Column

De hallucinerende werking van het doodgewone

Column Nico Dijkshoorn

Wilfried vroeg Cok of het een fijne snelweg was. Dat viel niet tegen.

Foto anp

Vrijdagavond recenseerde Cok van Vuuren, gitarist van onder andere Ocobar, live in het radioprogramma Met het oog op morgen een nieuw stuk snelweg. Wilfried de Jong vroeg Cok of het een fijne snelweg was. Dat viel niet tegen. Prachtige snelweg eigenlijk. 'Is het druk Cok?' 'Nee, eerder rustig. Het is een lekker brede weg. Dit is wel een snelweg waar ik meer op zou willen rijden denk ik.'

Toen was het alweer klaar. Jammer. Ik had daar nog uren naar willen luisteren. Eventueel met wat muziek er tussendoor. 'We draaien even een plaatje en daarna gaan we snel weer terug naar Cok van Vuuren die live voor ons de komende zes weken op het nieuwe stuk snelweg bij Schiedam rijdt.'

Het deed me denken aan de heerlijke televisie in de jaren negentig. 's Nachts kon je urenlang kijken naar beelden van een auto die lukraak door Nederland reed. De camera zat voor op de auto. Je zag bochtjes aankomen, kerken doemden op en verdwenen daarna onbarmhartig weer uit beeld. Stoplichten waren heel fijn. Ik lag in bed en keek naar een kruispunt in Spaarnwoude. Mooie bestrating.

De hallucinerende werking van het doodgewone. Een half jaar geleden keek ik samen met mijn vriendin bijna vijf uur lang naar een man die 's achterwaarts door nachtelijk Tokyo liep. De beelden werden achterwaarts afgespeeld, waardoor hij, licht motorisch gestoord, recht vooruit leek te lopen, dwars door een stad die schokkerig achterwaarts langs hem heen trok. De mooiste televisie die ik in jaren zag.

tekst gaat verder onder het filmpje.

Het recenseren van een snelweg op de radio vind ik dan ook een sensationele ontwikkeling. Hierna kan alles. 'Ruud, jij staat op dit moment in een rij. Kan je ons er iets meer over vertellen?' Ik zal ademloos luisteren naar het antwoord.'Natuurlijk Wilfried. Ik fluister een beetje want er staan meer mensen in de rij en als ik deze rij een cijfer zou moeten geven, dan denk ik aan een 8. Misschien wel een 9.'

Daarna graag de vraag: 'Ruud, weet je ook waarvoor je in de rij staat?' Antwoord: 'Nee Wilfried en om eerlijk te zijn, het maakt ook niet zo veel uit. Het is een prachtrij. We zien wel. De mevrouw voor me draagt het haar losjes over een heel leuk jasje. Ik had het slechter kunnen treffen. Nee, eerlijk is eerlijk, het is een rij om van te dromen.'

Ik wil dat nu iedere vrijdagavond, om vijf voor twaalf. De recensie van de week. Spannend. Luisteren wat er nu weer doodgewoon in mijn gezicht gaat ontploffen. 'Carolien, jij staat op het balkon van een man die je niet kent. Wil je beschrijven wat je ziet.' (...) 'Die schoenen vol modder, Carolien, is dat van die droge modder, die je er in één keer af kan slaan als je die schoen keihard op de grond slaat? (...) Wil je het nog eens proberen en dan beschrijven hoe die modder blijft liggen, in wat voor een patroon?'

Nu ik het opschrijf: ik snak naar zo'n programma. 'Wilfried, ik zit in bus 42. Helemaal alleen. Het is geen populaire bus. Wel mooie bankjes. Een soort van, ja wat is het, kunstleer. Ah wacht, er stapt iemand in. Mooi. Met van die grote stappen. Kijken waar meneer gaat zitten. Ja hoor. Bij het raam. Hij kijkt nu naar buiten. Schitterend.'

Meer over