de CFDT, de vakbond die een genuanceerd oordeel over de plannen van premier Juppé heeft, een sympathiekere organisatie dan de tot voor kort nauw aan de communistische partij gelieerde, plat politiserende CGT.

En toch, ik geef het eerlijk toe: de beelden van die stakende en demonstrerende Franse arbeiders doen me wat. Er welt een spontane sympathie in me op; ik word zelfs een beetje warm van binnen. Die Fransen staken, ongeacht de kosten die dat op korte termijn (met kerst voor de deur) voor hen meebrengt; de meerderheid van de bevolking keurt de stakingen goed, hoewel ze veel overlast veroorzaken. Onbaatzuchtig! Solidair! Ouvriers, étudiants! Destijds, in 1968 natuurlijk, in vlekkeloos Nederlands vertaald: arbeiders, studenten, één front!

Ojee, dat is dus blijkbaar wat me bezielt: nostalgie naar de roerige jaren zestig en zeventig, naar de romantiek van de klassenstrijd. Ik zal mezelf streng moeten toespreken en - om met Wim Kok te spreken - wat ideologische veren moeten afschudden. Want niet alleen ik, wij allemaal hebben er sindsdien wel het een en ander bijgeleerd.

Bijvoorbeeld dat het onzin is om te denken dat 'de arbeidersklasse' altijd en overal 'het historisch gelijk' aan haar zijde heeft. Of dat de sociale rechtvaardigheid het beste wordt gediend door 'de produktiemiddelen in handen van de gemeenschap te brengen'. Bij mijn weten verdedigt in Nederland alleen Fred van der Spek dit krankjoreme standpunt nog - en misschien, in het geniep, ook die Marijnissen. Het is meer dan crazy, want in de communistische staten hebben we gezien tot welke economische en politieke catastrofes het leidt.

Dat laatste was in 1989 en de jaren daarna (de tijd van de grote democratische omwentelingen in Oost-Europa en Rusland) voor mij gelukkig al lang geen verrassing meer. Al moet ik erbij zeggen dat de politieke onderdrukking van de Tsjechen, Roemenen en Russen mij altijd veel tergender is voorgekomen dan hun wonderlijke, hoogst inefficiënt overkomende economische stelsels met rijen, lege etalages en produkten van matige kwaliteit.

De Oosteuropese hervormers, mensen als Havel, Mazowiecki, Gajdar - die ik zeer bewonder - waren vurige voorstanders van het idee dat politieke en economische, democratische en marktgerichte hervormingen hand in hand moesten gaan. Daar zat een grote kern van waarheid in, want ten eerste is er uiteraard een verband tussen politiek en economie en bovendien was het in het post-communistische deel van Europa met zowel arbeidsmoraal als klantvriendelijkheid vrij droevig gesteld. Wat marktconforme efficiency kon geen kwaad.

En dus heb ook ik het menigmaal braaf nagezegd en opgeschreven: democratische en marktgerichte hervormingen. Misschien wel uit halfbewuste angst om in oude dogma's te vervallen, heb ik me zelden of nooit de luxe gepermitteerd om vraagtekens te zetten bij de manier waarop ze daarginds, in Polen of Rusland, bezig waren de markt in te voeren. Dat deed pijn, werd er altijd trouwhartig bijgezegd, maar ja, dat kon nou eenmaal niet anders. En grote God, ik ben bepaald niet de enige die dat voor zoete koek geslikt heeft. De klassenstrijd is morsdood en begraven, maar gelukkig hebben we een nieuw geloofsartikel: leve de heilige vrije markt!

Ook dat is echter onzin. Ik ben geen volleerd econome, maar weet nog wel te repliceren dat perfecte marktcondities (waarbij de 'onzichtbare hand' van de markt goederen en diensten alloceert overeenkomstig de wetten van vraag en aanbod) in werkelijkheid zelden voorkomen en dat de marktwerking op tal van terreinen correctie behoeft. Ook hoef je geen economisch genie te wezen om vast te stellen dat er zeer uiteenlopende vormen van markteconomie (hebben) bestaan: van de primitieve negentiende-eeuwse met z'n sociale misstanden, tot de moderne, naoorlogse sociale markteconomie in West-Europa, en de misbaksels die in Rusland en in iets mindere mate Oost- en Midden-Europa aan het verrijzen zijn, met grote nieuwe sociale ongelijkheid, mafiose invloeden, werkloosheid en gebrek aan sociale zekerheid. Het gaat nog het beste in Tsjechië; tot grote trots van premier Klaus hebben ze daar nu al (nog vóór de VS) een sluitende begroting. Er ligt alleen wèl een voorstel om het ministerie van Cultuur af te schaffen.

Ik hoef niet terug naar illusies over een 'klasseloze maatschappij'. Maar ik heb ook geen zin om maatregelen die worden gepresenteerd als 'goed of nodig voor de markt' (of het nu gaat om de huidige EMU-criteria, privatisering van de spoorwegen of herziening van sociale zekerheidsstelsels) niet meer kritisch tegen het licht te houden. Het halve taboe dat op dat soort kritiek rust, mag best eens sneuvelen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden