De Grunbergbank

Wat zou het mooi zijn, bedacht Arnon Grunberg, als je geld nuttig kon maken zonder dat banken daar een rol bij speelden. En hij bracht setjes leners en uitleners bij elkaar. Hier alvast drie onverwachte combinaties.

In zijn Voetnoot van 1 augustus 2013 deed schrijver-columnist Arnon Grunberg het aanbod om vijfduizend euro uit te lenen tegen 6 procent rente. Hij wilde onderzoeken of peer-to-peer-financing (lending? lenen zonder tussenkomst van banken) ook in Nederland toekomst heeft. Meer dan dertig lezers meldden zich.


Eind vorig jaar voerde Grunberg gesprekken met alle potentiële leners. 'Verreweg de meeste van die leners wekten een betrouwbare en sympathieke indruk', schreef hij daarover in zijn Voetnoot van 14 december. 'Bij de gesprekken merkte ik bovendien dat niet garanties de doorslag geven, maar emoties.'


Grunberg deed daarna een herhaalde oproep aan uitleners om zich te melden. 'U had toch zo'n hekel aan banken? U wilde een alternatief? Dit is uw kans. Ik vraag niets voor mijn bemiddeling, ik breng u rechtstreeks in contact met de lener.'


Hierop reageerden zo'n vijftien lezers.


De uitleners kregen een keus. Wilden ze geld uitlenen aan iemand die zijn schulden wilde saneren? Iemand die er genoeg van had woekerrente te betalen om gemaakte schulden te herfinancieren of iemand die - vanwege leeftijd of iets anders - geen geld meer mocht lenen. Of wilden ze geld lenen aan kleine ondernemers, die de lening wilden gebruiken om een bedrijf te beginnen of uit te bouwen?


Grunberg koppelde negentien leners en uitleners aan elkaar. Zij bepaalden onderling de voorwaarden: wanneer wordt de rente overgemaakt en wanneer wordt afgelost? De ervaringen van leners en uitleners zijn tot nu toe bijna uitsluitend positief.

Redactie

BREIFABRIEK

'Een groot deel van mijn werk is hysterische Duitse vrouwen kalmeren', zegt Thijs Verhaar in zijn huis in Almere, dat ten dele dienst doet als kleinschalige breifabriek. Verhaar heeft van de dichter en schrijver F. Starik 5 duizend euro geleend - ik speelde een bescheiden bemiddelende rol bij deze transactie - om de breifabriek verder te kunnen uitbouwen.


Verhaar spreekt over Duitse vrouwen die voor Duitse bedrijven truien en vestjes bestellen in China waarbij weleens wat misgaat en dan moet Verhaar de boel oplossen.


F. Starik zou met mij vanuit Amsterdam met de trein naar Almere reizen voor een kort gesprek met lener en uitlener, maar hij lijkt zich te hebben verslapen. Als Verhaar hem telefonisch heeft bereikt, vertelt hij dat hij de afspraak was vergeten en in het zonnetje de krant aan het lezen was, maar dat hij zich naar Almere zal haasten.


In de tussentijd gaat Verhaar verder met de uitleg. Zijn moeder had een garen- en knopenwinkeltje in Abcoude. Als puber gaf hij al breilessen aan bejaarden. Op de modeacademie in Arnhem was hij een van de weinige heteroseksuele mannen en hoe dan ook nagenoeg de enige die zich voor breien interesseerde.


'Ik had een grote breifabriek in Roemenië', zegt Verhaar. 'Even was ik miljonair, maar ik ben belazerd door mijn compagnon. Ik had de Roemeense compagnons goed in de gaten gehouden, maar het was mijn Nederlandse compagnon die me belazerde. Toen ben ik failliet gegaan en zo ben ik in Almere beland.'


Verhaars vrouw heeft hem verlaten voor een vader van het schoolplein, ze woont nu drie straten verderop. 'Ze wilde eigenlijk bij mij blijven wonen en een broer-zusrelatie met mij onderhouden. Dat zag ik niet zitten, dat voelde een beetje gecastreerd. Nu kom ik ze weleens tegen in de supermarkt en dan denk ik...' Hij maakt grommende geluiden.


Verhaar draagt een zelfgebreide trui en een fleurig colbertje, dat niet door hem is gebreid.


In de garage laat hij me de breimachine zien. De garage is geïsoleerd, want de breimachine maakt veel lawaai. 'Nieuw kost zo'n ding 60 duizend euro', zegt hij, 'maar ik heb hem tweedehands gekocht voor 10 duizend euro. Het leuke voor mij is om vernieuwend bezig te zijn, ik werk nu bijvoorbeeld aan een rokje voor een man die graag vrouwenkleren draagt. Maar mannen hebben geen heupen en geen billen. Ik probeer het probleem van de heupen in het ontwerp weg te werken.'


Het is tijd F. Starik op te halen van het station.


'Ik deed mee', zegt Starik in de woonkamer van Verhaar, 'omdat ik wat geld over had en daar moest je voor het eind van het jaar iets mee doen. Toen las ik jouw stukje in de courant en jij koppelde me aan Thijs Verhaar. Ik vond het leuk want ik had nog nooit over breien nagedacht. Vervolgens sprak ik een vriend van me en die zei: ik ken die Thijs Verhaar, die is ooit een enorme breifabriek begonnen en was binnen een maand failliet. Dat leek me een goed teken, dat kon niet meer misgaan, die man heeft een talent voor faillissementen.'


'Je bent niet bang dat je je vijfduizend euro nooit meer terugziet?' vraag ik.


Starik schudt zijn hoofd. 'We hebben afgesproken dat hij binnen drie jaar de vijfduizend euro terugbetaalt. Opeens was ik thuis bij een wildvreemde man in Almere Muziekwijk, dat is toch ook het aardige van dit project. Ik had niet de indruk dat ik te maken had met een luchtfietser. Ik bedoel, ik zag die breimachine, ik zag garen, ik dacht, dat zal wel kloppen.'

ONDERWIJSPAKKET




De ontmoeting vindt plaats in een voormalige loods in Amsterdam waar nu het bedrijf Tierrafino is gevestigd, een bedrijf dat naar eigen zeggen milieuvriendelijke producten van leem voor binnen en buiten produceert.


Ik heb afgesproken met de lener, Ella Arps, en de uitleners, Kim Schrik en Marcel Kramer, maar de eigenaren van Tierrafino, Carl en Catherina Giskes, zijn er ook. Alsmede twee leraren van het roc in Amsterdam-Noord (een roc is een school voor vmbo, mbo en volwassenonderwijs). Later schuift nog een stagiaire aan, een doofstomme student uit Liberia. Tierrafino is een stageplek voor mbo-leerlingen.


Ella Arps is een kwieke dame van ik schat begin zestig die geld nodig had voor de stichting JonkDesign waarbij zij is betrokken. JonkDesign biedt onderwijspakketten aan, aan onder meer mbo-scholen, waarin de leerlingen op diverse manieren te maken krijgen met duurzaamheid en recycling. Officieel is er geen relatie in tussen Tierrafino en JonkDesign, maar in praktijk sluit het gedachtegoed van Tierrafino aan bij dat van JonkDesign.


'We hadden een gebrek aan cash flow', vertelt Ellen aan tafel in de loods. 'En bij de bank kon ik niet terecht, want ik ben over de zestig. Het probleem was dat de scholen het onderwijspakket al hadden ingekocht, maar het duurde nog even voor ze zouden gaan betalen. En zo ben ik bij jou terechtgekomen. Ik ben zo blij dat je me gekoppeld hebt aan Kim en Marcel.'


Kim en Marcel hebben hun zoontje Alex van 15 maanden meegenomen. Hij loopt rond door de loods, af en toe rent Kim achter hem aan. Ze zijn allebei jurist, maar Marcel omschrijft zichzelf als een afgedwaalde jurist. Kim geeft arbeidsrechtadvies. Marcel zegt: 'Ik werk voor Gazprom. Dat is nu heel actueel. Ik probeer Gazprom een beetje te vertellen hoe er in Nederland en Brussel wordt gedacht, maar meestal volgen wij Brussel aardig.'


Gazprom is een Russisch olie- en gasbedrijf. De Russische staat heeft een meerderheidsbelang in Gazprom. Ironisch, Gazprom gekoppeld aan duurzaamheid en recycling.


Kim: 'Ik attendeerde je op het stuk, want ik dacht meteen: dat is iets voor Marcel.'


'Ze waren zo aardig', vult Ella aan, 'me erop te wijzen dat als ik niet direct het hele bedrag nodig had ik beter drie keer 1.666 euro kon lenen, want zo spaarde ik rente. Ik heb echt veel geleerd.'


Ik kijk de kring rond. 'En u?', vraag ik aan Carl. 'Wat is uw betrokkenheid bij dit alles?'


'Ik ben ondernemer', antwoordt Carl. 'Ik kom uit Duitsland net over de grens. Mijn ouders waren veehandelaren. Ik geloof niet in subsidie. Voor subsidie moet je zo veel praten, dan kun je beter ondernemen. In de tijd dat je onderneemt, verdien je meer dan met dat gepraat voor subsidie. Maar je moet ook niet te veel groeien. Je moet klein blijven en samenwerken met andere kleine bedrijven.'


De rest van het gezelschap is stil nu Carl aan het woord is.


'Ik heb ook voor de kunstenaar Joseph Beuys gewerkt', vertelt Carl. 'Hij maakte op een gegeven moment niets meer zelf. En hij betaalde altijd contant. In zijn linkerborstzak had hij een stapel biljetten van 500 D-Mark en daarmee betaalde hij je. Geld moest voor hem deelbaar zijn door 500, anders bestond het niet. Daarom bedroog Beuys je ook niet.'


'En wat leert u de stagiairs?', vraag ik.


Carl haalt zijn schouders op. 'Crisis? Je moet de klant niet vragen: 'Wil je dit kopen?' Je moet tegen de klant zeggen: 'Jij moet bij mij kopen.' Je moet het gewoon afdwingen. Je moet mensen trainen om het af te dwingen.'


We gaan naar buiten om een bankje te bekijken dat is ontworpen door mbo-leerlingen. We kunnen er nog niet op zitten.


Carl kan niet mee. Zijn zoon heeft meegedaan aan een ontwerpwedstrijd van de HEMA, maar die jongen zit in Italië. Daarom gaat Carl zelf even het ontwerp afleveren bij de HEMA.

VERBOUWING




Vivi ziet er prachtig uit, ik schat haar eind vijftig, begin zestig. Vanwege haar flamboyante zwarte jurk lijkt het alsof ze een avondje uit is. Ze is visagiste. We hebben aan het eind van de ochtend afgesproken in de bar van het Hilton. Vivi zegt: 'Doe mij een maar een pilsje. Ik heb dorst.'


Ze praat veel. Haar man, Jan, is stil. Hij lijkt op een matroos op leeftijd of een schilder, misschien allebei, maar hij is een gepensioneerde huisarts. Jan vraagt om koffie. (De echte namen van Jan en Vivi zijn op hun verzoek veranderd.)


'We zijn 36 jaar getrouwd', zegt Vivi. 'In 1978 hebben we ons huis gekocht aan een van de grachten in Amsterdam. Te duur. We hadden een hypotheek en toen bleek dat mijn man te weinig aan het pensioenfonds had betaald, vervolgens werd er beslag gelegd op zijn loon en toen konden we de hypotheek niet meer betalen.'


Jan kijkt alsof het hem niet echt aangaat. Hij geniet van zijn koffie.


'Daarna hebben we de bovenste etages verkocht, maar dat geld ging meteen naar het pensioenfonds. Vervolgens hebben we nog een deel van het huis verkocht en op aanraden van de bank hebben we dat belegd in Air Spray en daar was toen ook niets meer van over.'


'Nou', vult Jan aan, 'de bank zei dat we het geld moesten beleggen en Air Spray was mijn idee. Dat waren van die spuitbussen die de ozon niet vervuilden. Dat was dus een slecht idee.'


Het biertje is op. Jan en Vivi zijn net terug uit Thailand.


'Ja, maar daar is het leven goedkoper dan hier', zegt Vivi. 'Nou om het verhaal af te maken, ons pand bleek te verzakken, toen hebben we moeten verbouwen en ik dacht dat we alles terug zouden krijgen van de belasting, want we staan op de lijst van Monumentenzorg. Maar ik kreeg veel minder terug van de belasting dan ik had gedacht en toen moest ik geld lenen op mijn Visa-creditcard tegen 16 procent en ik zag jouw Voetnoot, en ik dacht, ja dat komt als geroepen.'


Ik vraag of Vivi nog een biertje wil, maar dat wil ze niet.


'Ik ben niet rijk', zegt Rob van der Westerlaken, de uitlener, 'maar ik heb wel reserves en mijn fiducie in de banken is minimaal. Dus toen ik jouw oproep zag, dacht ik: ik doe mee. En vervolgens sprak ik af met Vivi en Jan en het voelde goed.'


'Het is toch een kwestie van vertrouwen', zegt Jan tegen Rob. 'Je hebt niets, geen onderpand.'


Rob heeft een adviesbedrijf dat bedrijven adviseert hoe ze duurzamer zaken kunnen doen. 'Duurzaamheid gaat ook over mensen', zegt Rob, 'want mensen zijn tegenwoordig ook productiemiddelen. Maar door de toenemende specialisatie voelt niemand zich meer ergens voor verantwoordelijk.'


'En jij, Jan?', vraag ik.


'Ik was huisarts op de Wallen', zegt hij. 'Toen kwam de aidsepidemie en in een paar jaar verloor ik 150 jonge jongens. Vervolgens kreeg ik iets wat op een burn-out leek en op een congres in Vancouver hoorde ik over een nieuwe aidstherapie, de tripletherapie. Toen ben ik de laatste jaren van mijn leven nog aidsspecialist geweest in een ziekenhuis. Dat was een mooie afsluiting.'


Vivi vertelt dat zij en Rob misschien verre familie van elkaar zijn, ze komen allebei uit Brabant.


'Ben jij eigenlijk misbruikt door de kerk?' vraagt Rob.


'Nee', zegt Vivi, 'ik niet. En jij?'


'Nee, ik ook niet', antwoordt Rob. 'Ik was misdienaar en ik ben niet misbruikt. Dan ga je je toch afvragen: was er iets mis met mij? Eigenlijk zou er ook een hulpgroep moeten komen voor katholieken die niet misbruikt zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden