De grote vraag is: praten Syriërs liever dan ze vechten?

De verwachtingen van het vredesoverleg over Syrië, dat vandaag begint, zijn zó laag, dat een mislukking nauwelijks nog mogelijk is. Alles wat wordt bereikt, is meegenomen. Assad is lachende derde omdat andere partijen elkaar blijven uitsluiten.

Meer dan het Westen heeft Rusland inzake Syrië een consequente koers gevolgd. Van het begin af pleiten de Russen voor een politieke oplossing en stellen ze dat moslimextremisten het grootste gevaar vormen. Die waarschuwing is een zichzelf waarmakende voorspelling gebleken. Inmiddels wórdt de regio bedreigd door extremisten en vraagt ook menigeen in het Westen zich stiekem af of Assad niet te verkiezen is boven de jihadisten van Al Qaida.


Voor de Russen geldt wat voor alle internationale spelers opgaat: geopolitiek eigenbelang is doorslaggevend. Het regime van de familie Assad is een oude bondgenoot, de economische en militaire banden zijn innig.


Er schuilt dus de nodige hypocrisie in het Russische pleidooi voor niet-inmenging. Terwijl Moskou in New York krachtige resoluties van de Veiligheidsraad tegenhield, gingen de wapenleveranties aan Damascus door.


Lange tijd stond Rusland met zijn veto te boek als spelbreker (al was het Westen misschien stilletjes wel blij dat militair ingrijpen dankzij het njet niet mogelijk was). Maar door de chemische wapendeal, de besluiteloosheid van het Westen en de opmars van Al Qaida staan de Russen nu in het hart van de diplomatie en kunnen ze hun gelijk opeisen. Ze hebben het altijd al gezegd.


'Genève 2', de vredesconferentie over Syrië die vandaag in Zwitserland begint onder Russisch-Amerikaanse regie, is nauwelijks een vredesconferentie te noemen. Alles wijst erop dat vrede deze week niet naderbij zal komen en het woord 'conferentie' suggereert op zijn minst een zekere bereidheid van de deelnemers om serieus met elkaar te praten. Daarvan is geen sprake.


De bijeenkomst wordt vooral gehouden omdat de internationale gemeenschap het graag wil. De behoefte is groot om 'iets' aan de ellende in Syrië te doen. Militaire middelen zijn daarbij uitgesloten, dus dan komt een conferentie mooi van pas. Vrij naar Von Clausewitz: diplomatie als voortzetting van het niet-ingrijpen met andere middelen.


De Syriërs zelf hebben er weinig behoefte aan. Voor zover ze al komen opdagen, is dat onder druk van de landen van wier politieke, militaire en financiële steun zij afhankelijk zijn. De partijen stellen voorwaarden die elkaar uitsluiten en tot op het laatste moment heerste verwarring over het wie, waar en hoe van de vergadering.


De Syrische Nationale Coalitie (SNC), waarin het meer gematigde deel van het verzet is verenigd, stond maandag op de achterste benen door het nieuws dat VN-chef Ban Ki-moon op de valreep Iran had uitgenodigd voor de conferentie. Het was een pijnlijk bericht voor de Coalitie, die pas zaterdag na hoog oplopende interne debatten had besloten dan toch maar aan te schuiven in Montreux en Genève.


Dat besluit was een ware 'opoffering', zo zegt een woordvoerder. De gematigde oppositie vreest dat een ontmoeting met vertegenwoordigers van het gehate regime (worden er in Genève met bloed besmeurde handen geschud?), slechts zal leiden tot imagoschade in Syrië, zeker als het resultaat mager is. En verder gezichtsverlies kan de coalitie zich niet veroorloven.


Op het slagveld zijn de aan de SNC gelieerde opstandelingen, zoals die van het Vrije Syrische Leger, al lang overvleugeld door groepen als het Islamitisch Front en het radicale Al Nusra. Zij zetten de SNC-leiders met hun keurig gepoetste schoenen weg als mannen die vanuit het veilige Istanbul en Doha makkelijk praten hebben. Aan het Zwitsers vredesberaad doen de islamitische strijders niet mee. Vechten tot de overwinning is hun enige optie.


De grote vraag blijft daarom welke waarde moet worden gehecht aan afspraken waar alleen de handtekening van de Syrische Nationale Coalitie onder staat. De sterkste opstandelingenmilities zullen er geen boodschap aan hebben.


Zoveel verdeeldheid maakt het president Bashar al-Assad des te makkelijker zich op te werpen als stabiele factor in de Syrische wildernis, zeker nu in het oppositiekamp een burgeroorlog-in-de- burgeroorlog is uitgebroken tussen het extremistische ISIS en de rest van het verzet.


Assad heeft in Zwitserland weinig te verliezen, al helemaal niet zijn gezicht. Sinds de deal met Moskou en Washington over het opgeven van de chemische wapens heeft hij aan statuur gewonnen. Het rapport dinsdag over de 11 duizend vermoorde gevangenen zal het beeld niet ogenblikkelijk doen kantelen. Op het slagveld houdt het Syrische leger stand en meer dan dat; de afgelopen tijd waren het de rebellen die klappen kregen. Dat 'de dagen van het regime zijn geteld' - zoals Syrië-watchers nog in 2012 zeker meenden te weten - beweert nu werkelijk niemand meer.


Bondgenoot en wapenleverancier Rusland zal Assad geen rug op de arm draaien om zichzelf op te offeren voor de vrede. In een in wezen hondsbrutaal interview met AFP maandag zei de president doodleuk dat de oorlog nog heel lang kan duren en dat hij dit jaar waarschijnlijk herkiesbaar zal zijn. Een ware middelvinger naar degenen die in Zwitserland willen praten over een Syrië zonder Assad.


In zekere zin is het lastig dat Genève 2 werd voorafgegaan door Genève 1. Op 30 juni 2012 drong de 'Actiegroep voor Syrië' - de VS, de VN, Rusland, Europa, de Arabische Liga - in een zespuntenplan aan op een politieke overgang naar een democratisch Syrië. Dat zou moeten gebeuren door een 'transitional governing body', waarin leden van de huidige regering zowel als de oppositie zitting kunnen nemen, gevormd 'op basis van wederzijdse overeenstemming'.


Dit communiqué van Genève 1 vormt de basis van Genève 2. Maar over de interpretatie ervan lopen de meningen uiteen. Volgens het Westen en de Arabische Liga (en uiteraard ook de Syrische Nationale Coalitie) impliceert het plan dat de persoon Assad geen onderdeel kan zijn van de transitie. Maar de Russen stellen dat die afspraak geenszins is gemaakt; een letterlijke exegese van de tekst geeft hen gelijk.


Mede door de elkaar uitsluitende standpunten over de toekomstige rol van Assad lijkt het ondenkbaar dat in Zwitserland zelfs maar een begin zal worden gemaakt met het vormen van een overgangsregering. In die zin staat het mislukken van Genève 2 bij voorbaat vast.


Daar zijn alle betrokkenen echter goed van doordrongen. Niemand maakt zich enige illusie. De verwachtingen zijn zó laag, dat een fiasco nauwelijks nog mogelijk is. Je zou kunnen zeggen: alles wat wordt bereikt, is meegenomen. Het is zelfs al winst dat de Syrische regering en (een deel van) de opstandelingen eindelijk aan één tafel zitten, drie jaar vechten en 130 duizend doden verder.


Een paar bescheiden resultaten zijn namelijk wel denkbaar. De Amerikaanse en Russische gastheren hebben daarover al suggesties gedaan. Op sommige locaties kan een staakt-het-vuren worden afgekondigd. Er kunnen humanitaire corridors worden ingesteld, zodat hulpverleners de bevolking in zwaar getroffen gebieden kunnen bereiken. Krijgsgevangenen kunnen worden geruild.


Zulke 'vertrouwen wekkende' afspraken kunnen - nog afgezien van hun betekenis voor de burgers in Syrië - een bodempje vormen voor verder overleg. Genève 2 wordt dan het begin van een proces - Genève 3, Genève 4, Genève 5. In dat geval is de conferentie geslaagd, of nou ja: niet helemáál mislukt. Naast het militair theater is er dan een politiek theater gecreëerd.


Maar als deze week in Zwitserland slechts wordt bevestigd dat praten geen zin heeft, kunnen de Syriërs overgaan tot de orde van de dag. En in hun onfortuinlijke land is dat: vechten tot het bittere eind.


VERENIGDE STATEN; NAUWELIJK GRIP


De Verenigde Staten weten zich geen raad met Syrië. Na het begin van de opstand tegen het regime kozen ze al snel de kant van de oppositie, in de veronderstelling dat de positie van Bashar al-Assad onhoudbaar was. In die keuze hebben de VS tot nu volhard, ook toen de oorlog steeds grimmiger werd en het verzet in radicaler vaarwater kwam.


Maar aan de wanhopige oproepen van gematigde verzetsgroepen tot wapensteun hebben de Amerikanen (en andere westerse landen) nooit willen toegeven, uit vrees dat dit voedsel zou geven aan geweld en extremisme in een explosieve regio. Deze keus is een zichzelf waarmakende voorspelling gebleken. Jihadisten zetten de toon en de sektarische haat vergiftigt ook buurlanden als Irak en Libanon.


De anti-Assadretoriek van de regering-Obama bereikte een hoogtepunt toen afgelopen zomer chemische wapens werden gebruikt. Daarmee was een 'rode lijn' overschreden die niet onbestraft kon blijven. Maar het regime bond in en beloofde zijn chemische wapens op te geven. Assad bleek een man met wie zaken zijn te doen. Tegelijkertijd groeide op het slagveld de rol van aan Al Qaida gelieerde groepen.


Vooralsnog zetten de Amerikanen hun kaarten op een diplomatiek proces, op de parameters waarvan zij nauwelijks grip hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden