De grote geschiedenis van piepklein Moresnet

Tussen Nederland, Duitsland en België lag ooit een wonderlijk ministaatje. David Van Reybrouck schreef er, totaal gefascineerd, zijn boekenweekessay over. We gingen met hem op zoek naar de overblijfselen.

David Van Reybrouck.Beeld Els Zweerink

In de invallende schemering licht Kelmis op, kruimels van helgele lampjes in de donkere schoot van het heuvelland. Schrijver David Van Reybrouck (44) wijst voorbij het dorp, naar de hogere horizon. De toren die het drielandenpunt bij Vaals markeert, tekent zich nog net af tegen een grijze wolkenlucht. Met de dictie van de onderwijzer: 'Hier heb je alles op een presenteerblaadje. Vanaf daar liepen de grenzen, kaarsrecht, even recht als die van Afrikaanse landen, deze kant op. Rechts, naar het oosten, was Pruisen. Links, westelijk, eerst Nederland, toen België.'

Er was een ritje op een bemodderd weggetje voor nodig, langs hoeves met rommelige erven, en een klauterpartij naar de top van een bult in grasland, waar je je deze namiddag schrap moet zetten tegen een klapperende zuidwester. Maar dan is er vrij zicht op het grondgebied van wat op zo'n honderd jaar, van 1816 tot 1919, een wonderlijk ministaatje is geweest: Neutraal Moresnet. Een messcherp gesneden taartpunt van 344 hectare, met een omtrek van 11 kilometer.

Rijkdom aan facetten

Brusselaar Van Reybrouck, bekend van zijn veelbekroonde boek Congo en zijn engagement met andere vormen van democratie, schreef er het essay van de komende Boekenweek over. Hij had eerst vriendelijk bedankt, toen de Stichting Propaganda van het Nederlandse Boek hem belde. Het thema was Duitsland. Hij had er niks mee. Het is enige buurland waar hij nooit heeft gewoond - nou ja, in Luxemburg heeft hij slechts ooit een bord spaghetti gegeten. Totdat het staatje aan de orde kwam in een gesprek met zijn redacteur bij De Bezige Bij. Wil Hansen zocht wat op over de geschiedenis en viel van de ene verbazing in de andere. Wat een rijkdom aan facetten - bestuurlijk, economisch, taalkundig, sociaal - en dat allemaal letterlijk op het raakvlak van Nederland, België en Duitsland. Van Reybrouck, aangestoken, belde een dag later het CPNB: ik hoop dat jullie nog niemand anders hebben gevraagd. Dit is echt een prachtig onderwerp!

Eerder op de dag daalt Van Reybrouck de zuidwestelijke flanken van de Vaalserberg af, de vallei in, het noorden van toenmalig Moresnet. Een wandelpad voert langs dicht bos. De schrijver houdt af en toe stil bij vierkante blokken beton: de grensmarkeringen zijn er nog steeds. 'Jammer dat er niks meer op staat. Het zuur van de dennen moet de letters hebben weggewist.'

Een curiosum was Neutraal Moresnet zeker. Na de val van Napoleon konden de overwinnaars uit De Nederlanden en Pruisen het maar niet eens worden over de aanspraak op een gebiedje onder Vaals. De reden vormde de aanwezigheid van een zinkmijn. Er kwam een compromis: een driehoek binnen de grenzen van de gemeente Moresnet. De Nederlanden kregen het westelijk deel, het oosten was voor Pruisen, en wat er tussen lag, afgebakend door rechte lijnen, werd Neutraal Moresnet, met de zo begeerde metaalgroeve. Het viel onder het gezamenlijk bestuur van beide partijen. Kelmis - de naam is een afgeleide van het Griekse woord voor zink - was in 1816 nog een gehucht met nauwelijks 250 zielen. Toen de twintigste eeuw zich aandiende - inmiddels was België geboren en waren er dus nieuwe buren bijgekomen - was het dorp uitgegroeid tot een belastingparadijsje met 3.500 inwoners. Zestig cafés waren er en enkele bordelen. De Société des Mines et Fonderies de Zinc de la Vieille Montagne was al een tijdje de grootste zinkproducent ter wereld geweest. Het zink van de daken op de huizen aan de boulevards van Parijs komt er goeddeels vandaan. De neergang had zich destijds met het uitgeput raken van de aders al wel ingezet.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

David van Reybrouck

David van Reybrouck (Brugge, 1971) studeerde archeologie en filosofie in Leuven en Cambridge. In 2001 verscheen De plaag, waarvoor hij de Debuutprijs kreeg. Hij bewerkte het boek met acteur Josse De Pauw voor toneel. In 2007 kwam Slagschaduw uit, zijn eerste roman. In 2008 verscheen Congo - Een geschiedenis. Dat werd bekroond met onder meer de Libris Geschiedenis Prijs en de AKO Literatuurprijs. Van Reybrouck schrijft ook gedichten. Hij levert bijdragen aan Vlaamse en Nederlandse kranten in de vorm van essays, reportages en recensies. In 2011 stond hij aan de wieg van de G1000, een platform voor democratische vernieuwing.

Beeld Els Zweerink

Verspreiding internationale taal

De beroemdheid van het staatje stoelde die dagen ook even niet alleen op het zink. Esperantisten zagen in het neutrale landje de ideale thuisbasis voor de verspreiding van hun internationale taal. In 1908 kwamen tijdens een manifestatie voorstellen voorbij om het staatje om te dopen tot Amikejo, plaats van vriendschap, en speelde de harmonie van kompels alvast een speciale Amikejo-mars. Het initiatief smoorde in de Eerste Wereldoorlog.

Verder naar beneden, het bos uit, in het dorp zelf, stond Van Reybrouck enkele weken na de toezegging dat hij het essay zou gaan schrijven, opgewonden op de stoep van de Patronagestrasse. Hij had zojuist urenlang gesproken met drie broers en een zus, allen iets over of nog net geen 80. Zij hadden hem het levensverhaal verteld van hun vader, Emil Rixen. Hij bladerde door zijn opschrijfboekje. De aantekeningen verraadden dat het een meer dan nuttig interview was geweest. Haastige notities, direct al voorzien van onderstrepingen: dit moet er zeker in! Het was in elk geval het verhaal dat hij zocht. Wat hij tot dan toe aan documentatie was tegengekomen, richtte zich vooral op de bestuurlijke aspecten van het staatkundige novum. Nu was hij op de sociale geschiedenis gestuit.

Boekenweek

Het motto van de Boekenweek 2016 (12-20 maart) luidt: Was ich noch zu sagen hätte. Esther Gerritsen schreef het Boekenweekgeschenk: Broer. Zink is de titel van het Boekenweekessay van David Van Reybrouck.

Beeld Els Zweerink

Het verhaal van Moresnet

Het was Rixens kleindochter, Katja, die hem had aangesproken in het Agora Theater in Sankt Vith, toen hij daar sprak op een boekpresentatie. Ze vertelde over haar grootvader, een buitenechtelijk kind, verwekt in Düsseldorf en ondergebracht in een pleeggezin in Neutraal Moresnet. In het leven van Emil Rixen - gewezen bakker, vader van elf kinderen, op 68-jarige leeftijd overleden in 1971 - kwamen de gebeurtenissen op het wereldtoneel voorbij die telkens weer die taartpunt onder Vaals raakten. Volg zijn levensloop en je hebt goeddeels het verhaal van Moresnet. Zo staat het in het essay: 'Zonder ooit in zijn leven te verhuizen is hij Neutraal geweest, rijksingezetene van het Duitse keizerrijk, inwoner van het Koninkrijk België en staatsburger binnen het Derde Rijk.' Na de Tweede Wereldoorlog werd hij afgevoerd als Duitse krijgsgevangene naar Cherbourg. Van Reybrouck: 'De grote geschiedenis heeft zich voltrokken in zijn kleine leven.'

Je moet een beetje een ingewijde zijn om de sporen van toen in het Kelmis van nu te herkennen. Hotel-restaurant Park, gevestigd in een vaalgroen pand, staat al enkele jaren leeg, de pachter was ineens vertrokken. In de schappen bij de entree staan nog de foldertjes, in de serre met wandjes van kunstrots woekeren nog de planten. Dit was de villa van de mijndirecteur. Hij had van hieruit vrij zicht op de kühl, de groeve waar het zink werd gewonnen. De kom zelf is geplaveid met een enorme lap asfalt, met witte lijnen voor sportactiviteiten. Verder naar het zuiden, in het heuvelige grasland, zijn nog ruïnes van schachtgebouwen te zien; 290 meter diep reikten de mijnputten waaruit nog zink werd gewonnen, toen het in het dorp zelf al was afgelopen. In een zaaltje van café Select aan de doorgaande weg tussen Aken en Eupen volgt nog een handjevol dorpelingen wekelijks een cursus Esperanto. Wat zeker helpt is een bezoek aan het Göhltalmuseum, met attributen, documenten en foto's over die neutrale jaren. Luister vooral ook naar de bewoners. Ze schakelen nog wel eens van het Frans of het Duits naar het Kelmiser Platt, sterk verwant aan het Limburgs.

Kan Van Reybrouck zich inmiddels een voorstelling maken van de plek op de grens van drie landen en twee eeuwen? 'Het was een eldorado voor desperado's. Er kwam veelsoortig volk op af. Lieden die iets op hun kerfstok hadden of de dienstplicht wilden ontvluchten, smokkelaars, gelukzoekers, meiden die ongewenst zwanger waren geraakt, zoals de moeder van Emil. Het alcoholgebruik lag er hoog, er waren etablissementen met prostituees. Ze hadden er niet veel te vrezen.

Tekst gaat verder onder de graphic.

Moresnet

De geschiedenis van Neutraal Moresnet oefent op schrijvers een zekere aantrekkingskracht uit. Boudewijn Büch ging er in 1998 al eens met de camera naartoe. Tommy Wieringa liep er in 2014 heen, op zijn trektocht langs de zuidgrens van Nederland. Misschien, vermoedt David Van Reybrouck, heeft die belangstelling te maken met het steeds verder wegvallen van grenzen. 'Dan besef je hoe maf grenzen eigenlijk zijn, en tot welke maffe situaties ze kunnen leiden.'

Vorige maand verscheen Moresnet - Opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje (Spectrum, euro 19,99). Auteur Philip Dröge reconstrueerde zowel de politieke bewegingen rondom het ministaatje als de sociale en economische ontwikkelingen erbinnen en portretteerde de hoofdrolspelers. Het begint en eindigt in de omgeving van Parijs - belangrijke beslissingen over Moresnet zijn altijd op gepaste afstand genomen. Napoleon verleende de Luikse uitvinder Jean-Jacques Daniel Dony in 1810 patent voor het produceren van zink. Die bezat al een concessie voor het winnen van het metaal in het gebied onder Vaals. De kiem voor het ontstaan van een gewild gebiedje was daarmee gelegd. Het verhaal eindigt op het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Quai d'Orsay in Parijs, waar de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog in 1919 een eind maken aan de neutrale status van Moresnet.

Dröge beschrijft hoe er in de tussenliggende periode zowaar toch iets van nation building ontstond: plannen voor een eigen munt, een eigen postzegel, toch maar inkomstenbelasting, misschien wel een nieuwe taal, het Esperanto. Want zo werkt het, constateert Dröge. 'Geef mensen grenzen en ze worden een land.'

Beeld Els Zweerink
Beeld de Volkskrant

Dorp met dubbel gelaat

'Maar het was een dorp met een dubbel gelaat. De pastoor had er veel te zeggen. De mijn bedreef er sociaal paternalisme. Die regelde alles. Een aanvaardbaar salaris, huisvesting, onderwijs, sociale voorzieningen, het verenigingsleven. Terwijl vlakbij, bij Luik, veel stakingen waren, heeft het socialisme er nooit voet aan de grond gekregen. Het was een dociele gemeenschap.'

Er valt een subtiele les te trekken uit deze geschiedenis, denkt hij. Het viel hem op, toen hij er veldwerk aan het doen was - interviews, archiefonderzoek. In die dagen, kort na de aanslagen van november in Parijs, werd Brussel lamgelegd en kwam de gemeente Molenbeek in het vizier van de veiligheidsdiensten.

'Het draaide toen, en nu weer, om de vraag hoe je omgaat met marginale groepen in de samenleving. Na de Eerste Wereldoorlog heeft de Belgische staat echt gesold met de Duitstaligen in dit gebied. Er was een Duitsgezinde partij, een christelijke Volkspartei. Van vier kopstukken hebben ze de nationaliteit afgenomen. Maar met de uitschakeling van enkele subversieve elementen maak je geen einde aan een beweging.'

Openlijk fascistisch

In de Oostkantons leidde het tot radicalisering. Het Heimattreue Front kwam op. 'Dat was een openlijk fascistische club. De aanval op de kopstukken van de volkspartij had zeker niet de gewenste integratie tot gevolg. Wat echt effect had was de oprichting van de Belgischer Rundfunk, Duitstalige radio. De bewoners konden naar iets anders luisteren dan alleen maar de propaganda uit Berlijn. Het had effect: de Duitstaligen worden nu gezien als de meest loyale Belgen.

'Kijk wat er nu in Molenbeek gebeurt. Het wereldbeeld van de moslims daar wordt bepaald door de imams in de moskeeën en de zenders die ze met de satellietantenne kunnen ontvangen. Moet de nationale omroep geen uitzendingen gaan aanbieden in het Arabisch of het Turks? Het zal op z'n minst leiden tot bredere oriëntatie. Er zijn politionele acties, het wemelt er van militairen in de straat, er zijn vernederende controles, weer worden enkele militanten opgepakt. En tegelijkertijd wordt loyaliteit aan het land verlangd.'

Zijn kennismaking met Emil Rixen uit Neutraal Moresnet, die, zoals hij schrijft in zijn essay, 'zelf geen grenzen heeft overgestoken maar de grenzen zijn hem overgestoken', heeft hem alleen maar meer overtuigd van de Europese gedachte, grensoverschrijdende samenwerking. 'Ik ben niet voor de opdeling van België, voor Catalonië of Schotland. Het is tot mislukken gedoemd. Ik begrijp wel het verlangen naar een regionale identiteit, dat heeft ook hier in Moresnet gespeeld. Maar je hoeft niet alles te honoreren. Het is een misverstand te denken dat je het vertrouwen in de democratie zomaar kunt herstellen door de geografische afstand met het bestuur te verkleinen.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld Els Zweerink
Kelmis, dorp in het voormalige ministaatje Neutraal Moresnet.Beeld Els Zweerink

De façade van het kantoor

De straatlantaarns branden als Van Reybrouck halt houdt bij een kloek pand aan de doorgaande weg tussen Aken en Eupen, de basis van de toenmalige driehoek Neutraal Moresnet. Hij grijpt zich vast aan een vensterbank en trekt zich omhoog om een blik naar binnen te kunnen werpen. Het is het directiegebouw van de zinkfabriek, ook dit staat al jaren leeg. De schrijver wijst naar de bogen in de raamlijsten, het zinken dak, de initialen van Vieille Montagne in medaillons op de voorgevel.

De medewerker van het aanpalende benzinestation zegt dat hij beter aan de achterkant kan gaan kijken. Daar is het veel mooier, dat was juist vroeger de façade van het kantoor. Hij kan het weten, hij heeft er vroeger in gewoond, zijn vader had er woningen in laten bouwen.

Een flauw lampje werpt oker schijnsel in de entree. Glas in lood, mozaïektegels en een monumentale trap getuigen van de grandeur van toen. Er staan nog meer gebouwen overeind: het laboratorium, restanten van de oven. Het verzet van het ministaatje tegen de grote geschiedenis blijkt nog wat hardnekkiger dan hij vermoedde. Van Reybrouck: 'Ongelooflijk, dit. Blij dit nog even te zien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden