De grote vlokslak: een fotogenieke hermafrodiet

In de snel veranderende bevolking van onze zeeën is de grote vlokslak een constante factor. Het boegbeeld van de autochtone zeenaaktslakkenfauna, vindt bioloog Peter van Bragt. En een fotogenieke hermafrodiet.

null Beeld Ron Offermans / HH
Beeld Ron Offermans / HH

'De grote vlokslak is een van de grootste en meest algemene van de 58 soorten zeenaaktslakken die aan de Nederlandse kust leven. Het leven in die zoute wateren staat niet erg op het netvlies van de gemiddelde Nederlander. Kreeften, garnalen en vissen kennen we nog wel, maar wat te denken van mosdiertjes, schelpdieren, inktvissen, sponzen, neteldieren, koralen, kwallen en wormen? De soortenrijkdom en biomassa in onze zeeën en in de Zeeuwse delta is enorm en heel onbekend.

'De populatie zeenaaktslakken verandert ieder jaar in Nederland, er komen soorten bij en er gaan soorten af. Sowieso is er veel veranderd. Door de visserij, de mosselkweek en de aanleg van dijken en dammen is er van de ongerepte natuur in onze zoute wateren weinig over. En er zijn veel exoten bijgekomen. Maar de grote vlokslak is er altijd geweest en is er nog steeds volop. Hij leeft van neteldieren, een soort zeeanemonen, die in grote hoeveelheden voorkomen en typisch zijn voor het Nederlandse mariene milieu. De slak is herkenbaar, hij kan wel zes centimeter worden. Je zou hem het boegbeeld van de autochtone zeenaaktslakkenfauna kunnen noemen.

'Zeenaaktslakken zijn zo ongeveer de meest fotogenieke dieren in het mariene milieu. Zelf duik ik sinds 1979, ik vind alle onderwaterleven interessant, maar de zeenaaktslakken nemen toch een aparte plaats in. Omdat ze mooi zijn, maar ook vanwege hun fascinerende biologie.

'Je kunt niet spreken van 'hij' of 'zij'; zeenaaktslakken zijn actief hermafrodiet. Ze hebben alle vrouwelijke en mannelijke eigenschappen en geslachtsorganen. Als ze paren, bevruchten ze elkaar wederzijds. Je kunt speculeren over hoe dat is ontstaan in de evolutie. Als zeenaaktslakken ergens zijn waar voldoende voedsel is, migreren ze nauwelijks. Een volwassen grote vlokslak leeft bijvoorbeeld vaak op één vierkante meter. Als je een relatief dunne populatie hebt, mag je blij zijn dat je een soortgenoot tegenkomt en is het handig als je dan direct tot voortplanting kunt komen.

De grote vlokslak

Aeolidia papillosa

Algemeen Zeer forse zeenaaktslak met papillen op de rug.

Leefgebied In zout en brak water, vaak op plaatsen met een matige stroming.

Verspreiding In Nederland in de Noordzee, de Waddenzee en de Zeeuwse Delta.

Immuun voor gif

'Zeenaaktslakken zijn vrij laat in de evolutie ontstaan, uit huisjesslakken. Ze hebben een ander beschermingsmechanisme ontwikkeld, waardoor ze het huisje niet meer nodig hebben. Dat heeft voordelen: ze zijn mobieler en hoeven geen energie te stoppen in het maken van het huis.

'Het verdedigingsmechanisme dat de grote vlokslak heeft ontwikkeld, is uitzonderlijk. Hij leeft van zeeanemonen. In die zeeanemonen zitten netelcellen, gifcellen die de zeeanemoon gebruikt voor zijn eigen verdediging of om prooien te vangen. De grote vlokslak is er immuun voor. In het weefsel van de anemoon, dat hij opeet, zitten ook de stamcellen van die netelcellen. De grote vlokslak transporteert die voorlopers van de gifcellen naar de uiteinden van de papillen op de rug. Daar zit een zakachtig orgaan, waarin die anemooncellen zich ontwikkelen tot volwassen netelcellen. Met andere woorden: de grote vlokslak neemt het afweermechanisme van de zeeanemoon over.

'Het is een effectief verdedigingsmechanisme, een perfect systeem, waardoor de zeenaaktslakken weinig tot geen specifieke predatoren kennen. De Amerikaanse schrijver John Steinbeck, die gefascineerd was door de mariene biologie, wilde het verhaal van die netelcellen in vlokslakken weleens toetsen. Hij heeft toen in een grote vlokslak gebeten en vervolgens zes weken lang met blaren op zijn mond rondgelopen. Zeenaaktslakken staan ook nergens ter wereld op het menu van de mens. Nog een voordeel voor zeenaaktslakken: ze zijn nauwelijks geschikt om in aquaria te houden.

'Dat wil niet zeggen dat ze onkwetsbaar zijn. Ze zijn afhankelijk van de aanwezigheid van het juiste voedsel en van het juiste klimaat. De grote vlokslak heeft voor de Nederlandse kust meer dan voldoende voedsel, er zijn genoeg 'bloemdieren' als slibanemonen, zeeanjelieren en zeedahlia's. In het vroege voorjaar zijn ze volwassen, dan gaan ze zich voortplanten. Ze zetten eisnoeren af, met honderdduizenden embryo's. Daarna sterven ze. De larven komen na een paar weken uit de embryo's, verdwijnen in de waterkolom en voeden zich met plantaardig plankton. In de herfst, als de watertemperatuur begint te dalen, vestigt die larve zich op de bodem en begint de metamorfose. Die larve heeft nog een schelpje, het is eigenlijk een minuscuul zwemmend huisjesslakje. In die metamorfose leggen ze die schelp af. Daarna beginnen ze met het eten van zeeanemonen en groeien ze uit tot volwassen dieren. En dan, in het vroege voorjaar, begint alles weer opnieuw.

Uitstulpingen van darmklieren

'Bij de grote vlokslak en bij meerdere andere soorten zeenaaktslakken is de rug bedekt met een groot aantal papillen, gevuld door uitstulpingen van de darmklieren. Het lijkt alsof ze harig zijn, maar die papillen zijn toch wat dikker. Ze geven vorm en kleur aan de beesten, bij iedere zeenaaktslak is dat anders. De papillen zorgen, naast bescherming, ook voor oppervlaktevergroting. Daardoor kan de huid voldoende zuurstof absorberen. Op zijn kop heeft de slak tentakels die op antennes lijken. Daarmee detecteert hij voedsel, maar kan hij ook de temperatuur en de stroming waarnemen.

'In zijn mond, die aan de onderkant zit, zit een tong met tandjes. Daarmee schraapt hij het weefsel van zijn prooi af. Die mond zie je niet zo snel. Ook zijn voet zie je niet. Op die voet zitten kleine haartjes die hij gebruikt om zich voort te stuwen over de bodem. Hij produceert eerst een slijmlaagje en duwt zich vervolgens met die haartjes over de slijmlaag voort. Hij maakt dus als het ware zijn eigen weg.

'in de noordzee zijn er nogal wat plaatsen waar de bodem is omgeploegd door vissers. Daarom duik ik vaak in de Zeeuwse delta, daar heb je nog plaatsen met een enorme diversiteit. De interactie van die zeenaaktslakken met hun voedsel is heel leuk om te zien. De kleur- en vormrijkheid van al die soorten is geweldig en er zit een enorme dynamiek in hun voorkomen, er is altijd een kans dat je een nieuwe soort ziet. Dat maakt het spannend. En als ik onder water de grote vlokslak weer aantref, weet ik dat de winter in aantocht is.'

Peter H. van Bragt (59) is bioloog en onderwaterfotograaf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden