De gulden middelmaat

In zijn boek De prestatiegeneratie onderzoekt Jeroen van Baar waar zijn drang - en die van zijn generatie - tot excelleren vandaan komt. Zijn pleidooi? 'Gewoon doen' in ere herstellen.

De eerste keer dat de nu 23-jarige Jeroen van Baar zich realiseerde dat hij nogal hoge verwachtingen had van het leven, was in maart 2012, op de Nationale Carrièrebeurs in de Amsterdamse RAI. Hij was bijna afgestudeerd als hersenwetenschapper en op zoek naar een baan. Om zijn nek hing een gouden keycord dat hem toegang gaf tot een apart gedeelte op de beursvloer, voor mensen zoals hij: high potentials met hoge cijfers en een mooi cv. Fantastisch gevoel had hij: uitverkoren te zijn. Hij moest alleen nog een test doen. Op basis van de score zou hij wel/niet door een topwerkgever als Unilever, Shell, ABN Amro of KPMG worden uitgenodigd voor een gesprek.


Het werd niet. Van hoog op de apenrots, in een keer naar beneden.


Daar keek Van Baar om zich heen en zag hij 'een legbatterij van jonge mensen in strakke pakken die allemaal tegelijk uniek wilden zijn - wat sowieso al een tegenstrijdigheid is. En die allemaal probeerden zo hoog mogelijk te eindigen op een ranglijst waarmee ze het misschien wel helemaal niet eens zijn.'


En die ranglijst is?

'Zo hoog mogelijke cijfers halen op zo excellent mogelijke universiteiten - liefst in een bètavak. Daarna een baan bij een multinational voor de status en het salaris. Alles waarvan mijn generatie aanneemt dat hoger ook meteen beter betekent. Ik dacht toen: wij staan hier nu wel allemaal met recruiters van Ahold en KLM te praten, maar waarom eigenlijk?'


Had je je dat ook afgevraagd als je wel voor een gesprek was uitgenodigd bij een van die topwerkgever?

'Het zou heel goed kunnen van niet.'


Diezelfde dag las hij in Volkskrant Magazine een interview met de 12-jarige Tijgerlelie, die bezig was met haar eerste boek. Haar toekomstverwachting omschreef ze zo: 'Ik zou wel teleurgesteld zijn als ik niet uniek was.'


Van Baar: 'Dat was het moment dat ik me realiseerde: er zijn allemaal jonge mensen die meegaan in een trend van willen uitblinken en dat helemaal niet doorhebben. Dat is een recept voor ongeluk, volgens mij.'


Volgende week verschijnt zijn boek De prestatiegeneratie. Een pleidooi voor middelmatigheid. Hierin onderzoekt Van Baar waar zijn drang tot excelleren vandaan komt. Hij legt niet alleen zichzelf langs de meetlat, maar een hele generatie twintigers die hij maximalisten noemt: ze willen altijd, en in alles, het onderste uit de kan halen en zijn nooit helemaal tevreden met wat ze kiezen.


In je zoektocht hoe jullie zo zijn geworden, begin je met wijzen naar jullie ouders. 'Het is ons door onze ouders verboden middelmatig te zijn', schrijf je. Was dat bij jou ook zo?

'Bij mij thuis viel het eigenlijk wel mee, hoewel ook mijn ouders het liefst hadden dat ik een bètastudie ging doen. Het is meer dat er in zijn algemeenheid bij ouders een rangorde in het hoofd zit: vmbo is slecht, vwo is goed, en ze doen er alles aan, van bijlessen tot examencursussen, om hun kinderen zo hoog mogelijk te laten scoren.'


Dat was dertig jaar geleden ook zo.

'Ja, maar het gebeurde toen op veel kleinere schaal. Sinds Jan Peter Balkenende de zesjescultuur in Nederland taboe heeft verklaard en achtereenvolgende kabinetten excellent onderwijs tot speerpunt hebben gemaakt, heeft iedereen het gevoel te moeten uitblinken - ook leerlingen en studenten die dat niet kunnen. En dat maakt ze ontevreden.'


Zelf ging Van Baar naar het University College in Utrecht, een universiteit voor een selecte groep studenten, zo'n zeshonderd in totaal.


Waarom wilde je daarheen?

'Ik wist nog niet zo goed wat ik wilde studeren en ze boden daar een spannend soort onderwijs: een bachelor met een vrij curriculum, internationaal georiënteerd, alles in het Engels en op hoog niveau.


'Studenten aan een University College zijn slim en willen veel, ook naast de studie: theater maken en debatten organiseren of in besturen zitten.'


De nieuwe elite.

'Zo zagen we onszelf niet. Wij wilden gewoon allemaal graag goed studeren. Maar door anderen werden we wel zo gezien.'


Door wie?

'Door masteropleidingen. Werkgevers. En daardoor ga je het op een gegeven moment zelf ook vanzelfsprekend vinden dat er onderscheid wordt gemaakt tussen excellent en normaal. Tussen goed en slecht. Want als iedereen de kans heeft excellent te zijn, is het je eigen schuld als je dat niet waarmaakt.'


Wat voor leven zag je voor jezelf, na je studie?

'Ik heb een tijdje geflirt met het internationale consultancygebeuren. Dat leek me gaaf: een goed salaris, een mooi pak, een dikke auto, en over de hele wereld grote bedrijven helpen om nog meer geld te verdienen. Ik heb een paar keer 'proefgedraaid' tijdens wat ze bij zo'n bedrijf inhoudsdagen noemen, en ik kon goed meekomen en meedenken, prima op niveau, maar ergens voelde ik me ook ongemakkelijk bij alle schone schijn.'


Tegelijkertijd beschrijf je hoe lekker het voelt dat je weet dat je op zo'n hoog niveau presteert.

'Dat is ook kicken. Als je op zo'n dag goede sier maakt, zit je echt in een roes. Maar die is over zodra je ziet dat een ander het beter doet dan jij.'


Dus eigenlijk ben je pas begonnen met dat leven te relativeren toen je niet als beste uit de bus kwam.

'Ja. Dat is hypocriet hè? Ik ben ook nog niet genezen hoor, van dat maximalisme. Ik vind het nog steeds heerlijk als ik beter presteer dan anderen. Dat heeft iedereen, denk ik. Het is alleen geen duurzame manier van leven.


'Een maximalist is altijd bezig zichzelf te vergelijken met anderen. Wie heeft een betere baan, leukere relatie, spannendere vakantie? Een maximalist is nooit tevreden, want het kan altijd beter. Een maximalist laat alleen zijn mooiste kant zien, maar eigenlijk is hij onzeker. Alleen laat hij dat nooit zien omdat het zeurderig en zwak overkomt. Dat maakt ons slechtere vrienden en partners, want als je je niet kwetsbaar kunt opstellen, is het moeilijk om elkaar te leren kennen.'


In je boek onderzoek je of álle twintigers zo zijn als jij en je vrienden. Wat heb je ontdekt?

'Dat, als alle mogelijkheden voor je openliggen, de kans groot is dat je voor de allerbeste prestatie gaat, met alle gevolgen van dien. Iemand op het vmbo weet dat hij later niet naar de universiteit kan. Daar moet hij het mee doen. Dat geeft rust.'


Denk jij dat een leerling op het vmbo niet wil excelleren?

'Die mensen zijn er wel, maar ze zien eerder in dat de bomen niet tot in de hemel groeien. Ze krijgen soms gewoon het deksel op de neus. Ik heb dat nooit in mijn jeugd hoeven meemaken. Ik haalde goede cijfers en vloog overal doorheen. Terwijl: een vriend van mij zat al op de basisschool teleurgesteld in de klas omdat hij een 4 kreeg voor topografie. Gewoon, omdat hij het echt niet goed kon onthouden. Hij besefte eerder dan ik dat je soms genoegen moet nemen met wat je hebt. En dat minder perfect ook nog steeds goed kan zijn.


In je boek staat de tekst van een liedje van Lynyrd Skynyrd uit 1973, over een moeder die haar zoon toezingt:

Take your time, don't live too fast


Troubles will come and they will pass (...)


Baby be a simple kind of man


Oh, be something you love and understand


'Ik hoorde dat lied toen ik tijdens een vakantie een lift kreeg van twee hippies op IJsland. Toen dacht ik: mijn generatie moet de middelmaat in ere herstellen. Alle onderzoeken naar geluk hebben tot nu toe uitgewezen: mensen die streven naar het allerhoogste, zijn altijd net niet tevreden. En zij die genoegen nemen met wat haalbaar is, zijn dat wel.


'Ik zou willen dat 'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg' weer terugkomt. Dat gewone dingen - dus niet bij een bank werken, maar bij de overheid, in de zorg of het onderwijs, of een negen-tot-vijfbaan - meer op waarde worden geschat.'


Die verandering moet volgens jou beginnen bij het onderwijs. Want de trend van excellentie zet aan tot competitie, concurrentie en burnouts, en de middenmoot raakt gefrustreerd, want 'gewoon goed' is minderwaardig.

'Bovendien: we hebben al hartstikke goed onderwijs in Nederland. Ik zie echt het probleem niet. Waarom zou het nog beter moeten? Voor nog meer economische groei? Waar is dat goed voor?'


Generatiegenoot Niels van den Dungen schreef vorige week op de opiniepagina van de Volkskrant: 'Het probleem van deze generatie is dat zij de onvanzelfsprekendheid van haar comfortzone vergeten is.' Hij zegt niet: de politiek moet het oplossen. Maar: geef jezelf een schop onder je kont en maak keuzen. Dat klinkt anders dan het aanmatigende: wij, jongens en meisjes van de prestatiegeneratie, moeten de middelmaat leren waarderen.

'Ik wil absoluut niet aanmatigend zijn. Ik wil alleen laten zien dat streven naar méér vaak niet de beste strategie is. En daar hoort inderdaad bij dat je keuzen moet maken.


'Keuzen maken waarop je niet kunt terugkomen, blijkt ook uit onderzoek, levert de grootste tevredenheid en rust op. Ik heb zelf net een baan aangenomen voor vier jaar en dat is heerlijk. Dat geeft zo veel duidelijkheid.


Wat ga je doen?

'Ik ga hersenonderzoek doen. Promoveren in de neuro-economics. Ik ga onderzoeken hoe mensen precies keuzen maken, hoe dat in het brein werkt.'


Beantwoordt die baan aan de middelmaat waarover je het hebt?

'Vergis je niet. Vergeleken met de internationale consultancy is een promotieplek best wel een saaie baan.'


Onomkeerbare keuzen


Volgens onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Barry Schwarz zijn 'maximizers' (perfectionisten die alle alternatieven willen bekijken voordat ze een keuze maken) vaak ongelukkiger met een beslissing dan 'satisficers', die beslissen op basis van slechts een paar keuzemogelijkheden. Zo bewees ook Harvard-hoogleraar Dan Gilbert dat onomkeerbare keuzen meer tevredenheid opleveren dan keuzen die je kunt terugdraaien.


Jeroen van Baar: 'Dat is supernuttige kennis, die we al decennia hebben maar waar we geen gebruik van maken. En dat is stom, want we kunnen zo veel gelukkiger zijn.'


De prestatiegeneratie. Een pleidooi voor middelmatigheid. Uitgeverij AtlasContact. Verschijnt ook als e-book. 15 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden